WACHTEN OP EEN DOORTOCHT
De eeuwig betreurde voor het hele offer
op een fiets. Het bereikte zelfs blinden en doven.
De uitzaaiing van een gebroken ademtocht.
Zet een kruis achter iemand zijn naam en hij valt
samen met dat geïsoleerd leesteken.
Renners aan gruzelementen het went niet.
Hun penseellijnen zijn te lief voor de dood.
Hun aderbreuk bestaat uit bange dromen.
Archeologen diepen hun pad uit tot aan
het restvuur van hun zijn.
De blanco pagina van een rit terwijl er
gewacht werd op een doortocht.
Het slaat in ter hoogte van de lucht.
Een oog op winst draait nog steeds weg.
Als alles stil wordt
wordt alles luider.
In Polen was het water glad geworden.
Voor de stuurfout van wat echt niet kon.
Een hek ging neer achter de ribben.
Eerst nog gefluister dan gestameld bloed.
En op een schouder de schreeuw van de vlinder.
Gevallen helden hangen halfstok.
Nog het meest in hun truien en hun sokken.
Hoe moet hun poëzie zich voelen bij
de ontvreemding van hun daggedicht.
Dood wordt pas dood bij aankleding.
Bij het kruisen van een vloek.
Monumentenpoëzie
VENTOUX
met je blijft doen zeker als daar
geen verkleinwoorden voor zijn
als zwart-wit het in herinnering
blijft halen van kleur.
Taal plooit als het een geheugen heeft
waar pijn eerst nog eenzaamheid verdraagt
dan een doortrapt hart krijgt
tussen de kaalslag van een maanlandschap.
Het loopt nog steeds mensen in
het valt nog altijd in slagschaduw
waar het verlies van een pedaalslag heerst
tot een leven naast een lijf wordt gelegd.
Het blijf hangen het ene oog in
maar nooit meer de beiden uit
want wat je blijft zien
berg die niet onderdoet voor een rouwkapel
hondenstiel die in zijn flank sterft
eerst het zwijmelen nog
maar ook hitte had
geen medelijden.
Vijftig jaar geleden is nog altijd de tijd
dat iemand voor de top uit het zicht verdween
geel wou halen de hoogste prijs betaalde
voor het doodgaan van meer dan een luchthartige tong.
Het heeft zijn monument
het is een klimwoord voor altijd
prachtig uitzicht voor de gevallen held
nog steeds komt hij de bocht om
voor de laatste ademtocht
op de rug van de naam Ventoux.
Als hij voorbijkomt vergeet je eigenliefde
liederen voor de zegebloemen
want er zijn geen bomen op weg naar nergens
er is geen redding in aantocht
zo dus dat alles blijft strijden tegen wind en doem
dat je buigt en daarmee groet.
Wout van Aert
in De Kuil van Zonhoven en de duinen van
Koksijde. Of vertoeft hij gaarne een stonde
in Gavere, rond het kasteel Grenier.
De ontluikende lente doet hem uitkijken
naar de cipressen en landhuizen langs
de Strade Bianche, naar de Bloemenrivièra
en de iconische fontein in Sanremo.
Naar de ongenadige landerijen ook
in eigen land, de Plugstreets op weg naar
Wevelgem en de zelfkastijding op de kasseien|
richting de mythische velodroom van Roubaix.
In het heetst van de zomer wil hij wel eens
de flanken van de Ventoux bedwingen, om
vervolgens een wijle te flaneren in Parijs,
langs Montmartre en de Champs-Elysées.
Diep in den herfst echter is ’t triestig dat het
regent en spaart hij aldus de benen. In den
herfst kiest hij voor zijn binnenverblijf en laat hij
zich gewillig verleiden door Sarah, zijn sirene.
Patrick Cornillie
Het levenswerk van Wout van Aert anno 2026
Al jaren denk je: wanneer gaan deze kelk en
het fatum der Romeinen aan hem voorbij,
aan deze familieman par grande excellence en
coureur pur sang met een body en gebeitelde kop
om U tegen te zeggen.
Want geef toe: een uit mekaar gereten lies
tijdens de vleesetende Tour met daar bovenop
de Vuelta die Wouts knie tegen rotsen
deed ontploffen, een abattoir dat deed denken
aan weerloze dieren op het consumptiealtaar,
was dit echt niet van het slechte te veel?
