Posts tonen met het label Hendrik Carette. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hendrik Carette. Alle posts tonen

De Vuelta van dit jaar

De Vuelta is dit jaar niet voor verliezers of losers
die almaar vallen in de valkuil van het verlangen. 
Alleen een Sloveen uit Slovenië
wint hier op één been.
Luister maar naar zijn mooie passende voornaam. 


Hendrik Carette 

Ramses Debruyne

Welke geniale vader moet je hebben om uit de buik van je moeder
ter wereld te komen als een Ramses.
Gewoon een Ramses geboren in Rollegem.
Een jonge coureur met deze prachtige historische voornaam moet
koersen winnen en steile stenen bergen beklimmen.
Met zulk een rare roepnaam kan hij nog zeer ver gaan
(zolang hij goede benen heeft en niet valt in een ravijn
of niet zot wordt van aardse glorie).





Briek Schotte:

een zeer taaie en langdurige legende
(Kanegem,1919 – Kortrijk, 2004)


Deze legendarische wielrenner was 
een onsterfelijke stoere stoemper 
geboren aan de rand van het rurale land
met de onvergetelijke harde roepnaam 
Briek in plaats van het stadse Albéric. 

Hij werd later ook nog ploegleider 
want zwoegen en ploegen was hem 
op het pezige en eeltige lijf geschreven
en stampen op de pedalen zonder helm 
en zonnebril had hij als renner zèlf gedaan. 





De tweelingbroers Van Dijke

Ik weet niet goed wie Tim is en wie is Mick?
Alleen hun Zeeuwse moeder weet het.

Beiden werden geboren in Goes in het jaar 2000
en dromen ervan ooit de Hel van het Noorden
als winnaars uit te te rijden op de piste van Roubaix.

Vroeger reden ze van Zoutelande naar Zierikzee
op de Zeeuwse dijken tegen de zeewind
straks rijden ze op de kasseien naar de roem.

Maar misschien is het nog te vroeg en moeten ze
eerst nog wat zwiepen
zoals de boompjes en bomen in de noordwestenwind.




Strade Bianche 2026

Zaterdag zal mijn hart weer wilder en sneller slaan 
voor de gefilmde beelden van het historische Siena
voor de stofwolken en valpartijen op de gravel 
en het grind of gewoon op de harde grond.

Wie zal daar dit jaar winnen? ik denk dat ik het weet:
die zo sportieve atleet en poëet Herman Gorter
of anders die rijdende Ronsenaar Louis Vervaeke.





Stijn Streuvels als fietsende ramptoerist

Hij had toen geen snor maar een knevel
als een omgekeerde koersguidon. 
Hij had geen automobiel maar een fiets 
waarmee onze held naar de rampen van de Groote Oorlog reed. 

Niemand of niets kon hem doen remmen of vertragen. Of deed hem zomaar afstappen.   
Misschien alleen een onverwachte donderslag onder een heldere hemel.  

Met zijn ijzeren rijwiel fietste hij om alles zèlf te zien, want hij wilde geen leugens horen en geen 
verzinsels. 




De renners krijgen een musette aangereikt in Roeselare in het jaar 1938

De stad Roeselare zag zwart van het volk. Het was een zondag
en de Ronde van Vlaanderen was voor velen geen kermiskoers
maar een feestelijke lentedag.

Romain Maes hield zijn beide armen op het stuur en Pol Maes
hief zijn linkerarm hoog in de lucht om zijn musette te grijpen.
Velen staarden naar het komende peloton met Sylvère Maes.

Niemand dacht al aan de Italiaanse Duce of de Duitse kanselier.
Niemand droeg toen al een helm en een blikkerende zonnebril.
En wat werd er uit zulk een musette snel gegrepen en opgegeten?


Hendrik Carette



De verlamming en het einde van de wielrenner Albert Ramon (Brugge, 1920 – Eeklo, 1993)

In Waarschoot waar de automobielen niet remmen
maar door de dreven en de smalle wegen razen
werd hij aangereden en voorgoed verlamd.

Hij arriveerde op de meet in Eeklo in het Meetjesland.
Gods wegen zijn hard geasfalteerd en onberijdbaar.




Het geheim van Tadej Pogacar

Hij is een soort van bergbewoner
en Sloveen; geen bange protestantse Deen
en staat al vrij snel aan de aankomst terwijl
de anderen nog moeten rijden.

Hij rijdt rustig tot hij het echt voelt kriebelen

en hij plots het hele peloton openrijt en achter zich laat
en alleen de beste achtervolgers hem in de verte volgen.
Hij valt niet snel van zijn fiets of van zijn hoge troon

en blijft minzaam voor iedereen
want hij blijft een eenvoudig wielerfenomeen.


Hendrik Carette



Drama's uit het rijke Vlaamse wielerleven

Meer dan aan de peer in de oksel van Michel Pollentier
en meer dan aan de verloren eer van Rik van Steenbergen
of de vete tussen de broers Erik en Roger de Vlaeminck 
en het verraad in Ronse van Benoni Beheyt 
denk ik aan Freddy Maertens en zijn machtige sprint.   

Hij had veel vijanden in het nijdige wielerpeloton  
en verloor dan wel al zijn geld en zijn mooie dure villa    
maar hij had zijn eigen persoonlijk charisma  
en was een hele tijd mijn helmloze held uit Lombardsijde
waar de zeewind de oren snijdt en de duinen verstuiven.      





