Colla della Stelvio

Mooie klim.
Mooie naam ook.
96 winkelhaken
48 beroemde bochten
16 paperclips.
Wat is het verzet?
Aah, te steil voor sommen.
Hersenen maken hier snot,
geen uitkomsten.
Het denken dooft.
Gedachten komen binnen
zonder kloppen.

Zij en ik,
we fietsen samen.

Zij zingt met de vogels.
Zij flirt met de geuren
en kleuren van de bergen.
De aarde bemint haar.
Haar lucht verdunt.
Zij speelt met de wind,
ik echter,
met de dood.


Harry Oonk

De renner

Zoals telkens opnieuw de renner sterft,
zo kan niemand sterven. Geknecht, geklit
tegen een verhitte bergwand lijdt hij, zwerft
nietsontziend zijn nietig en schriel silhouet.

Ook door vlakke landschappen ziet men hem rijden,
naar onbereikbare verre einders waarin hij opgaat.
En die als een film langs hem heen glijden:
nijdig de ongebreidelde kracht van zijn ultieme daad

tekenend of tollend omheen de ontregelde cadans
van zijn benen. Helemaal murw is hij vaak niet meer
dan het verlengde van zichzelf. En ziet hij keer

op keer af van dit aardse bestaan. Maar dan zo gedreven
dat het lijkt alsof doodgaan zijn laatste kans
is. Een dans omheen de leegte van het volle leven.


Patrick Cornillie

St-Raphaël, apéritif de France

(Jacques Anquetil indachtig)

Als tegen de onverbiddelijke tijd wordt gefietst
denk ik altijd weemoedig aan de limousine
van deze specialiteit, Jacques Anquetil,
monsieur chrono, Normandiër en seigneur,
nooit zat iemand stijlvoller op de fiets.

Tijdens de Tour drink ik om hem te gedenken
elke zonnebloemgele dag in pure retrostijl
mijn glaasje St-Raphaël, maître Jacques koerste ooit
met de naam van deze bloedrode drank op de trui.
Al paste zijn nobele standing beslist beter
bij champagnebubbels of een dure wijn.

‘St-Raphaël, apéritif de France depuis 1830,
recette du docteur Juppet’, eigenlijk ‘n drankje
voor vrouwen op leeftijd met kilo’s mascara
en opzichtige halssnoeren als rimpelcamouflage.
Of de dichter een Tour lang vermomd als oude vrijster.


Willie Verhegghe

Soigneur

(voor Dirk Nachtergaele)

Al zowat zijn hele halve leven staat hij
bij de aankomst renners op te wachten,
trekt ze over de streep en droge truien aan.
Later gaan ze vermoeid en uitgewoond
languit voor hem neer en uit de kleren.

Hij kneedt en knijpt, pakt hun lichaam
als een kunstwerk uit. Aderwerk, gebeiteld
op de benen. Masseren, zegt hij, is kijken
met je handen. Van spieren lees je af
wat geen stem kan zeggen. Hij knipoogt

en maakt zich sterk dat hij straks
een ander wordt. Soigneur wordt seigneur,
meegestuurd in de ontsnapping van de dag,

in de vroege vlucht vooruit van het gedicht
dat hem na al die tijd als in een tweet
van niks weet op te schrijven.


Paul Rigolle

El Angliru 1998

Aan een dun touw snokt Pavel Tonkov
zich omhoog, langs de afgrond van het ravijn
door een haag van mist en miezerregen
onder een grijze lucht die tegen het asfalt drukt.

Zijn shirt kleeft aan mijn rug. Ik proef de zure smaak
van braaksel. Mijn benen zijn als lood. Mijn slapen
staan op springen. Schimmen aan de muur.
Monden schreeuwen taal die geen houvast biedt.

Beneden mij loert het gevaar. Hoe ik ook vloek
en bid of liedjes zing, bij iedere trap trek ik
het aan, bij elke ruk aan het stuur. Ik die weet
van tijd noch uur, knijp de lippen op elkaar.

Vlak voor de meet duikt hij uit de nevel op,
tikt mij even aan. Geroerd houd ik de trappers
stil. Een stalen stem balkt vanaf een leeg bordes
zijn zoete naam: José Maria Jiménez.