In 1000 en 1 feestelijke huiskamers hoort men
vandaag ‘Ik heb me samen moeten rapen’,
ziet men de tranen als gouden druppels in ogen
die een ingehouden zegeroes uitstralen.
Geen uitbundig zwaaien met zegebloemen
wel die ene hemelwaarts gerichte vinger,
wijzend naar de ster die Michael Goolaerts is geworden,
een mooie jonge soldaat gesneuveld op weg naar Roubaix,
net zoals Miguel dat 45 lange jaren geleden
tijdens zijn ultieme hellekoers heeft gedaan,
ik keek machteloos toe en zag hoe mijn geluk
toen als een purperen zeepbel uit mekaar spatte.
Diep onder de zwarte versteende aarde van Le Nord
kijken dode mijnwerkers toe, onbeweeglijk en stil.
willie verhegghe
WIJ RENNERS
de ruggen en de daver over
waar een heelal van stof wacht
en het hele offer ligt.
Wat ons daar trapt is de hel
door het hart van oude namen
als Wallers-Arenberg een land
berucht om zijn archeologie
van gruzelementen.
Eens per jaar schrikken wij daar
de stilte op met onze ribben
en het peloton van onze adem
een doortocht die klinkt
tot in het walhalla Roubaix.
Zo rijden wij een monument
dat zich de eeuwen herinnert
en al eens donkermoe wordt
in de hondenstiel van de pedaalslag.
Eindigen doen wij halfstok
waar poëzie zijn ereronde plooit
rond de laatste piste van
het heldendom
daar waar de zege gewonnen wordt
door een restvuur van daden
en ook de tweede sterft in zijn flank.
Geert Jan Beeckman
Vrij naar Rinus Michels
zeg maar vredig
de aanval wordt breed aangekondigd
verkenners en waaiers van pelotons
voeren de opmars uit, springend van kei naar kei
overal loert de onbekendheid
en boots on the ground is in principe not done
een druppel olie voedt bij Arenberg de slagkracht
toch door foute inlichtingen op het slechte been gezet
in werkelijkheid een vals plat zonder dekking
en zonder logistieke aanvoer
de blindganger gaat grenzeloos door, voorbij de limiet
de meet is de deadline, bloedrood en toch hagelwit
waar soms iemand zich te vroeg op de borst slaat
je zou kunnen zeggen: slecht voorbereid
en verliest
De tweelingbroers Van Dijke
Alleen hun Zeeuwse moeder weet het.
Beiden werden geboren in Goes in het jaar 2000
en dromen ervan ooit de Hel van het Noorden
als winnaars uit te te rijden op de piste van Roubaix.
Vroeger reden ze van Zoutelande naar Zierikzee
op de Zeeuwse dijken tegen de zeewind
straks rijden ze op de kasseien naar de roem.
Maar misschien is het nog te vroeg en moeten ze
eerst nog wat zwiepen
zoals de boompjes en bomen in de noordwestenwind.
JAN RAAS IN NINOVE AAN DE START
Een ongewone koersdag, 23 april 1981
De prille lenteochtend is nat en grauw,
in Ninove waar de Vlaamse Ronde thuis is
met haar in het anders onooglijke Meerbeke
door een magistrale linde bekroonde eindmeet,
oogt eerder triest onder sombere wolken.
Maar op de grote nieuwe weg naar Aalst gommen
kleurrijke koerstruien alle winterse depressies uit,
renners staan aan de start te tateren voor
ze west- en zeewaarts naar Bredene trekken,
in hun rug trilt de zegeroes nog na die er
door Hennie Kuiper twee weken eerder
met veel panache werd bijeen geknokt.
Mirko op het stuur van Fons
Fons De Wolf staat als een jonge prins
te blinken in de witte trui waarin San Remo
nog oogverblindend natrilt: België ’s hoop
in de barre hongerjaren na Merckx neemt
mijn zoontje Mirko -een schuw ventje van vier-
op het kromstuur, een foto voor de eeuwigheid
in mijn heiligdom van vaderschap en koers.
