EN HOOP IN BANGE DAGEN
Als een buitenaards wezen op een koersfiets,
zo flitst de regenboog-Sloveen door de dagen,
op vlakke wegen, licht hellend parcours, over cols,
een nooit geziene pletwals die supporters lam ligt
in hun taterende tongen, de slappe armen die
nu bewegingloos naast hun lijven hangen.
Duizend vragen gaan door wanhopige hoofden
die naar spanning en variatie snakken,
koers wordt voorspelbaar als onweer dat
in zwarte wolken boven het landschap hangt,
wanhoop slaat toe. En verveling.
Bewondering transformeert naar irritatie,
het onbetrouwbaar oorkussen van de duivel.
Het door Trump, Netanyahu en Poetin
met het bloed van duizenden doden en gewonden
ingekleurd onzalig en misdadig jaar 2026 hobbelt
na de klassieke aanloop verder naar de Tour,
het hoogtepunt van de snelle waanzin op bandjes
waar velen hun hoop op hebben gesteld
om ouderwets met verrukking te worden beloond.
Vraag is: wie zal Tadej bedreigen, simpel kloppen,
wie verlamt zijn buitenaardse krachten, de souplesse
waarmee hij wegspringt zonder echt te demarreren ?
Bestaat het woord weerwerk nog, wordt er uitgekeken
naar een onverwachte naam of is de winnaar
al bekend voor hij over de eindmeet snelt ?
Wout, de hoop in bange dagen
Maar laat wanhoop niet de bovenhand krijgen,
blijf geloven in deus ex machinas en duivels uit doosjes
want in het desolate landschap van de obligate winnaar valt
nog een haast religieus vereerde renner met het imago
van de verrezen Christus te bespeuren: Wout Van Aert,
al zo vaak uit de zeldzame Bijbelse doden opgestaan,
als een feniks uit de as die de verschroeiende hegemonie
van de alom gekroonde Sloveen heeft achtergelaten.
Al jaren denk je: wanneer gaan de kelk en
het fatum der Romeinen aan hem voorbij,
aan deze familieman par grande excellence en
coureur pur sang met een body en gebeitelde kop
om vol bewondering deemoedig U tegen te zeggen.
Want geef toe: een uit mekaar gereten lies
tijdens de vleesetende Tour met daar bovenop
de bloedrode Vuelta die Wouts knie tegen rotsen
deed ontploffen, een abattoir dat deed denken
aan weerloze dieren op het consumptiealtaar,
was dit echt niet van het slechte te veel ?
In 1000 en 1 feestelijke huiskamers hoorde men
hem op 12 april anno domini 2026 in Roubaix
‘Ik heb me samen moeten rapen’ stamelen,
zag men de tranen als gouden druppels in zijn ogen
die een ingehouden zegeroes uitstraalden.
Net als in het Montmartre van de Tour 2025
bleef Pogacar verweesd achter, ook daar wees Van Aert
hem de wankele weg naar de pijnlijke nederlaag.
Nu evenwel geen uitbundig zwaaien met zegebloemen
wel die ene hemelwaarts gerichte vinger,
wijzend naar de ster die Michael Goolaerts is geworden,
een jonge soldaat gesneuveld op weg naar Roubaix,
net zoals mijn Miguel dat 45 lange jaren geleden
tijdens zijn ultieme hellekoers heeft gedaan,
ik keek toen machteloos toe en zag hoe mijn vadergeluk
als een purperen zeepbel uit mekaar spatte,
de dood van deze kleine renner als ongenadig offer
dat de hoog geprezen Abraham beschaamd achterlaat,
het zwaard in de hand, dankbaar voor een goddelijke genade.
Diep onder de zwarte aarde van Le Nord
kijken dode mijnwerkers toe, onbeweeglijk en stil,
Jean Stablinski alleen leeft er nog verder,
Roubaix als tabernakel en altaar van de koerstragiek.
En de zege van de goede gele Visma-man.


