Albert Megens

Wonderbaarlijke wederopstanding

(0ver Annemiek van Vleuten)

een dood vogeltje in de goot opgebaard bijna
in vormloze greppelstand net voor de finish

ze was bijna op de Olympus huis der goden beland
een val sleepte haar naar de oevers van de Styx

maar geen muntjes op haar oogleden gelegd
de geest bleef in haar gekreukeld lijf te gast

meedogenloos gefilmd als weggegooid behang
een deur naar roem te ver vergooid in riool

water stroomde naar haar zee en ze steeg op
wonderbaarlijk in onnavolgbare strijd terug

aan wielerfront met zegekar en bekers roem
een zege bij Hotel de Wereld geen overgave

uit de historie  van de vijand voor haar maar
victorie in optima forma als tempobeul in het vrouwenpeloton


Kees van Meel

Alberto Contador

Boekhouder, bijna moet ik schrijven:
‘jij was’ met nadruk op het einde –
in mijn ogen blijf je een man van eer
die een col beklom als een berggeit,
een springveer en steeds al staande:
hoe hield je zoiets vol?

het temperament is er nog, gelukkig
want zonder jou dommelden we weg:
jij de vechtlust zelve, de aanvalsdrift
in persoon

nu denk ik aan de hoon die jou
te beurt viel bij jouw ‘cero cero cero cinco’
ik zal niet zweren op een bijbel
maar wel op de wetenschap
en die zei dat in die dosis het spul niet werkt

toch hebben de bonzen jou een Giro
en een Tour afgenomen: louter machtsmisbruik,
wraak op de berggems die verblindend mooi
op kon stijgen, jij de gezwinde elegantie

nog probeer je en het lukt niet meer:
je wordt geen punt dat bocht na bocht verdwijnt
El Pistolero heeft één kogel nog
maar onvoldoende om het vol te houden

Boekhouder is jouw naam doch zo reed je
in geen geval en weet je: wij missen jou
nu al, het beeld dat staat op de trappers
en zich verwijdert tot een punt

Staf de Wilde

Mijn kale kop

Drommen fietsers bevrijden zich
uit het klamme bos, in bonte
kleuren jagen ze op mijn kale kop.

Auto's en camara's volgen hen
op weg naar de verwezenlijking
van hun droom bij het ontwaken
voor mijn troon in de wolken.

Petrarca, Kal, zelfs Tim Krabbé
effenden het pad naar mij nog
heel alleen en lieten zich slechts
leiden door de stilte om hen heen.

Dus laat toch die camera van uw
Laura die het licht van uw ogen
langzaam doven ziet zoals eens
Tom Simpson voorgoed zijn ogen
sloot in de maanwoestijn van
zijn heldenmoed.

Laat u liever leiden door
bescheidenheid en kom tot
mij in nederigheid.


Harmen Malderik

Ode aan een Keizer

- leve Rik van Looy –

en zeggen dat hij een roker was
en aardig wat kon stoken: vandaag
moeten de geurigste kruiden in het vat,
je moet hem weer bewieroken

je neuriet een ode aan een Herentalse
Keizer, je hebt er nog wel foto’s van:
je staart ernaar, zoveel ouder
maar niet wijzer

je kent alleen meer woorden
zoals het geleerde ‘symbiose’
en zo was het toen, in jouw afgelegen
oord: jij had hem uitgekozen

omdat hij zijn rug kromde
en bijna in zijn stuur beet
toen de grote Rik van Steenbergen
hem meesleurde naar de meet

later keerden zich de feiten:
nooit meer bleef hij in het wiel;
men kan hem veel verwijten
maar Sturm und Drang had hij
in zijn ziel

en jij in jouw symbiose
jij stormde mee en verloor
en won ook wel maar vaker
ging zijn rijk teloor

grote kampioenen, ga je beweren,
moeten ook verliezers zijn:
in de nederlaag blijven ze heren
ondanks de treurnis en de pijn

een ode aan een Keizer van Herentals,
in Grobbendonk geboren: je weet niet
wat als – wat als hij uit je bestaan
ging verloren


Staf de Wilde

It beest

Uit het kleine Friese Molenend
Kwam een junior met veel talent
Op winnen had hij een abonnement
Hij was eraan gewend en stopte

De fiets werd daarom weggedaan
En ingeruild voor een nieuw bestaan
Vol met roken, zuipen en uitgaan
Waarin hij zich langzaamaan volpropte

Na zeven jaar vond Lieuwe ‘t genoeg
Na werk ging hij trainen en niet naar de kroeg
Al snel koerste Westra weer voor een ploeg
Waar-ie met veel gezwoeg beter ging rijden

