Ode aan Gijs; onze onbekende soldaat

Hij komt uit Ruurlo in de Achterhoek 
of wat dacht u? 
Hij is 1.90 meter lang en slank en blond 
als een jonge snaak 
en klimt gezwind over de bergen 
maar ik voorspel het u nu al:
Gijs L. blijft geen onbekende soldaat 





Op weg naar Rapallo

-In memoriam Wouter Weylandt (1984-2011)-

Het kaarsje dat ik brandde toen je daar zo plots
op asfalt lag smeult zachtjes na. Een hard hoofd,
maar niet het jouwe. We zullen om je rouwen.

Plaatsnamen zoemen. Middelburg. Juist een jaar
geleden won je daar een etappe in de Giro, ook
een derde. Maar tevens Nokere. En Valladolid.

We zien je daar nog staan. Onder je kuifje wuif je
met je ogen een zegelied naar huis. Kruibeke.
Gullegem, weer Gullegem. Sint-Niklaas, Ichtegem.

Je moest hier niet eens zijn. Je zou naar de Vuelta.
Rapallo bleek te ver. Waarom denk ik toch vooral
aan tuinmannen en Isfahan? Ik wist niet echt dat

er zo veel bloed uit jonge hoofden stromen kan.


Bert Bevers

Thomas

Niemand die de koers
zo mooi buiten de lijntjes
kleurt - strijder met lust




Veilige haven

gespierd lycra, naakt als een speer 
prikt gaten in de glazen droom 
van een immer demarrerende wereld

een staak wuift staand op de pedalen 
strak in zijn eigen eeuwigheid
met de ijzeren geest van cortenstaal  
terwijl roest in de luwte houvast zoekt  

terwijl jong geboren pelotons zwelgen 
in verhalen over oude veldwegen 
juist op het moment dat jij de stilstand

laat piepen tussen puntige kasseien 
soms, heel soms gebeurt een wonder:
niet jij fietst, maar de aarde draait


Tom

Niks zo kloterig
als bergop uit je dromen
gereden worden





Buiscommandeur

Een buiscommandeur 
past niet meer
in rennen met een fiets
heuvel op, de kwhelling af
een schijfrem! da’s pas sterk  
rubber op een stalen velg
heeft ooit gediend 
voor al het vuile werk
Maar nu zweet  
een carbon buizenstel
achter mijn metalen vlerk
Ik lach mijn duizend dromen 
van bloemen 
en een schouderklop
als carbonisch trappelend ongerief
mij voor moet laten 
op de top








Faucon Remco

- Luik-Bastenaken-Luik 2022-

Met Remco Evenepoel gaan Schepdaal en
Brabant in haast niet te evenaren stijl en
met ontembaar stoute trots in vurig Luik en
brandende triomf over de meet:
de karakterkop beloond, de benen harmonieus en
in soepele cadans, het blauwe alfamannetje 
eindelijk beloond voor zijn tonnen aanvalsdrift,
Remco is nu helemaal ge-Redoute-erd,
in zijn lichtbruine ogen brandt het vuur
waarmee hij door het peloton en leven rijdt,
klassenman pur sang, temmer van een valk
die hoog op zijn rots roofvogel zit te zijn
maar dan braafjes op de leren want komt zitten.

En finaal het kompleet Belgisch podium met
een winnaar die ongegeneerd de Brabançonne zingt,
een knappe solidaire geste in een verdeeld land
van een renner die zich -Caesar indachtig-
tot de dapperste der Belgen en
de ganse wielergekke natie kroont.
Merci Remco, merci.


Le grand naturel van Dylan Teuns

 -Waalse Pijl 2022-

Wat 'n coureur, wat 'n guitige snoet:
boven op de Muur van Hoei stonden Les Belles Filles
achter de ongenadige dranghekkens te glunderen, 
Dylan maakte hen blij met zijn helderblauwe ogen en
het o zo koddig taaltje dat bij hem altijd naar meer smaakt.

Wie gunt zo 'n joviale gast de zege niet ?
Oud-strijder Valverde toverde zijn plezantste blik
te voorschijn toen hij het podium mee kleur gaf,
bijna 43 maar fris en monter als een klimmend hoentje
op vertrouwd terrein, Hoei als top-biotoop
voor een gans perk zegebloemen.

Kijk naar hun postuur: knokig, pezig, scherp als messen,
de jukbeenderen als kapstokjes voor de glimlach.
Zo eenvoudig mooi kan koers zijn, zo sierlijk kuiten
waarop je vergeefs naar een gram vet zal zoeken.

En ja, Rus Vlasov stond er als derde wat beteuterd bij,
wie weet met in het moegestreden achterhoofd
de Kremlin-tirannie waartegen hij als renner
geen verhaal heeft, laat staan schuld.


Dylan

Zijn geheim - blijven
dromen tot ook je benen
erin geloven





De vliegende Hollander

Op de dreigende klanken van drama-queen Wagner
zweeft Dylan van Baarle als een Hovercraft
over de kasseien van Camphin-en-Pévèle en
het Carrefour de l' Arbre, een onstuitbare Hollander
die ook is geliefd bij de Belgen die normaal gezien
blijven haperen bij oranje gekleurde kaas en tulpen 
wanneer een Noorderbuur zijn zegeklauwen uitslaat.
Na hem het immer troosteloze défilé der geklopten
met vechtende Van Aert als een uit de coronadood verrezen feniks,
de verrassend sterke Tom Devriendt-met-hoog-rockstergehalte,
Lampaert die door een stomme toeschouwer over kop ging en
dan maar op het stadiongras wat met zijn zoontje stoeide,
een ontwapenend beeld dat de koersoorlog deed vergeten. 

Niet zo ver oostwaarts de gruwel van een echte oorlog
waarbij de Hel van het Noorden helemaal verbleekt,
de zon genoegzaam in de rennersruggen klauwt en
haar verblindend licht door plastic brillen ziet gedempt.
Vandaag geen kloterige modder die de karakterkoppen
tot een bruine mascaramaskerade transformeert,
geen metamorfose van een sportieve Ovidius op carbon.
De kilometerslange processie van grauw en grijs porfier
wordt royaal en sacraal in kop en spieren geëtst ,
de piste van Roubaix één dag als Hoogmis van de koers,
met één man die wint, het troosteloze In Paradiso voor de rest.


Elisa, signora della Roubaix

Geen heidens openstaande hemelsluizen,
geen modder als manke mascara op de gezichten,
geen wind die wielen wild en wankel maakt.
Francesco Moser deed het haar voor
met de Italiaanse trui om de lenden:
Roubaix buigt zijn betonnen pistehoofd
voor signora Elisa Longo Borghini,
met haar naam uit een gedicht van Petrarca
vandaag de enige ware Reine des Classiques.

Het mythisch anachronisme van de koers
buigt nederig voor de duwende dames 
die zich niet als bange wezels terugtrekken
voor de in de Franse grond gegooide kasseien,
hier en daar schachttorens van gesloten mijnen
in dit platgeklopte landschap van de arbeid.
Nationale Lotte schudt in het Carrefour de l' Arbre
nog even kort en krachtig aan de boom maar
moet het eervol stellen met plaats twee,
de sierlijke vogel uit Piëmonte was gaan vliegen,
Sporza Ruben besluit plastisch met haar zege als
'de vreugde van een vrouw uit de laars' te omschrijven,
ver weg de stiletto's, hier heerst de pracht van kracht.

Zou naamgenote en legende Jeannie Longo 
Elisa aan het werk hebben gezien ? En zal vanavond 
naast een kopje Segafredo koffie ook prosecco
worden gedronken ? Trek trakteert toch !


Haspengouw

de maandagse rust
in betonbaanland - ik fiets
mijn hoofd vol bloesem




An American dream

- Magnus Sheffield wint Brabantse Pijl-

De jeugd die zegeviert met een uit de States
overgewaaide tiener: er zijn geen zekerheden meer,
een moedige president die al lang gepensioneerd
had kunnen zijn zendt naar koersland zijn zonen uit
in de sprankelende figuur van Magnus Sheffield die 
in de heimat van de Belgische superdruif Leopold
een magnum fles champagne mag kraken,
bravoure van net geen twintig in een wedstrijd
die Brabant spijts de regen in vuur en vlam zet.