De allereerste op de top van de Mont Ventoux

Een groot dichter zijn en dan vallen. In de volheid der tijden.
(Nescio, Dichtertje)

De allereerste die als voetreiziger
en op de rug van een ezeltje
weliswaar 's nachts en samen met zijn broer
en een bediende die kale winderige berg beklom
was de sprankelende Italiaanse dichter Petrarca
een tijdgenoot van de wereldberoemde Dante
in de tijd toen er nog lang geen fietsen waren
en ook al helemaal geen vallende fietsers.




Ode aan Ben Healy

Hij is een baroudeur of een knokker. 
Hij is een Britse coureur van Ierse afkomst.
Een piepjonge renner met een zwarte baard
en wacht niet op het trage peloton.
Hij wacht niet, hij rijdt stampend 
naar de top van een col
of naar de eindmeet van een warme etappedag.

Dag Remco, dag Jonas en dag Tadej...
Hij zweeft al in de wolken van de Tour.  




Mijn laatste voorspelling

De winnaar van de komende Ronde van Frankrijk 
zal een koele Deen zijn 
of een sterkere sluwere Sloveen 
gevolgd op verre afstand 
of minstens minuten en minuten 
door the best of the rest.




In de hel van het Franse noorden met die oude Vlaamse oorden

voor Willie Verhegghe, de laatste rijmende Flandrien

Hij valt en vloekt, bezweert de wielergoden 
en demarreert. Hij slikt en snuift, hij hijgt 
en maakt een plas of urineert.
En vanaf de start glijdt hij over de wegen 
tot op de Pevelenberg of staakt de strijd in Hem.  
Hij klimt haastig over een bareel aan een 
verlaten verroeste spoorlijn, komt te laat
voorbij Arenberg of bij die bocht aan De Boom. 

Hij stampt en schakelt, raakt danig bevuild 
en huilt als een kind dat vecht tegen de wind, 
het stof, de regen met die harde helse keienstenen. 
Hij wint geen koers en is geen prijsbeest.
Hij is het knokige koersbeest dat blijft jagen
op het glas van mijn breed panoramisch scherm 
en dat elk jaar weer die zondag domineert
alsof ikzelf daar sta en staar vanop een berm.    


  

Fietsen maart

De jonge filosoof Emil Cioran fietste na de oorlog doorheen 
heel Frankrijk zoals in de Tour de France. 

De dichter Jan van der Hoeven en de romancier Paul de Wispelaere 
fietsten samen als sportieve vrienden naar het zuiden van Frankrijk.

Mijn oude flinke nicht Hilde (haar moeder was de zus van mijn vader)
fietste nog verleden jaar zomaar van Brugge naar Berlijn, en verder.

Fietsers fietsen altijd maar verder tot waar de verte verdwijnt. 


O, o Justine Ghekiere

Ze was al redster op het strand van Knokke
en nu is ze ook nog renster op twee wielen 
over alle harde wegen van gravel en keien, 
van asfalt, zand en macadam. 

Ze is klein van gestalte maar na elke zege 
lacht ze al als een grote vedettemadam. 





God verbleef een tijdje in het plaatsje Ploegsteert

Bij de nieuwelingen werd hij dadelijk kampioen van België. 
Hij was geen Belg en geen Fransman, hij was 
geen Vlaming en geen Waal, hij was een coureur 
uit het het grensgebied Komen en Gaan 
of Komen en Moeskroen (eeuwige belofte 
en magnifieke mislukkeling).

Zijn graf ligt niet in Italië of in Senegal, maar op het kerkhof 
van Ploegsteert waar de wind nog ploegt 
en de gierpomp staat 
aan het eind van de straat    
niet ver van de cafés De reisduif en Le coq sportif. 



    

De kracht van Lotte Kopecky

De kracht van Lotte Kopecky schuilt niet in haar ronde armen
noch in haar dijbenen noch in haar billen. Noch in haar oksels 
zoals bij Michel Pollentier.
Haar kracht schuilt in haar wit zitvlak 

waarmee zij op het harde fietszadel zit
en zich voortstuwt 
met een inwendige kreet tot aan de meet.
En niemand weet hoeveel rijsttaartjes en bananen zij eet.






Ik voel elke val

Met een harde smak val ik in een betonnen greppel
of met een te groot verzet 
aan een te grote snelheid 
mis ik een bocht
en wie rijdt daar toch tegen mijn zoevend achterwiel.  

Ik glijd over het wegdek naar het zachte gras op de berm. 
Mijn rennersbroek is erg gescheurd en ik ben al 
door het vloeiende bloed besmeurd.   
Een groot renner worden en dan vallen, godverdomme. 
Ach, eindelijk is de ambulance daar en ik denk: wat een stiel.  





 

Dertien vragen voor elke wielerkampioen(e)

1. Heb je wel goede benen?
2. Eet je genoeg en op tijd?
3. Rijd je niet te veel achteraan?
4. Heb je een goede ploeg? 
5. Heb je een heldere kijk op het koersgebeuren? 
6. Neem je niet te veel risico's? 
7. Val je niet te vaak op het harde wegdek? 
8. Rijd je nog graag op een racefiets?
9. Storen die oortjes in je oren? 
10. Verdraag je wel een extreme hitte?
11. Verdraag je de koude (regen, sneeuw en hagelstenen)?
12. Doe je in je vrije tijd nog andere sporten zoals snelwandelen, schaken
      en schansspringen?  
13. Ken je wel genoeg Engels voor het geval dat je een koers zou winnen? 

Op al deze vragen moet een kampioen niet antwoorden, want een groot
kampioen moet niets en is een zwijgende winnaar.