Rondom het jongetje in lichtbruin winterjasje
de kleuren die van de wollen rennerstruien spatten:
Raleigh, Capri-Sonne, Daf-Trucks, Safir en
Boule d’ Or broederlijk verenigd in de kou en
een vestimentaire strijd die nu compleet is uitgestorven
want van deze sponsors valt in het hedendaags peloton
niets meer te bespeuren, wielergeschiedenis
met sponsors als Safir en Boule d’ Or die toen
gesteund door het zweet en labeur van renners
openlijk alcohol- en tabaksverslaving promootten.
Revue van kampioenen
Wat verderop staat Marc Demeyer te blinken
in zijn atletisch lichaam, een robuuste Adonis
met fiere Romeinse keizerskop en een koppel benen
die je vandaag bij Mathieu Van der Poel kan vinden.
De tragische Demeyer die een paar jaar later
uit het leven stapt of schrijf ik hier beter rijdt,
een pijnlijke nederlaag van het trillend rennersleven
in een hoofd dat de zwarte dagen niet meer aankan.
Vlakbij Marc kijkt de Hollandse klassieke hoop toe
vanachter de glazen van zijn ziekenfondsbrilletje:
de oersterke Zeeuw Jan Raas, eveneens begenadigd
met dijen om eerbiedig het hoofd voor te buigen.
Ik maan de kleine Mirko aan om naast grote Jan te gaan staan,
het jongetje krimpt in zijn al korte beentjes terwijl
de gewezen wereldkampioen hem met een monkellachje zegt
‘dat hij beter zijn moeder had meegebracht’.
Verder verloopt het poseren vlot, kort daarna wordt
de Ronde van België-rit op gang geschoten
door de keizerlijke koersdirecteur Rik Van Looy en
vallen jongetje en renner in hun normale plooi
van kind en kampioen zijn. Later die dag wint
Fons De Wolf in Bredene zonder Mirko op het stuur
de rit wat de eerder die dag in Ninove genomen foto
het apart cachet van een rake voorspelling geeft.
Miguel, gevangen tussen Parijs en Roubaix
Wat noch De Wolf noch Raas weten is dat Mirko
twee weken eerder zijn ouder broertje is verloren:
Miguel, mijn doodstrauma , in 1971 in Aalst geboren
op de dag dat Roger Rosiers won in Roubaix,
in 1981 amper een paar uur na de kasseitriomf
van zijn idool Bernard Hinault in Leuven gestorven.
Die 23ste april 1981 trilt het drama nog hevig na,
de wolken waren hoge lila voiles van verlies,
alsof de zon boven de aarde was verbannen en
simpel ademen pijn deed aan de longen.
Het kleine broertje op wieleruitstap dus met vader,
een korte vlucht naar de deugddoende roes der wielerliefde,
de vader die medelijden heeft met het jongetje
dat zijn leven lang een broer zal moeten missen.
Aan dat alles denk ik nu, na een pakkende filmmatinee
in het onvolprezen Geraardsbergen van De Muur
waar het wonder-treurige Hamnet wordt vertoond,
een film waarin de grote Shakespeare zijn zoon verliest.
Het pronkerig theater van het leven op zijn pijnlijkst,
met tranen gemengd, gevat in wat ongenadig voorbij is.
Een huis in ’s-Heerenhoek
Maar terug naar de klassieke kampioen Jan Raas,
de renner en man uit één stuk onwrikbaar porfier,
iemand die niet publiciteitsgeil te springen staat en
zijn triomfjaren herbeleeft in de discretie van zijn huis,
inclusief de pijnlijke val op de Cipressa,
zijn niet te lessen Amstel Gold Race-dorst,
de talrijke aanvaringen met tsaar Peter Post,
de deskundig neer gemepte supporter in de Tour,
zijn huldiging in het dorp waarvan nu nog schimmige beelden
van gastspreker Gerrie Knetemann overblijven.
Zijn huis in ’s-Heerenhoek, het eerder kleurloos plaatsje
met de imposante kerk en het stoere boerenpaard
in de schaduw van Corsele en zijn dreigende koeltorens.
Elke zomer houd ik er even halt met vrouw en kleinzonen
om er de reishonger te stillen en de benen te strekken
op weg naar een verblijf op Schouwen Duiveland en
het stadje waar Jacob Cats voor altijd dichter staat te zijn,
een brok in brons gegoten poëzie met meestal meeuwen
op het statig maar oneerbiedig bescheten hoofd.