De jonge Grenadier zorgt dat Ineos na de Amstel 
opnieuw aan het feest is, na Kwiatkowski kan  
Pidcock zondag de kasseien aan flarden koersen,
het kleine Britse haantje met de stoute oogjes
is in staat om op de piste van Roubaix triomferend
over de witgewassen finishlijn te flitsen,
weg modder en stof, het barstend bot gespalkt,
de schedel van de porfierschokken bevrijd.


Prijs

 

Alexander de Noorman

-Kristoff wint Scheldeprijs 2022-

Kristoff kucht eerst de micro tegemoet en
hoest daarna de uitlaatgassen uit zijn afgepeigerd lijf:
de oude krijger heeft zojuist de jeugd geklopt en
geniet zichtbaar van zijn zege zuiver op karakter 
in een landschap dat naar wind en regen ruikt.

De bonkige body heeft zich vooruit geknokt
in een race die aan oude koersen denken doet,
zo worden ze vandaag niet meer gemaakt,
renners die nooit kapotgaan en zich hullen
in een jas die tegen ijs en hitte is bestand.
De groeven in Alexanders' kop wijzen naar 
verleden en voorbij en de vele veldslagen
die hij met bravoure heeft gestreden,
koppig stampend op kasseien en beton,
de handen als knotsen rond het stuur,
koersende knotwilg uit het Hoge Noorden.

Misschien moet er een fjord naar hem worden genoemd,
een waarin hij later op een waterfiets voor eeuwig en
altijd rondjes rijden kan, de blauwe ogen op oneindig.
Ach, geef mij maar meer Alexander Kristoff, 
meer van dit soort vredevolle Noormannen die 
- o gekke koerscontradictie in terminis-
zelfs overeind blijven als ze vallen.


De Ronde van Vlaanderen 2022 in stereo

 -I- Poupou Parle

-pour Mathieu, son petit-fils,
grand dans le Tour des Flandres-

Une renaissance chaude
tout haut dans le ciel et paradis
de l' histoire du cyclisme:
le plus célèbre grand-père mort
du peloton moderne dit
-les larmes dans ses yeux-
'Bravo mon Mathieu bien aimé
 pour votre grand numéro
que moi j' ai jamais réussi.
Bravo et chapeau.'


-II- Lotte trekt groot lot

Kopecky, een oersterke naam die eerder
aan hard labeur in een Limburgse mijn doet denken
dan aan een Belgische tricolore vrouw die
met kracht en bravoure in Oudenaarde
in de spurt haar gram haalt, een zinderende zege
in zwartgeelrood die alle tandeloze papieren leeuwen
in hun schamel en vergankelijk vel doet verbleken.
Het moet gezegd: met dank aan ploegmate Chantal Blaak en
dat ander Hollands monument Annemiek Van Vleuten,
twee sierlijke dames met huizenhoge faam,
vandaag onderdanig werkend en buigend voor
de pure brok natuur die liever met de pedalen spreekt
dan met de bescheiden tong die na een zware koers
hoogstens de pijn verzacht, de vreugde kleur geeft.


Klimmen

We klimmen.Het laagland dateert
van langgeleden. De lichtstad een verre schim
uit een onaangeroerd verleden.
Veel meer hoogte kunnen wij niet krijgen
dan waar we nu al zijn. Fietsen dient
allang niet meer om ons te verplaatsen

maar om traag en lijdzaam hogerop te kruipen.
Als uit het niets komt kramp tot achter
Onze oren zitten. Alle klieren krijgen koorts.
Het gezicht verkrampt, de grimas, de pijn,
het lijden. Doortrapt en uitgewoond.

Als stervende zwanen, zo mooi gaan wij kapot.
Gemaakt en voorbestemd om niets dan
stukgetrapte schoonheid uit te dragen.


Paul Rigolle

Zo heb ik het leven het liefst

Zo heb ik het leven het liefst
als je zomaar op een zondagochtend
met je vrienden fietst
met het zuur
    dat
    langzaam & snel
    je neus uit
    & benen in
    kruipt
    als een waarheidsserum
    op zoek naar het ene plekje
    waar fietsen altijd
    het meeste zeer doet
Met de altijd te koude wind
Te altijd tegen ook
Aanklampen!
dat doen we
Aanklampen
aan ons tandvlees
komt dat zien mensen!
ja u daar!
mijnheer met die hond!
ik toon u
mijn prachtige tandvlees!
aanklampen doe ik
Nog maar een klein stukkie
Tot daar, tot aan dat dijkie
Vlakbij dat woonwijkie
bij Vlist
    (waar je bij die knotwilg,
    tegen de wind in pist)
Daarna gaan ze wel
wat zachter,
die fietsers die ik net nog
    (ten onrechte)
mijn fietsvrienden noemde
wij allen zijn hier gebaat
bij een barmhartige God die bestaat
wanneer
stante pede
mijn smeekbede
wordt verhoord
& onze fietsrit wordt verstoord
als de kopman nu zou roepen
(ergens langs de Lek):
lek!

Ja,
Zo heb ik het leven het liefst
als je zomaar op een zondagochtend
met je vrienden fietst


Zwarte parel Biniam Girmay

 In mijn bescheiden en beperkt Afrikaans koerskopje
zat tot vandaag slechts één naam: Abdel-Kader Zaaf,
de legendarische Algerijn die in de Tour van 1950 laveloos
aan de wijnfles ging, tegen een boom in slaap viel en
daarna in omgekeerde richting fietsend verder zwalpte.

Tot vandaag: een gulle zon over Flanders Fields waar
duizenden mannen als mussen uit stukgeschoten bomen vielen,
een inferno dat nu in Oekraïne een gruwelijke echo krijgt;
tussen bleek- en bruinhuiden op koersfietsen flitst
een sierlijke zwarte renner uit Eritrea victorieus
over Killer Kemmel, Strade Bianche-afkooksels en
de nog altijd gevreesde en onverslijtbare kasseien.

A new star is born, Biniam Girmay, koersgekke Afrikaan
die geen nood heeft aan tijd om zich hier aan te passen
maar in Wevelgem meteen in de klassieke roos mikt,
donker geschenk uit een staalblauwe hemel,
de schittering van hagelwitte tanden in de zon.

Ver weg, in Asmara, wacht zijn grootste rijkdom:
vrouwtje Saliem die kleine Leila in de oren fluistert
dat papa Biniam in Flanders Fields met klaprozen zwaait.





Bevoorrading

De ochtend belt aan in koerskledij, 
het huis leunt tegen mijn fiets,

over de bedrand hangt mijn voet,
het lijf maakt een plaatselijke ronde.

Een secondespel, voor jij je weer
in het bed laat uitzakken.

Wanneer je ontsnapt in de deuropening,
hou ik de pedalen stil,

je moeder wacht bij elke top, 
ze zwaait met een volle bidon.

Voldaan duik je het dal naar de keuken in,
op racefietsschoenen strompel ik achter je aan. 

Er is koffie en kopwerk te doen. 


Milaan - San Remo 2022

In deze koers moet je lang kunnen wachten
tot op de top van de Poggio.  
De kleine Tom Pidcock kon het niet.
De lange Filippo Conca kreeg een kramp. 

Allen verloren met animo van zichzelf.
Ook de twee beroemde Slovenen.  
Alleen de derde Sloveen stortte zich 
als een sperwer op de eindmeet.    
 

Nachtrenner

Duik de stad in
als een renner die aan zijn eerste grote ronde begint.
Draag de maan als rugnummer. 

Doe je vermoeide benen uit, bestel nieuwe aan de toog.
Het hart heeft een hongerklop. 

Vecht op dansvloeren tegen de tijdslimiet
met jouw lijf en het hare.

Kom jezelf in het donker tegen. Zwaai.
Het is de nacht op een fiets die huiswaarts keert.