In tweeduizend negen werd Lieuwe plots prof
’t Was na drie jaar dat hij zichzelf overtrof
De nuchtere Fries oogstte plots alle lof
Door in Parijs-Nice – hoe tof – mee te strijden

Ut Beest won zelfs een etappe bergop
Stond ook in het klassement in de top
Werd tweede en mocht dus het podium op
Om de Friese fietsfanatici te verblijden

(Lieuwe Westra: prof van 2009 tot 2016)


Daan Sindelka

Spetter

de wei oogt zomers
vei, een mazelbed
van boterbloemen

lucht diep liberaal
met tinten antraciet
een onweer dreigt

plots tussen veld en
einder een lint
van bonte truien

een peloton rupst
naderbij, maar wil
nog niet ontpoppen

’t is wachten wie zijn
kans waagt, het pak
in repen trekt

een koe graast zich
een malse weg
door groen en geel

voorlopig nog
geen spetter,
laat staan
iets te beleven
    
koe en renners
kauwen
nog stilte voor
de storm


Herman Laitem

Buiging

Soepele krachtpatser
Dylan de troonrivaal
Kroonde zichzelf  op
De Champs-Elisées

Dankzij een machtig en
Wereldverbijsterend
Sprintersduel tot
Een monstre sacré

Frits Criens

Croix de fer

En zo gebeurt het dat je op een dag
een man geworden bent die op een fiets
een berg bedwingt. De Col de la Croix-de-Fer 
is de naam. Water stroomt de helling af,
sneeuw glimt in de verte in de zon.

Het landschap beneemt de adem, slijpt zich
in de ogen vast, benevelt je als de gedachte
in een droom. Herauten als Ignolin en Camellini
zijn ons voorgegaan. Coppi en Bartali, ook zij
reden ooit de Barrage de Maison voorbij.

Stuur, asfalt, spieren, oog. Alles afgestemd!
De weg die klimt sloopt wat je voor het laatst
had opgespaard. Het leven hier heeft aan zichzelf
genoeg. Een intens geluk is het om voor eeuwig
en een dag in dit decor een figurant te mogen zijn.


Paul Rigolle

Opwarmen voor de tijdrit

de zee is de waterdrager van het klimaat
verwerkt wattages in vierentwintig zeven

misschien overdrijft het
wanneer het brult als een verwend kind  
dat zich aan elk scherp randje verwondt
zand steelt gronden rondt
en bressen in kastelen slaat

misschien overdrijft de zee
als het de wereld aanzet tot een rondje zon
de zon de dagster die op witte vachten jaagt

de zee die tijd vindt om schuimig
voor een selfie te poseren
zoals het bij de Haagse School al deed

misschien overdrijft het
als het de maan slechts als getijslaaf ziet 

toch weet elke knecht
met vierentwintig zeven kom je er niet 


Bert Struyvé

Jan Janssen

Mijn Vlaamse moeder
was zeer gecharmeerd

van die Hollandse
coureur die zo beschaafd
praten kon,

op de avond
van 21 juli 1968
schreef ze hem
een brief

waarin ze hem
uitgebreid feliciteerde
met het winnen
van de Tour,

het standaard kaartje
waarmee Jan haar
bedankte

heeft tot haar dood
ingelijst
op het dressoir
gestaan,

het was lange tijd
een bron van ergernis
voor al wie
met van Springel
was begaan


Richie Porte

voetballers kermen, vervloeken
de goden bij de geringste fout
renners zijn gesneden
uit een harder hout – zij zeggen
vanuit een ziekenhuisbed:
‘ik heb nog geluk gehad’
en hun bekken is gebroken

we zagen hem plots links in het gras,
dwars over het baantje en tot slot
te pletter tegen een rots – zijn fiets
schoot in de afgrond dankzij
de perfect afgestelde klikpedalen

onbewogen lag hij daar te trots
om luid te janken, niet meer bij machte
een vuist te ballen naar het lot,
naar een god

renners spreken al van een terugkeer
in het peloton, ze vinden het jammer
voor hun ploeg die voorbeeldig werkte
en zie: de leider komt als een vriend
en wenst hem ontzet alle sterkte

een concurrent minder, zou je zeggen,
maar zo zien renners het niet:
zij leven van concurrentie, daarom
toont de leider zijn kameraadschap en verdriet


Staf de Wilde

Als ik val

vlak veur mí-j
'n man of veer
ik d'r aover heer
eig'luk helemaol
neet zo oer
endig hard
met de kónt
op 't asfalt
& 't schut
dwars deur mien
lief, mien rug
kats van 't perceel

às ik val
is 't ok
altied raak

stil liggen =
is nòw mien
biotoop.

maor dan, jao
maor dan éuh

wi-j zeet ons
dan weer in
de vuelta.