De komende zomer zal ik op een julimiddag aankloppen
bij de zwijgzame wielerreus met dit gedicht in de hand,
dit gedicht vol glorierijk verleden en persoonlijke droefenis
waarin Jan geheel en al ongewild tot leven komt en
dat hem naar ik hoop wat meer respect bezorgen zal.
En mijn oprechte warmte gevat in deze woorden
uit het stukje België waar hij zo vaak lichtjes hautain
als sterke Jan met de zegebloemen stond te pronken.
Dit ‘nijdig menneke’ met brilklare kijk op de zo vaak
opgeklopte waanzin van de koers waarin alleen mannen
met karakter overleven, deze gelouterde Zeeuw op kop,
renner Raas dus, groots in zijn stilte.
uit ‘De Muur’ nr 92/maart 2026
5-7-5
Wordt het klimaat er
beter van als je renners
(bijna) ten valt brengt
Miel Vanstreels
'Een ongemakkelijke
waarheid als een haikoe'
Kan je nog koersen
in orkanen, ijswater,
Klassieker
voordat de nog onwennige wielen verzanden
sissen de banden achter een orkaan van woorden
over de waterdiepte in menig karrespoor
wat is er mooier dan het schillen van voorspelling
wanneer een ijzeren wet in ongelijkheid smelt
en waterig afziet van oplaadbare brandstof
het lijkt op fietsen in een doodlopende loopgraaf
banden doen trekvogels na en kiezen de kortste weg
zonder hun vleugels vroegtijdig te strijken
De Witte van Siena
Strade Bianche 2026
DE MOVE VAN MATHIEU
Stijn Streuvels als fietsende ramptoerist
HULST 1 FEBRUARI 2026 WK VELDRIJDEN
De oer-Hollandse windmolen draait triomfantelijk rondjes
in de regenzwangere lucht op deze Lage Landen Hoogdag
van bier en braadworst kwistig gekruid met het rennerszweet
dat in de hitsige supportersogen openspat.
De atleet met de fenomenale corpus-allure
van klassieke Griekse standbeelden zweeft
als een albatros over het met een joelende massa
bevolkt parcours, behendig als een oranje hinde,
met een motor die al de rest doet tegenpruttelen,
een Ferrari in een race tegen deux chevaux-tjes.
Hellingen, waterplassen, haakse bochten en afdalingen:
ze krimpen in hun open gevecht met de renner die perfect
genetisch klaargestoomd de tegenstand vernedert en
met sierlijk gekrulde letters vloeiend geschiedenis
schrijft in het met modderdruppels bespat boek
van het winters koersen langs knotwilg en sloot.
Ergens hoog in de grijze lucht krijgt Mathieu
zonder enige twijfel de zegen van Eric De Vlaeminck,
die nu haast verdwenen andere heerser in het veld.
Sic transit gloria Fiamminghi.
willie verhegghe
Masseurs
Glijdt iets harder langs glad geschoren schenen
Even knijpen hier, even schudden daar
Aandacht geven doet wonderen, echt waar
Het hoofd zit aan het lichaam vast
Voor renners vaak een ondraaglijke last
Even schudden hier, even knijpen daar
Zo snel ben je met het hoofd niet klaar
Wrijven, kneden en masseren
Dat is allemaal te leren
Het hoofd dat moet je eens proberen
Er zijn hele slechte, en ook hele goede benen
Komt dat nou echt allemaal vanuit hun tenen?
De echte macht zit tussen de oren
Als je bij de winnaars wil behoren
Gerrie Knetemann
De renners krijgen een musette aangereikt in Roeselare in het jaar 1938
De stad Roeselare zag zwart van het volk. Het was een zondag
en de Ronde van Vlaanderen was voor velen geen kermiskoers
maar een feestelijke lentedag.
Romain Maes hield zijn beide armen op het stuur en Pol Maes
hief zijn linkerarm hoog in de lucht om zijn musette te grijpen.
Velen staarden naar het komende peloton met Sylvère Maes.
Niemand dacht al aan de Italiaanse Duce of de Duitse kanselier.
Niemand droeg toen al een helm en een blikkerende zonnebril.