Tik op jouw gps de coördinaten van de liefde in,
de bloemen verdelen ze later.


St Pieters-Lille, 15 maart 1971

(over wijlen Jempi Monseré)

Omdat je dacht dat het leven een succesverhaal was.
In korte broek nog, dwepend met een lachende engel
die in Leicester zegevierend over de streep reed.
Een bengel, zo sierlijk en zo soepel, een god op de fiets. 

Omdat je, in een roes van devotie en emotie, geloofde
in een onsterfelijke kampioen die won en won en won.
Tot je, niet eens zeven maanden later, de foto zag
in de krant. Een renner in regenboogtrui, koud

op het koude beton. En je plots besefte: na dit alles
volgt nooit nog iets. Blijft dood onherroepelijk dood.
Languit en vleugellam, een streepje bloed langs de wang.
Nooit kleurde een zwart-witfoto zo rood.


Patrick Cornillie

34 - 50

Ik sloeg een gat in mijn dromen 
toen ik de berg als een pater beklom.

Het staal van mijn vork 
heb ik geruild voor carbon.

Op alle flanken heb ik gepatineerd, 
vlaktes heb ik bedwongen op het grootste verzet. 

Op kasseien heb ik mijn ziel
uit de wind gezet, 

voor de liefde heb ik meermaals
het hoofd gebogen. 

In de verte heb ik nooit een eindmeet gezien.


zondig

het voelt zo zondig -
fluitend een berg op fietsen
op een e-bike


***

Tijdens de week ontglipt ze me,
zoals het wiel dat altijd voor me uit rijdt.

Ze vult bidons 
met geduld, maakt ovenschotels

chasse patate, mijn gebreken 
scheert ze glad.

Op zondag vertel ik al mijn kadermaten:
voor haar ben ik carbon.

Straks gaan we slapen, zij en ik
zoals een fietsschoen in het plaatje klikt.


Bultetappe

(Vuelta 2009, 2e etappe: Zutphen - Venlo)

Het pad naar warme Spaanse wielerdreven
voert dwars door Zutphen over meen'ge kei:
daar stuitert menig fors geschapen dij,
hoor toch de kiezen op elkander beven!

Maar hiermee is het leed geenszins voorbij:
het fietsersrad van onfortuin draait rap
de IJsselkaai op - en met elke trap
komt Zutphens zwaarste klim nu naderbij. 

De top bevindt zich in een lage wolk
en tussen hagen van uitzinnig volk
geven de renners hun pedaal van jetje
en grimassen van elk allooi ten beste

van louter vreugde maakt de voorste gesten:
hij was 't eerst boven op de Bult van Ketjen


Racefiets

Mijn vader kon met handen los.
Hij hield ze meestal op zijn rug gekruist stand-by.
Zelfs bij een haakse bocht dwong hij 
met zijn gespierde jongenslijf zijn racefiets
in de juiste richting. Hij wist de ogen 
van veel meisjes in de buurt op zich gericht.

Mijn moeder raakte zwanger toen ze achttien was.
De fiets werd door mijn vader voor een kinderwagen
ingeruild, bravoure voor plichtsbesef,
een hoge prijs, maar ik besta
als tastbaar uitvloeisel van vaders stuurmanskunst
en dit gedicht is van zijn stuntwerk het bewijs.


Van de hel naar de hemel en terug

-Fabio Jakobsen wint Kuurne-Brussel-Kuurne-

Twee jaar terug: een massaspurt in Polen
waar mensen nu op adem komen nadat ze
in hun land de kogels en kanonnen zijn ontvlucht.
Een renner denkt dat hij in het wild mag schieten en
laat Fabio ontploffen op het ongenadig zwart asfalt.
Dit is koers die plots tot een hel wordt omgedoopt,
de bijna dood, een lichaam dat aan flarden vliegt en
daarna traag opnieuw zijn oude vormen krijgt.

Vandaag in Kuurne schiet de herstelde renner
als een blauwe schicht de overwinning tegemoet,
voorbij de grote oude pijn, de kwetsuren opgedoekt.
Deze zege wordt hem in het peloton door iedereen gegund,
de geklopte Caleb Ewan lacht zijn vriendschap bloot en
ziet hoe Fabio naast hem terecht te pronken staat,
een gevallen engel die zijn vleugels heeft teruggevonden en
zoals Ikaros -maar dan zonder val- naar de wolken vliegt.

Maar dan keert het drama Polen plots bij hem terug,
daar waar alles voor hem bijna stopte ziet hij
opgejaagde vrouwen en kinderen die stil wenen
maar er nu de warmte krijgen die hen in Oekraïne
samen met hun mannen en vaders is ontnomen.

De winnaar buigt in Kuurne nederig het hoofd en
zegt dat hij beseft hoe groot de vrijheid hier wel is,
nog even en tranen doen hun verlossend werk,
zie de uit zijn as verrezen feniks op carbon.


Wout

van koersen krijg je
een groot hart - op de juiste
plaats in zijn geval





De kampioen en de oorlog

 -Wout Van Aert wint De Omloop Het Nieuwsblad-

De kampioen is heel even Churchill
wanneer hij het vredesteken maakt en
in Ninove zegevierend over de meet rijdt.

Wat later straalt de nationale driekleur
als nooit voorheen: een renner die ongeremd
tegen de terreur van een Kremlin-tiran ingaat
is niet alledaags, terwijl Oekraïne kreunt en bloedt
herleidt Wout de koers tot pure bijzaak,
het timbre in zijn stem klinkt gedecideerd,
dit is geen vooraf ingestudeerd nummertje
van een verwende en verwaande kampioen
maar scherpe taal vol onbegrip en medeleven.

In Kiev vecht een gewezen topsporter
dit keer niet met zijn gelauwerde vuisten
maar met een automatisch geweer waarmee hij
zijn volk tegen de nieuwe Stalin wil beschermen:
Vitali Klischko als de burgemeester-soldaat met
naast zich Volodymyr Zelenski, ooit gewoon komiek, 
die nu ook van geen wijken weet en groeit
in zijn rol als president van een gefolterd volk.

Onze grootse renner gaat na het podium
schuilen in zijn veilig familiecocon, de warmte
van vrouw en zoontje als betrouwbaar schild
voor de boze broosheid van zijn vredesteken.

Chapeau, Wout, je hebt me echt ontroerd.


Surplace

Die naast mij rijdt, die tijd vertragen kan
tot een surplace, die mij verleidt
tot een gedicht in wankel evenwicht
dwingt mij op kop.

Krampachtig stilstaan is de prijs
die ik betaal om wat zich aandient
vast te houden tot wij bezweet en uitgeput

de sprint aangaan: een krachtmeting
die ik altijd verlies omdat ze mij laat winnen.


Rijmpje

al doet mijn lijf
geregeld zijn beklag

fietsen is afzien
met een glimlach


Tifosi

Bewegend vóór de camera
schuiven in tijd en ruimte
groen en wit en rood voorbij

het zit ‘m in het hoofd
niet minder dan in benen

wachtend langs de weg
staan urenlang reikhalzend de tifosi
om één ogenblik ondraaglijk kort
een rugnummer te zien
gespannen spieren of een trui
van zijde aan te raken in een bocht

nu in de tuin te liggen, uitgestrekt
en zonder pijn die in de kuiten kruipt

het sterven is begonnen
zoemend in zijn oor
warm bloed kleeft in de holte
van zijn open mond
die als een wond niet dicht zal groeien


