WACHTEN OP EEN DOORTOCHT

                    Bij de dood van Bjorg Lambrecht

En ook Jempi lag weer op het asfalt.
De eeuwig betreurde voor het hele offer
op een fiets. Het bereikte zelfs blinden en doven.
De uitzaaiing van een gebroken ademtocht.
Zet een kruis achter iemand zijn naam en hij valt
samen met dat geïsoleerd leesteken.

Renners aan gruzelementen het went niet.
Hun penseellijnen zijn te lief voor de dood.
Hun aderbreuk bestaat uit bange dromen.
Archeologen diepen hun pad uit tot aan
het restvuur van hun zijn.

De blanco pagina van een rit terwijl er
gewacht werd op een doortocht.
Het slaat in ter hoogte van de lucht.
Een oog op winst draait nog steeds weg.
Als alles stil wordt
wordt alles luider.

In Polen was het water glad geworden.
Voor de stuurfout van wat echt niet kon.
Een hek ging neer achter de ribben.
Eerst nog gefluister dan gestameld bloed.
En op een schouder de schreeuw van de vlinder.

Gevallen helden hangen halfstok.
Nog het meest in hun truien en hun sokken.
Hoe moet hun poëzie zich voelen bij
de ontvreemding van hun daggedicht.
Dood wordt pas dood bij aankleding.
Bij het kruisen van een vloek.

Geert Jan Beeckman