Krabbels op bedlaken geschreven, in blauwe inkt met 'n BIC.
Gevonden in wasmand van ziekenhuis te Oyonnax,
toegedicht aan Robert Gesink, 09-07-2017.



Kalm an Calmejane

Veer kilometer veur de meet
krig e 't gat met den makker
net neet dichte

Mien jong mek gin misbruuk van ander
mans kamp met ellende. Kramp in
de bene. Mangs

roek ik, zie ik dat Robert ok
neet zo okselfris meer kan waen!
Calmejane.

Kalm maor an!

Zag i-j dat ok? Hie ontplofte
'n' betjen op de letste glooi
in de finale.

Eigenluk leep e achter de
feiten an. Maor 'n tweede plek
ok lang neet gek

Maa'n nemt e 'n snipperdag


Post-it notities gevonden in keuken van Ria Gesink,
toegedicht aan de moeder van Robert.



De kwak van Sagan

ik zag niet eens een kwajongensstreek:
ja, een ellenboog bewoog naar buiten
en de engte werd te nauw om door te gaan

doch herbekijk de feiten: reeds daarvoor
was er het leunen en plots kwam de reclame
uitgestoken als een gebalde vuist

in elk geval: men heeft in eigen vlees
gesneden, een figuur, een krak wordt
uit koers gezet, iemand die steeds
voor een kijkstuk kan zorgen

het slachtoffer zegt: ‘it’s a crash, you know’,
het is een smak die kan gebeuren
en wat doet een moraalridder dan

hij denkt aan een vermaning of boete
maar of hij uit zal sluiten, is mij een vraag
zeker, die ellenboog bewoog naar buiten
maar die omheining, die engte
was een te nauwe kraag


Staf de Wilde

Ferdi Kübler

Dolle Ferdi reed slingerend
de cols af en moedigde
zichzelf tijdens de koers
luidkeels aan,

misschien schrok Bartali
er in 1950 zodanig van
dat hij na de Pyreneeën
ijlings vertrok,

het gaf
de arend van Adliswil
vleugels van geel,

welke combines hij
op weg naar Parijs
arrangeerde
én of hij zich
aan zijn woord hield
is niet bekend,

Wim van Est wachtte
na een Bordeaux – Parijs
vele jaren tevergeefs:

van de Zwitserse franken
die Ferdi hem beloofde
zag hij geen rooie cent


Miel Vanstreels

Laat Avenue des Champs-Élysées rijpen

ontzie na afloop vergeten waaiers niet
verhef nationale routes met eeuwige roem
zwelg in het zweten van het koren en plak
op elke eenzame muur een zonnebloem

praat vrijuit tegen een digitale fiets
klap voor oude mannen op een bankje
demarreer met de kinderbakfietsen
op wildwaterbanen en rem met mate

rij met een pedelec bike in de spits pijnlijk lek   
trek een sprintje rond kastelen en kathedralen
of jongleer wat met afgebouwde glorie

omarm bier en vette worst
krappe bedden en gemorste hotels
ontwapen het lood van hebbedingen
 
plaats finishdoeken bij graftombes
open de charme van gendarmes en erken
dat een file de kern is van een wielerkaravaan

de Grieken wisten het al lang en breed
niet elke weg
is de verblijfplaats voor gelukzaligen


Bert Struyvé

Joop Zoetemelk

                 voor Thomas D.

Zuinig aan het wiel 
blijven zitten (van
wie zich zo nodig
uit moet sloven)

om later
op kousenvoeten
uit de kopgroep
weg te sluipen:

het leverde Joop
zwijgzaam mooie
zeges op,

de Tour is volgens
hem in bed te
winnen,

je moet je daar
wel als een pater
op de koers
bezinnen


Miel Vanstreels

Gehenna septentrionum

De Hel van het Noorden

De koningsweg van Brussel naar Parijs
die was bedoeld voor lompe boerenkarren
is weer bevolkt met lichtgewielde narren
die vloekend strijden om de koningsprijs.

Op frêle fietsen met te dunne banden
verzoeken ze het nakend ongeluk
en keer op keer gaat er een tube stuk
op kinderkoppen met te scherpe randen.

Nabij Wallers begint het luide schelden,
want iedereen rijdt veel liever op kop
dan in het staartstuk bij de ongestelden.