Massage na de koers

Gelaten laat hij zich gaan onder haar
warme handen die kneden waar 
vastzittende pees en spier kromgetrokken
klitten aan zijn verkrampte poten

op de zachte bank waarop hij gestrekt
zijn hele lijf ontplooit gevangen 
in haast spastisch krimpen totdat zij 
gevoelig plekken vooreerst ontzuurt

daarna met knakken van weerstand
wroet tot aan een volgend knooppunt
en wringend knedend gladjes knijpend
toewerkt naar een vers gestreken lichaam

om het beulswerk opnieuw te moeten leveren
in de wrange onderbuik van het peloton
nooit goed genoeg voor palm of prijs
dezelfde angstdroom voor hem dag en nacht

maar nu komt hij omhoog en doezelt even na
nader blijkt hij tot zijn eigen lijf gekomen
ontdaan van strak bevroren strengen voor even 
verlost bevrijd ontplooid tot aan een volgend 

volledig ondergaan 


De performance die aan de slaap ontsnapt

in de buitenkamer het druilerig geknotte weiland
in de binnenkamer de fiets aan de rvs-wilgen

      de strijd

voor een opgeheven vinger buigt het frame niet
de kabels verstrakken naar honderdtachtig graden
zo’n racer bezit geen antenne voor seizoengevoel

zonder dralen draait de zwakste schakel mee
en wil het banddiktes trekken op koude polderlakens

je redt nog net een schimmelachtige drinkbus
je laatste knuffel in je geordende winterkamer
voor meer is het te laat

de schijven draaien, het stuurlint kwispelt, de afsprong
van de wand en… hij staat!
de echo voedt de onrust in het trillende balhoofdstel

      het verzet

geen cliché van licht aan het eind van de tunnel
wel een open deur naar de stip aan de horizon
niemand meet immers de maat van gestage regen

je schenkt jezelf een schuimende cappuccino in
want waarom zou je
het podium van een opgesloten pinarello breken


LE GRAND FUSIL

of Eros & Thanatos in de koers

-denkend aan Jacques Anquetil en Raphael Geminiani-


'Het feit dat je seksuele prestaties minder zullen zijn doordat
je vaker op de fiets zit heeft alles te maken met het traditionele
smalle zadel van een racefiets. Menig racefietser weet dit allang
maar al te goed. En recentelijk heeft Dr. Irwin Goldstein,
een internationaal erkend erectiestoornisdeskundige,
dit bevestigd in zijn onderzoek'.
Drs Chris Coster in 'Erectieexpert.nl'


Dit wordt een mini-Hooglied van Salomo
door Yvette Horner in haar musettehemel
met kwieke vingers uit haar accordeon getoverd,
de wulpse rode haren als een amoureus vuur
rond de hoofden van heetgebakerde dode wielerhelden,
haar compatriotes Anquetil en Geminiani op kop.
Uit mijn Vlaamse klei borrelt bescheiden erotiek op
die door Hollandse invloeden kwistig werd gevoed,
de Jannen Wolkers en Cremer fier en koortsig op kop,
twee taalreuzen in het bekakt literair landschap,
mijn oude vriend en buur Louis Paul Boon
danst in zijn Aalsters graf een morbide tango
met zijn godin Jeanneke wanneer ik ongegeneerd
inspiratie zoek in Mieke Maaike's obscene jeugd:
Boon die zelf niet met de fiets kon rijden en zich
dikwijls op zijn whiskydronken beentjes waggelend
door het voor hem veel te zware leven ploegde.
Sorry, beste lezer, voor deze literair getinte intro
waar doortrapte koersliefhebbers meer dan waarschijnlijk
de afgetrainde scherpe schouders zullen bij ophalen,
maar noblesse oblige en deze eerzame wielerdichter
levert nu eenmaal vaak een schijn- en schrijfgevecht
tussen de Koers en de Schone Letteren, een strijd in stereo
die geen winnaar kent en geen verliezer.

De liefde heeft met haar talloze tentakels
van in de wielerprehistorie koers en renners
met verleidelijke kersen op de taart bedacht:
de podium-Misses waren evenwel nog niet geboren,
je zag toen hooguit een lang gerokte dame
die langs de weg of op de piste opvallend sierlijk
met een parasol de zon uit haar ogen weerde.
Ach, de renners uit die late 19eeuwse oertijden
met hun slobkousen en grauwe wollen truien
waarrond reservebanden werden gebreid:
ze waren niet bepaald attractief of knap door
het snot dat in hun moustaches lelijk huis hield.
Maar na urenlang onmenselijk koerslabeur kenden ze
in hun dorpen en huizen gegarandeerd de liefde
die hen door hun Penelopes werd geschonken.
Al sneuvelde reeds voor de eerste wereldoorlog
een Tourwinnaar op het veld van amoureuze oneer:
René Pottier, anno 1906 de eerste heerser op
de Ballon d' Alsace -zijn portret prijkt er
op een glanzende porseleinen pose op de top -,
mooi van kop met zwarte krullen en een snor
om U tegen te zeggen, late Gallische krijger
op een knoestig en knarsend ijzeren paard,
een uitvergrote sportieve versie van Asterix.
René die zich kort na zijn Tourtriomf verhangt
aan een haak waar normaal gezien zijn fiets aan thuishoort,
passioneel getormenteerd en genadeloos getorpedeerd
door ene Marie Hubert, son épouse infidèle.

Geef me dan maar het intens beleefd amoureus tumult
waarmee Monsieur Chrono zijn koerspensioen inkleurde:
Anquetil legde een puzzel van beminde vrouwen
waarin een kat haar jongen niet terugvond,
zijn stiefdochter en haar schoonzus passeerden
niet alleen met los gereden benen de revue van zijn bed,
de zaadcellen van de warmbloedige Normandiër deden
bij hen ook niet vruchteloos hun voortplantend werk
zodat de stijlvolle tijdrijder ook hier rivaal Poupou
met meer dan een straat voorsprong klopte.
Toen ik in Quincampois piëteitsvol stil stond bij zijn graf
had ik niet alleen de meest stijlvolle renner ooit
voor ogen maar ook de gedreven alkoofridder die nu
verder leeft in een buitenechtelijke zoon en dochter.
Wie zijn nogal hitsig geconstrueerde stamboom
wil ontcijferen kan terecht hij het gerenommeerde Grasset,
de Parijse uitgeverij van 'Pour l' amour de Jacques'
waarin Sophie -zijn eerst verwekte liefdeskind-
deze love story haarscherp uit de boeken en broeken doet.
Wie dit zonder het boek te lezen nu nog allemaal secuur
op een rijtje kan zetten is de intussen behoorlijk stokoude
ploegmaat Raphael Geminiani, bijgenaamd 'Le Grand Fusil',
een strijdvaardig pseudoniem dat hij officieel
aan zijn buitenmaats reukorgaan te danken heeft maar
dat volgens ingewijden eerder te situeren valt in de sferen
van zijn uitzonderlijk groot lid, een vleselijk wapen
waar hij -honi soit qui mal y pense- graag mee uitpakte.
Vergeten we niet dat Raf-met-het-Grote-Wapen begin jaren '70
de Parijse Miriam De Kova, zangeres, hoerenmadam,
cabaretdanseres en rijke weduwe van een Griekse miljardair,
tot het sponsoren van een wielerploeg bewoog.
Een wederdienst voor zijn haast zekere bewezen diensten ?

Van dit erotisch klasserijke Frans rennersduo
is het maar een korte rit naar de Campionissimo,
Fausto Coppi die net als Anquetil bij een doktersvrouw
de liefde vond, alsof deze dames meer open staan
voor coureurs die speedspuiten weten te zetten,
O eed van Hippokrates die afbrokkelt en in rook opgaat
bij zoveel explosieve kracht van ordinaire rennersbillen
die bruingebrand tussen maagdelijk witte vrouwendijen
hun meest succesvolle beklimming beleven.
Het warme oog van Fausto viel op 'La Dama Bianca'
die hem in Lugano opzichtig de wereldtitelkus bezorgde,
het schijnheilig-devote Italië zag daarna zelfs de paus opdraven
om een ex-communicatie over de renner af te roepen
wat niet mocht baten want Coppi dumpte zijn Bruna
-een naar het schijnt koele kikker- voor de mooie Giulia,
een switch waartegen zelfs het Vatikaan niet was bestand.
In het hemelpeloton zit Coppi nu devoot naast Bartali,
minnaar en monnik eindelijk vredig na de roes verenigd,
hun karakterkoppen geprent in het doek van Veronica.