En wat werd er uit zulk een musette snel gegrepen en opgegeten?
Hendrik Carette
Esprit de Noël à Paris
wat zou ik graag het vals plat op fietsen
vol bravoure de rotonde slechten en terug
de honderdduizenden steentjes en meer negeren
nondeju, wat zal dat hard gaan
of toch eerst even van mijn deelfiets stappen
voor een moment van reflectie bij het graf
van de onbekende soldaat en wie weet een renner
wie zal het zeggen
om als ware veldheer te controleren
of de Avenue des Champs-Ėlysées naar behoren
recht is aangelegd en dan hoog op de boog
gedeukte en arrogante auto’s scannen
die toeterend extra rondjes om de kerk nabootsen
en vooral de avondlijke fietsers lof toezwaaien
die ik – 16 euro lichter – verbaal zal ondersteunen
zij zijn de helden, die roekeloos blik, sirenes
en blauwe zwaailichten negeren
wat een oase moet de Tour in al haar vezels voelen
als alleen Dior, Rolex en Dubai om aandacht vragen
Bert Struyvé
De verlamming en het einde van de wielrenner Albert Ramon (Brugge, 1920 – Eeklo, 1993)
maar door de dreven en de smalle wegen razen
werd hij aangereden en voorgoed verlamd.
Hij arriveerde op de meet in Eeklo in het Meetjesland.
Gods wegen zijn hard geasfalteerd en onberijdbaar.
De weg
Het geheim van Tadej Pogacar
en Sloveen; geen bange protestantse Deen
en staat al vrij snel aan de aankomst terwijl
de anderen nog moeten rijden.
Hij rijdt rustig tot hij het echt voelt kriebelen
en hij plots het hele peloton openrijt en achter zich laat
en alleen de beste achtervolgers hem in de verte volgen.
Hij valt niet snel van zijn fiets of van zijn hoge troon
en blijft minzaam voor iedereen
want hij blijft een eenvoudig wielerfenomeen.
Hendrik Carette
Doordraaien
en nu op het punt van verweken, terwijl het vet glanst
olie zich vastklampt aan mijn derailleur, in verwarring
want ik wil voort, voort de wijde wereld in
een mens kan zijn rug rechten
o ja, maar ik verkies de jachthouding vanaf geboorte
zelfs als mijn banden nerveus ontspannen
hoe houd ik dit een winter vol?
blijkbaar normaal, dat ik bestoft moet blijven leunen
wanneer iemand zonder omhaal en mededogen
strandt in zijn profane boekenslaap
Bert Struyvé
DE TREK VAN EL TRACTOR
In de herfst
Koersen in tijden van oorlog
Wat wacht
Rondeel voor Niewiadoma
Angliru
Walter Godefroot
Drama's uit het rijke Vlaamse wielerleven
De berg
Remco en Cian
Stilte, pijn en chauvinisme
Daar zit je dan, aan een schrijftafel die
gewend is geraakt aan de ultieme demarrages
waarmee je als eerste over de ongenadig witte meet
van een ready made wielergedicht wil flitsen,
schrijf-epo in het hoofd, in de drinkbus het godendrankje
genaamd liefde voor de koers, vive le vélo.
Maar 2025 en zijn Tour deden pijn en lieten
elke dag een ongewone leegte na die
door een gruwelijke genocide werd gevoed:
een volk wordt vakkundig uitgedund en uitgemoord
zoals een uitgeput peloton dat sneuvelt op een col
of opgeslokt wordt door een hellediep ravijn.
Een writers block werd mijn deel tot ik
op de Elyseese velden een renner zag opstaan
uit de dood en met panache de Sloveense gele heerser
op het martelende Montmartre uit zijn wiel zag fietsen,
breuken, bloed en open wonden als stigmata en
littekens van zijn moed in de huid getatoeëerd.
En ja, er was ook nog onze dubbele Olympische kampioen
die groot was in de nederlaag: net voor zijn opgave
op de flanken van de ongenadige Tourmalet gaf hij
aan een meelopend jongetje zijn drinkbus,
een warm gebaar dat nazindert op het netvlies en
meer waard is dan een ordinaire overwinning.
willie verhegghe




