Misschien houdt Jean Robic hen daar wel gezelschap,
de koerskobold die in mijn geboortejaar één keer
de reuzen van de Tour onder zijn dwergduim kreeg,
Robic met de potsierlijke en veel te grote lederen helm
wat hem de weinig vleiende bijnaam 'tête de cuir' opleverde,
zo weggefietst uit een wereld waarin schoonheid
nog niet was uitgevonden en alles krom en lelijk oogde.
Zie de avond waarop hij door zijn lief bedrogen werd en
zich daarna tegen een vrachtwagen te pletter reed,
zijn lederen kopje tot een rommelige hersenbrij herleid,
einde van een koersdwerg die grootse dagen en daden kende,
o drama en noodlot dat ook Tourwinnaars niet spaart,
remember Faber, Petit-Breton, Lapize, Coppi en Ocana.

Om van de Italiaanse springveer Pantani nog te zwijgen:
ooit spelend met de hoogste toppen, daarna verzwolgen
door de kolken van een woeste amoureuze zee,
zijn eenzame dood in Rimini, Hotel Le Rose,
in een duistere kamer waar platgemepte vliegen
het enige versiersel aan de muren waren.
In zijn kale knikker de Deense paaldanseres Christina
op wie hij hopeloos verliefd was geworden,
de dodelijke roes van een rat die verslaafd is aan knagen.
De Piraat die zich met pillen in een rennerloze koers
zonder kans op een zege eenzaam te pletter rijdt,
een dwaze drift als ultiem opspoorbare doping.
Dan spring ik liever op de kar van zijn rivaal Armstrong,
Lance die in zijn zeven Tourgele jaren en ook daarna
nooit lang bij dezelfde vrouw bleef plakken
maar behendig van de ene naar de andere col wipte,
een Texaanse acrobaat op het slappe liefdeskoord.
Toen ik in het Morzine van de Dauphiné
via copain Johan Bruyneel bij hem op audiëntie mocht
zat toenmalig liefje Sheryl Crow beaat naar Lance te kijken.
En te luisteren naar het sarcastisch taaltje waarmee
hij over haar sprak, zij, frêle zangeres verdwaald
op het loodzwaar en hobbelig parkoers van The Boss.
Was ze maar wat meer kraai dan Crow geweest,
wat meer krassend tegen zijn venijnige demarrages
met de tong waar hij een niet te benijden patent op had.
Misschien zingt Sheryl nu, vele jaren later, haar song
'My favorite mistake', een pijnlijk nostalgische echo
van haar kwelende sidekick-jaren in het peloton,
een episode met keurig afgemeten epo-shots,
makkelijk verteerbare kost voor rijke roddeltante Oprah.

In dit bescheiden privé-défilé van wielererotiek sla ik
bewust de poepsimpele escapades van Thomas Dekker over
-lees zijn verhaal en het zaad komt je de strot uit -,
de voor de hand liggende verwachtingsvolle Eros Poli,
Eddy Planckaert die ooit verklaarde dat triomferend
over de eindmeet gaan hem wel eens 'n orgasme bezorgde,
mooie Mario Cippolini die de primadonna's als vliegen
van zijn gestroomlijnde playboybody af moest slaan,
Rik Van Steenbergen die me als eregast op de presentatie
van mijn roman in het oor fluisterde dat hij cito presto
met zijn pas geïncasseerde gage naar de meisjes wou gaan
-Rik die trouwens nog een onbeduidende rol speelde
in een behoorlijk rommelige en mislukte seksfilm -,
de groupies die aan start en aankomst van een koers
renners een opzichtige bobbel in de koersbroek bezorgen,
enzovoort en zo verder.

En ik zwijg Me Too-gewijs nog over de mooie kontjes
van de al even mooie jongedames op een koersfiets,
Harvey Weinstein zou deze derrières en hun draagsters
zo in een neukbare vrouwenploeg hebben ingelijfd.
Misschien is de burgemeester van Grenoble anno 1930
nog altijd koortsig op zoek naar zijn vrouw die na
de aankomst van de Tourrit in zijn zonzinderende stad
snel met winnaar André Leduq tussen de lakens dook,
Leduq ook 'Dédé gueule d' amour et muscles d' acier' genoemd.
Na zijn eindzege in Parijs beloofde hij een reeks dames
-hij ontving om en nabij de 5000 warme fanbrieven-
dat hij met hen zou trouwen, een opgeblazen toezegging
waar hij zich niet aan kon houden en die hem zelfs
een gerechtelijke vervolging opleverde.
Le beau et chaud André huwde slechts driemaal.
O tempora ! O mores !


willie verhegghe

uit: De Muur 75

Was u voor Fausto of voor Gino?

De smalle Fausto reed als een mecanicien 
op zijn machine van Bianchi. 
De brede Gino reed als een vrome katholiek 
gezegend door paus Pius XII in het Vaticaan.   
De tifosi stonden ademloos aan de aankomst 
of langs de wegen en de baan  
en zagen een Piemontees en een Toscaan 
stijgen en dalen 
in de witte Alpen of de zwarte Dolomieten
of zagen strijd en nijd
op de vlakten van de Po en de Arno. 





Getergd fenomeen

Altijd aanwezig altijd in front
zijn pedaalslag loopt achter 
zijn clickschoenen aan in snelheid
souplesse en gedurfde aanvalsdrift

zijn tegenstanders verslaan zichzelf 
bij voorbaat vertragen in verlamming
bij zijn frisse aanblik
heuvels stronken glibberige paden
of ruwe koppen scheef in de grond
hij danst hij duivelt hij retteketet 
er overheen

totdat zijn eigen lijf protest aantekent
een pijnlijk krampen ambities doorboort
verdriet zijn fans omringt door die
ontbrekende wervelwind

bij die opgezwollen ruggenspraak 
helpen slechts wezensvreemde medicijnen
rust geduld geduld en rust 
vormen hiervoor de eerste wedstrijd die hij 

nog nooit gewonnen heeft 


De renner en zijn rug

Zijn rug fietste mee in alle bochten
wroetend door modder plassend
zompig in waterig landschap
zeulend doorheen tegenwerkend zand
grommend en plooiend over bulten
naar een nieuwe finishlijn

maar het krommen van de spieren voeden 
het korset niet meer
rond wervels die in opstand komen
klagen knagen aan het machtig lijf

langzaam maar voortwoekerend    
kroop de pijn naar boven zijn kop in
zijn benen door
de energie werd weggezogen

als patiënt leeft de renner niet meer voort
dan in voorbije uitslagen
dan in bedrogen dromen 

totdat zijn rug zijn lijf weer steunt en stut
de ambities weer opwaarts stuwt op de dunne bandjes van eer


Stil

 

Jonger worden

De natuur probeert haar neurose te camoufleren
in variaties van groen waarin op twee wielen
door helden seconden worden genomen of
teruggepakt, voorschot op een verpletterende
eeuwigheid.
Mensen hebben er wat wegen doorheen getrokken
en dorpen neergegooid, een spoorlijn met wat 
bruggen, over grijsgeel water.
De natuur leeft van diepe emoties zonder haast
of spoed maar schudt de kaarten en dicteert 
het weer.
Sport moet ons raken als een pijl
die verwachtingen doorboort en aanboort
want wij willen jonger worden.


Winterklank

De eerste natte sneeuwjachten manen
menig onbeschreven blad de spieren te sparen
zodat harde benen het malen niet ontgaat

nog even en de hoogvlakte stuift tot gebalde duinen
als fjellområder samenspannen achter slagbomen
met ‘veien er stengt’ voor alle vitale organen

fjellene i Norge vragen, luisteren en eisen een klop
op het carbon van de eerste viool om te horen
hoe het klinkt, of de snaren de barre kou wel voelen


De wielrenner

-Ode aan Rini Wagtmans (en alle andere wielrenners)-

Wij lagen minutenlang een eeuwigheid
naast het parcours in de sloot te wachten
op de grote helden van de koers
Waar wij een peloton verwachtten
kwam een afgescheiden eenling op ons af denderen
de zeemleren broek strak om de dikke dijen heen/gespannen
zijn fiets als rijpaard omklemd
met een wit plukje haar tussen zwarte krullen
Rini duwde zijn wondere wereld aan ons voorbij

Wij hebben zelfs gefloten om Rini te laten winnen
en één ogenblik keek hij in onze bewonderend blik
Hij zoefde voorbij zijn kont even opwippend
alle kracht geperst uit dat solide lijf met strak geschoren kuiten
geolied lichaam en soepele tred gesmeerde ketting
wij met open monden gapend naar die souplesse

Tussen het toeterend geweld van volgauto’s
en achtervolgers roepend naar de kant
zagen wij hem nog net even voor het ingaan van de bocht
een rochel uit zijn diepe keel tevoorschijn schrapen
en spugen richting zijkant waar het publiek
de betovering van het brute fietsen van net daarvoor
verzoop in vloeken en gesmoorde kreten:

de held van zo-even verdween voorbij ons gezichtsveld
en bijna hadden wij de grond met zijn fluim eerbiedigend gekust

Zijn zeemleren kont met het witte plukje bleef voortaan
voor eeuwig op mijn netvlies staan


Kees van Meel

Gerrie Knetemann

Pas in de verste verte ligt het eind
dat zo vaak veel te tijdig wordt bereikt,
want plots een steek, besef, de Kneet bezwijkt
net als hij met zijn vrienden lekker treint

In één seconde komt alles voorbij:
Parijs, de gele truien, valpartijen,
het wereldkampioenschap, de kasseien,
die stratenmaker was een echte kei

Zijn vindingrijke tong zat altijd los,
hij lulde als een prof en schreef met zijn
‘de dood of gladiolen’ poëzie

Viel in het harnas van zijn stalen ros,
heel even is er een moment van pijn,
maar dan maakt lijden plaats voor harmonie


Leontien van Moorsel

Het samenspel van ham en kuit en knie,
daar waar de wielerkracht zich samenbalt
is iets wat Tinus opperbest bevalt;
haar ros en benen zorgen voor chemie. 

Als zij verschijnt wordt in de koers geknald
en danst zij op pedalen vol magie.
Charmant en stellig neemt zij de regie,
voor niets en niemand houdt dit wonder halt.

Maar wat te denken van het wielerleed
waarvan voorwaar geen renner blijft verschoond,
geen zucht, geen kreun, dat is nu typisch iets

waar Ties haar ware heldendom betoont.
Haar pijn toont slechts subtiel, voor wie het weet.
De rug kromt zich wat ronder op de fiets.


Achterop

Een lege bidon rollend door de berm
slijmkots drijvend in ruwharig gras
en een vrouw die onrustig wacht
op de vereeuwiging van een held
herinneren hem aan zijn blinde vriend
die de top nooit bereiken zou.

Zo is ook zijn eigen tocht een lange
lijdensweg van staties, een helse klim
naar de calvarie, een kruisweg draaiend
in het rond.

De benen trappen dan wel trager, het
hoofd maalt echter helder door - nooit
blijft hij eenzaam achter, want ook
de doden rijden mee

op de bagagedrager


Colle delle Finestre

Bloemen worden aan de streep gegeven,
meedogenloos beslist de dikte van een band
of een fiets vanuit de heupen in de lucht
vooruit geworpen. Wie het geld opstrijkt, de eer,
het aanzien krijgt, het is niet veel en toch
weer alles, om de balans te laten overhellen
van winnaar naar verslagene. Niets 
is heilig of blijft overeind, zelfs voorspellingen
deugen niet altijd.
Als ridders in een steekspel geven Di Luca en Simone
hun ziel in het stof van onverharde bergwegen,
net als in de tijd toen coureurs nog zelf
een wiel vervingen, met op de rug reservebanden,
en op de stuurstang twee bidons. 





Saint Médard - Saint Barnabé

met oprechte bewondering voor Florian Vermeersch

Je zou zo'n renner toch moeten herkennen 
aan de sterren op zijn helm
maar op dit feest van niet te tellen 
tuimelpertes en mankementen
kan een moeder haar eigen zoon 
niet meer in de ogen kijken

Zo'n Modderpoel, Vermeersch of Rutsch
tussen de spookrijders in zeven sloten tegelijk

Sint Médard,  soigneur van Koeienvlaaien
krijgt grimmig toe hoe steeds meer renners
van de kasseien schuiven
het mest tussen de tanden

Sint Barnabas van Kwade Plassen
gooit nog meer modder op de weg

Het is slapstick met een macaber randje
Het is kermis in de hel
Het regent botsauto's en motards
Dit is het kasseiencabaret van het glibberigste soort

En o het smoelenwerk op de huiverstrook
met het ingezeept verlangen naar heldendom

Het is wachten op een moeder met een washandje
en de onoverwinnelijke geur 
van Sunlight.




Gezegend (3)

Gezegend zij mijn fietsvrienden
Zonder wie ik niet langer kan
Gezegend zij hun zweet
Hun gezwijg
En hun gehijg
Vanuit hun droge holle huig
En de kromgetrokken rug
Die zich om het stuur
Heen buigt

Gezegend zij mijn fietsvrienden
Mopperend, lachend, rochelend, vloekend over bergen
Gezegend zijn zij
Die de discipline hebben van zichzelf
het uiterste te vergen
Gezegend zij hun humor
Gezegend zij hun geest
Gezegend ben ik zelf
Dat ik er weer bij ben geweest 

Gezegend zij jij, mijn fietsvriend
Jij met het luisterend oor,
Jij met het hart op de tong,
Jij met het korte lontje,
Jij met het iets te dikke kontje,
Jij die mij uit de wind houdt
Jij met het hart van goud
Jij die mijn geheimen vertrouwt
Jij die lacht
Om de foute stoute grap
Jij en ik op die open weg
Ik en jij onderweg
Ga in vrede,
met onze fietsgebeden
Want wij lijken op elkaar
Ook al heb jij geen
en ik wel haar 

Gezegend zij mijn fietsvrienden
Mijn lotgenoten, mijn bloed
Ik zie hen, stuk voor stuk
als broers
Want linksom of rechtsom:
Opdat wij nooit vergeten
Koers is Koers




Tussen Ballon d'Alsace en Leuven

De voorbije vrijdag, 24 september:
ik rijd met mijn oltimer-carrosserie-bien-conservé
de Ballon d’ Alsace op, om mij heen de adem van sparren en
in mijn kopje het zalig gevoel op de fiets te zitten
die me naar een soortement hemel voert.
Plots, op zowat drie kilometer van de groene top,
een aan ’n rotvaart dalende schicht in Française des Jeux-kleuren,
de lokale nationale driekleur rond het sierlijk lichaam
van een knap renner die revalideert aan pakweg 70km/uur:
Thibaut Pinot, te mooi om af te zien op carbon,
een prins op jacht naar liefde en herstel.
Drie dagen eerder zag ik op La Planche des Belles Filles
zijn naam oneindig veel keren gekalkt,
een koel wit restant van de voorbije Tour,
een letter- en naamrepetitie door een metronoomman en
inspiratieloze schilder-constructivist op zijn retour
op machinale wijze op het asfalt geborsteld.
 

Vandaag zondag 26 september : allons enfants de la patrie,
Leuven werd Louvain-la-Neuve voor gouden springveer Julian
die zich à la façon de la Philippe regenboogkleuren aanmeet
die o zo mooi rond dat plezante lichaam passen en
een verdiend verlengstuk krijgen spijts het boegeroep
van ons bij momenten chauvinistisch en onsportief volkje.
En de renner, hij putte daar juist nieuwe krachten uit,
aan de finish zijn geliefde, mondmasker af en aan
voor het festijn van twee maal twee lippen op elkaar.

 

Gezegend (2)

Gezegend zij onze bidons
Die onze dorst zal lessen
Die redding brengt
In tijden van droogte
En in die van nood
Want een renner kan niet leven
Van één stukje brood 

Gezegend zij het heilige water
Dat door de Heilige Bernadette
Aan de voet van de Tourmalet
Direct uit de bron
Tot ons komt
Als doping voor zielenrust
En wielerlust 

Omdat de dorst van ons renners
Schier onverzadigbaar is
Omdat op de toppen van bergen
Water of een blikje cola
Een schaarste is 

Gezegend zij onze bidons met het heilige water
uit de heilige Grot van Massabielle
Dan wel
Van de lokale hoteluitbater 

Moge de kracht
van het zuiverste water
ons reinigen
van de verbale zonde: 

wij praten immers
maar fietsen nimmer
platvloers
Gezegend zij onze bidons
Want linksom of rechtsom:
Koers is Koers


Gezegend (1)

Gezegend zij mijn fiets
Die ons hoofd leegmaakt
Van vol naar niets
Die ons de wind laat voelen
Waarvoor de wind is gemaakt
Die ons snelheid doet ervaren
Omdat lopen niet volstaat 

Gezegend zij mijn fiets
Die de deur naar onbekende wegen opent
En ons fietsers
Vurig laat hopen
Op een lommerrijk terrasje
Voor koffie, appeltaart en een snel plasje
Om te genieten van de volle zon
Die ons doet denken
Aan hoe alles ooit eens begon 

Gezegend zij mijn fiets
Die mij zal beschermen tegen boze dromen
Tegen angstige tijden
Die, zo wij allen weten,
In een ieders leven voorbij komen

Ja gezegend zijn wij
Met onze fiets,
Fietsend over het wereldparcours
Gezegend zij onze fiets
En wij met hem
Want linksom of rechtsom:
Koers is Koers


Azuurblauw leeg

De schaduw van zijn vierendertig jaren
niet meer gewend om nog te winnen,
geen samenhangende gedachten in zijn hoofd
want denken is je gewonnen geven en verliezen.
Hij rijdt als één man naar zijn doel, alleen dus,
de twijfel aan de anderen overlatend
en op afstand houdend.
Die oude spieren draaien als een grote molen rond;
elke seconde, uur na uur. Heeft iemand uitgerekend
hoeveel kilometers van zijn zeventiende af?
Hoe smaakt geluk de eerste keer?
Winnen was allang geen optie meer, een jaar niet eens
geproefd, dit kan een afscheid zijn;
berustend en, zo lijkt het, schuldbewust
steekt Bugno als een afgesproken ritueel
de armen in de hoogte.
Azuurblauw leeg. 


De tijdrijder

Hij ziet geen mens, geen mens ziet hem
vervormd tot eenheid met zijn fiets
kijkt hij niet op of om - onzichtbaar is
de pijn in de kromgebogen nek.

Het liefst rijdt hij over het hoogste punt
in het midden van de weg waar alles zwart
is voor de ogen -geen steile binnenbocht
het minste stijgen kost seconden.

Hij mist de tred van de ijlste klimmer
de kracht van een bekabeld sprinter
om zich geliefd te maken bij zij hoogveracht
publiek.

Hij is kil en ongenaakbaar, hybride, androgyn
een onbewogen draaiend mensmachien.


Stan Ockers

Van klasfoto’s lees je de tijdsgeest af:
geen jeans vol scheuren, laat staan
tatoeages, of piercings toentertijd
wel een nette scheiding in het glad gekamde haar,
een vlekkeloze trui, een das en - bij plechtigheden-
handschoenen voor het fatsoen. Er waren regels 
en reglementen.
Als een voorbereiding voor de wilde jaren, later.
Wat verder in de straat woonde het idool
van de wijk, de stad, van mij, hij was coureur maar had
gesjouwd met kolen. Hij zag eruit 
als  een prentje met zijn glimlach als een
charmezanger. Het geluk op twee wielen,
met een gekromd stuur, een zadel en een ketting,
alles gericht op simpele, soepele snelheid,
behendigheid, of sluwheid, op die manier 
droeg Ockers zijn regenboogtrui 
als een uithangbord.




Tour

Dus eerst kwam die reclamekaravaan
Zo'n bergrit duurt veel langer dan we dachten
Daarna was 't in de hitte uren wachten
En toen pas kwam het peloton er aan

Dat op het sloomste schema achter lag
Slechts het publiek vertoonde vluchtgedrag


Always

Wacht een vrouw met fiets
langs de weg - dan staat haar man
achter boom of heg




Een muur

je klimt blindelings tegen een blinde muur
een dwangbuis van slecht uitgevoerde betegeling 
het geeft aan dat de toekomst overbodig wordt
want voegen verschuiven niet, maar spoelen uit 

je klimt in het venijn van je eigen oneindigheid
houd de muur mij, zou ik misschien mogen leunen 
je hoofd expandeert, je ogen tranen dicht
niet van euforie, maar van het zweet en de frituur 

je klimt en je klimt, het leven houdt niet op
is dat de hemelpoort, een kapelletje, een wachthuisje 
van de beveiliging of wie weet van Petrus zelf

je klikt af en tikt verder te voet, de fiets als rollator
nu is het hoogtepunt geen keerpunt, je stapt weer op
je hoofd te licht en je daalt, weliswaar via de evenaar

maakt het de toekomst nog steeds overbodig 
nee nee, er is geen reden voor een tweede keer  


Renner Conrad, dichter Conrad, beiden Patrick

Het is haast niet te geloven:
de ene is dichter en esthetisch absolute top,
buiten wat petanque in Provencaals platanenlommer
zie ik collega Patrick Conrad niet meteen sportief
uit zijn keurig gestileerde sloffen schieten,
zijn vriend Hugo Claus wist nog wat echt boksen was
maar deze Patrick is met voorsprong de Meester dandy
die ooit als getalenteerde Antwerpse elitaire snaak 
in de Rolls van mama zijn stad onveilig maakte en
zelfs de hemelse Charlotte Rampling regisseerde.

En dan komt daar sinds een paar jaar die andere Konrad
-weliswaar met 'K'- stevig koersfietsend aangereden,
wielerkampioen van jodelend Oostenrijk en
van circusman Sagan de brave Bora-knecht die zich
niet bewust is van zijn dichtende naamgenoot en
eerder prozaïsch zwetend door het peloton laveert,
Pegasus en Parnassus zijn in geen kilometers te bespeuren.

Ik denk dat Conrad niet wakker ligt van Konrad,
recensies en rituitslagen zijn niet concurrentieel.
Ik, Willie Verhegghe, eis een bijna-naamgenoot,
een renner Willy die daarnaast ook Verhegge heet en
mijn gespleten koerspersoontje laat dromen
van een profbestaan op veel te rijpe leeftijd.



2 honden vechten...ect

Gouden huzarenstuk!
Outsider Carapaz
Pakte de worst in een
Sluw tactisch spel 

Koos voor de aanval met
Ecuadoranenmoed
Liet aan de topfavorieten
Het vel!
 



Tour de France

(vanuit Stein, Limburg)

ik kijk tv
groene dalen
zonnebloemvelden 
wijnrankenvelden
chateaus van naam met oude torens
St. Emilion en Pomerol
schuiven over mijn netvlies
ik steek mijn neus in het glas
ik herken ze niet
ik kijk tv
het volk staat in de bermen
en jubelt en juicht
de meet is van een solist
nog 48 uur en Parijs
is ingenomen
ik kijk tv
na de zenderswitch 
sta je in een ravage
nog steeds tot aan je middel in het water
koude door de oliebroek
verlangt naar melk en honing
het wast en wast
al uren en uren
het kolkt en beukt
tergt de dijken
neemt en ontwricht
ergens in de wanhoop
van de catastrofe ligt het begin
ik voel schaamte
mijn voeten zijn droog


Tour des Peintres 14

Domaine Degas – Square Malevitsj

Een gele trui voedt opnieuw de zonnestralen
Het is weer zo’n dag tussen de wijngaarden
De jonge Jonas Vingegaard concentreert 
zich op de schaduwen die uit de afgrond klimmen

Er is het gebarsten baanvak tussen bramen
Er is het doodlopend steegje van absint
Er zijn de kruiswegen van de kleurensnuivers 
en het landweggetje van de monochromen

Het royale gebruik van geel wordt toegeschreven 
aan het te vaak ontmoeten van De Groene Fee

Er is het felle Geel van zonnebloemen
En het geel van zand voor ogen

Jonas Vingegaard Rasmussen schildert in de velden 
van Bjerg, Hollenstein en Pöstlberger
het volmaakte witte vierkant

ongrijpbaar is het toekomstbeeld.




Helaas

Een heroïsche Tour -
de dichter heeft er helaas
geen woorden meer voor


Tim Declercq

 de John Deere van het peloton

Genesis

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was woest en leeg: de duisternis  heerste
over de diepte en de Geest van God zweefde
over de wateren. God sloeg de hand aan de ploeg
die hij uiteraard zelf had ontworpen,
er volgden zes dagen van hard labeur met daarna
dag zeven die tot noodzakelijke siësta werd omgedoopt.
Adam en Eva liepen onwennig kriskras door mekaar en
toen sprak God: er moet nog wielrennen zijn.
En er was koers nadat hij  kundig een peloton
had samengesteld: bleke naakte rennershuid
werd met een regenboog aan kleuren omhuld,
de geoliede benen glansden in de zon,
een schittering die het oog verblindde.
Maar dat peloton moest ook een kop hebben,
dacht God, een renner die de winden en 
de lucht wegduwt en zich niets aantrekt
van wat zich achter zijn brede rug afspeelt,
die zichzelf wegcijfert en de pijn koestert
waarmee hij zijn lijf urenlang ongenadig geselt.
Er zijn er die deze renner smalend 'knecht' noemen
omdat ze niet beter weten of gewoon te lui zijn
om uit hun zetel te komen, de klassieke hangbuikzwijnen
die gewoontegetrouw als beste stuurlui aan wal staan.
Te gapen.


Tim splitst de Dode Zee

Een horde brommende en knallende motoren
heeft de laatste mus verjaagd, katten en hun vrienden
de honden zijn chaotisch onder tafels gevlucht en
oude mensen verlaten uitzonderlijk hun huizen,
vergeten hun wandelstok of rollator.

Tim Declercq
Plots, tussen opwippende sintels en rubbergeur,
verschijnt een blauwe stip die een renner wordt,
een azuren speerpunt op carbon, pezig en rank,
een verdwaalde Massaï-krijger met zonverbrande huid
die glimt en glanst, een man die kilometerslang 
aan hoog tempo en met strakke cadans de dans leidt.
Zijn naam: Tim Declercq, uit West-Vlaamse klei gekneed,
daarna tot rots gebakken in de ovenhete koers,
een stuk blikken speelgoed met sleutel in de rug,
een mennende Mozes die de Rode Zee splitst.
Met elke pedaaltred vormt hij Quick Step
tot Long Step om, gulzig rijdt hij zich kapot
tegen een muur van onbeschaamde profiteurs,
zijn zweet spat op het asfalt en op de zonnebrillen
van hen die hem naamloos en gemakzuchtig volgen,
hyena's met potsierlijke helmen op de kop.
Tim beukt tot de finish in zicht komt en de hel losbreekt,
een hel waarin ellebogen en kwakken domineren.
Wat gaat er dan in Tims' hoofd om, vraag ik me af,
in het hoofd van deze Stille Kracht zonder Couperus-kapsones,
voelt hij zich een pater Damiaan op een ijzeren koersfiets,
een Moeder Theresa zonder aardse driften of besognes ?
Hij, de geboren baan- en windbreker, of zoals hij
in Argentinië oerkrachtig wordt genoemd: 'El Tractor', 
de onvermoeibare John Deere van het peloton,
gul met zijn krachten, zich rekenkundig kompleet wegcijferend
in en voor een uit euro's en dollars samengestelde horde,
Tim als Lonesome Cowboy met Marlboro-meute op de hielen,
de Lucky Luke zonder het aura van sigarettenrook om het hoofd.

Prehistorie als nuttig interludium

Ze zitten met frisse lauwerkrans in mijn hoofd,
de super-gregarios van het wielrennen en peloton
die kampioenen maakten en nu met een vergrootglas 
in de annalen van de koers moeten worden gezocht.
Campionissimo Coppi had ze zo maar voor het rapen,
hij, de Imperator Maximus via celluloid in sepia afgedrukt,
nu naast broer Serse in Castellania praalgrafrustend .
Ik kijk naar een foto waarop Luciano Pezzi Feniks Fausto
in de Tour van '51 met een fles water verfrist,
een lakei die zijn Meester devoot besprenkelt en
zo tegen de ovenhete koerskoorts beschermt.
In dezelfde dienende rol horen Andrea Carrea en
Ettore Milano thuis, godvergeten knechten van 18-karaat
die de Mythe Coppi met onuitwisbare letters
op de grote stenen Dolomietenbladzijde etsen.
Maestro Merckx en Keizer Van Looy hadden dan weer
een ganse ploeg die hen diende, Edgar 'Labieken' Sorgeloos
was de kleine pezige super-gregario voor Rik, op  zijn kuiten
kon je gemakkelijk de spieren tellen, strakgespannen kabels
die voor eeuwig rusten in het vuistdikke wielerboek.
Ik zie een stille en ingetogen Van Looy nog voor me zitten 
op het finale begrafenisoptreden van Labieken die
tussen Sassari en Cagliari ooit zijn premature hemel had beleefd,
Rik als kroonloze keizer van een intussen verdwenen rijk,
nu zijn vrouw en muze Nina er niet meer is helemaal verweesd 
in een wegzinkend Herentals achterblijvend. Atlantis wenkt.
Merckx werd op zijn beurt op handen gedragen door ploegmaats
voor wie de Kannibaal vooral een onklopbare  Teddybeer was,
ze hoefden waar nodig alleen maar een wiel of drinkbus af te staan,
de zegevierende rest knapte de Grootste met panache wel zelf op.
In onze coronatijden van veel jong en ongezien geweld mag
Tim Declercq de ultieme altruïstische diesel worden genoemd,
in en naast zijn lange brede schaduw figureren wel nog
Tony Martin en Julien Vermote die slechts één doel kennen:
zo lang mogelijk op kop rijden. En haast nooit doodgaan.

Droom of fata morgana

Ik bel Tim die op weg is om in de Ardennen in de buurt
van de col du Rosier zijn conditie op peil te houden
nu het klassieke voorjaar voorbij en historie is geworden,
zijn stem klinkt rustig wanneer ik informeer naar de reactie
van papa Karel en mama Karolien toen die de beide zonen
gedecideerd in de leeuwenkuil van de koers zagen duiken,
Tim en Benjamin als fel fietsend broederpaar in een wereld
waar het fatum der Romeinen om elke hoek loert.
En nu is er ook nog vrouwtje Tracey en kleine Marilou
die als een dubbelscapulier van dierbaar vlees en bloed
in elke koers engelbewarend met hem meefietsen,
de jonge vader kent de gevaren en klinkt behoedzaam
wanneer ik, mini-Freud, zijn gevoelssnaren bespeel.
Hij, de stoere Vikingkoning op de boeg van zijn drakar in carbon,
de witte tanden met een grijnslach getooid in de wind,
het type renner waar ik het meest van hou,
van deze dwangarbeider op de geselende kasseien en
het broeierig kleef- en klimasfalt van Alpen en Pyreneeën.
En ik zie Tim in een illusoire flits Roubaix winnen nadat hij
een ganse dag in een omgekeerde wereld heeft gekoerst:
met ploegmaats die hem 250km uit de wind hebben gezet 
om hem op Carrefour de l' Arbre uit het wiel te laten komen,
meteen 'n beschermend schild te vormen en alert te reageren
op alles wat bougeert. Tim die het opgespaarde buskruit
uit zijn dijen tot ontploffing brengt , een uitbarstende vulkaan,
een orkaan van brute kracht met de gespierde slanke benen
in een gestage cadans solo op weg naar het betonnen ovaal.
Hij reageert onwennig wanneer ik hem dit scenario serveer:
laat me in jouw plaats dromen, makker, zeg ik, sta me toe
dat ik je fiere kop met een verdiende lauwerkrans versier en
je de kassei der kasseien in de schuchtere handen duw.