Daarna dringt zich een droomfinale op
in stof en slijk, waar slechts de wetten gelden
van soepel lijf en uitgeharde kop.


Il vangelo del pianista Haga

                                    voor Chad Haga

Er bestaat geen allerlaatste wielerrit
Er is altijd opnieuw de volgende:
de zucht naar onmogelijke hoogten
een vloek doorheen de diepste dalen

“Nu weet ik wat een aanrijding doet
met de kleur van je urine,” twitterde
ik na een flirt met de grote wielerdoden
Hoe een droom mij heelt na elke klap

Ik herschik mijn definities van Lijden
De dag na mijn vaders laatste ademtocht
vierden mijn broer en ik De Renaissance

van vaders racefiets in een tour de force
We pompten banden, pompten zuurstof
gooiden vaders handen in de lucht
Allegro ma non troppo.


Norbert de Beule

Koersleed

klotsende stenen steken plots schots en scheef 
in de denderende wielen een maalstroom
van gevloek getier het trappend vee valt 

met bloed en kuitenvet bemodderd slijk in oog in oor 
en mond een berg vol dampend vlees enkel
één gesmeerde ketting sleept ratelend door 

een stilte voor de storm striemt alle renners 
in plukjes rijzen roodverbrande koppen op 
de fietsen in gelid of verfrommeld tot schroot

een deel blijft achter grommend de mond vol 
tandenknarsende woorden ploegleiders blaffen
de rest gaat door pompt in nieuwe streken op 

en neer naar de volgende keistroken vol stof
cadanszoekers daveren van links naar rechts
verdwijnen onhaalbaar snel zo aan die einder

de gevallenen zien later oneervol het stadion 
nog juist leeglopen de glorie is vergeven en 
geen microfoon kan de teleurstelling in de 

hakkelende woorden van de verliezers ook maar enigszins temperen


Kees van Meel

Droom

                                 (Uit 'Het geel, de renner en de dood')

Uit de nevel van de tijd komt een renner
naar me toe gereden, een en al souplesse en
met een oogstrelende stijl die helemaal niet
aan de naderende dood doet denken.

Hij knijpt een meter voor me de remmen dicht,
zet de beide voeten op de grond, laat het stuur los,
richt zich op en kijkt me lachend in de ogen,
zijn trui is sneeuwwit, de zwarte koersbroek
zit strak rond de afgetrainde bruine dijen.

We zeggen beiden geen woord,
hij reikt me minzaam een drinkbus aan,
trekt de voetriempjes dicht en verdwijnt
dan in de lange schaduw van de berg.

Zacht en wit als een lam rijst de Ventoux
harmonisch uit het slapend landschap op,
de zon straalt dorst naar me toe.
Ik proef de hitte en drink.

 
Willie Verhegghe

Nieuw idool

                   voor Tom D.

Alle twijfels weg
gefietst - zijn hoofd en benen
hebben ons verhoord


Miel Vanstreels

Oranje kleurt roze

                                         voor Tom Dumoulin

Een er Italiaans uitziende mooie renner rijdt zich
na drie beenharde weken stijlvol het Giro-roze in,
met longen, hart en spieren om U tegen te zeggen,
met een grinta die zijn huid als goud doet glanzen,
in een chronostijl die aan Maître Jacques doet denken,
met een kopje dat verdomd goed weet wat het wil.

Uit het zuiders Limburg drijft Holland boven,
de net-niet-tijden zijn in één ruk weggevaagd,
de bruine duik in een gracht was zelfs nodig
om er nog dagenlang de suspens in te houden.
Indiaan Quintana speelt finaal een figurantenrol
in deze spaghettiwestern op twee wielen en carbon,
Nibali laat in Messina de haaientanden thuis en
bijt zijn ordinair gebit stuk op Maastrichts staal.

En ik, ik denk aan het roze uit mijn kindertijd
toen mijn moeder midden jaren '50 in die kleur
yoghurt in kleine glazen flesjes kocht.
De smaak was hemels en leeft nog op mijn tong,
ik verlang er naar maar hij bestaat niet meer,
het roze van Dumoulin komt in de plaats en
smaakt naar meer, ik ben gulzig, Tom !


Willie Verhegghe

Tom Dumoulin

Een mooie jongen, een jonge
god voor wie zich graag
in lyriek verliest,

alom de wielerhemel in
geprezen om wat hij
mogelijk nog meer
laat zien,

Tom is hot
Tom is cool
Tom rijdt de tijd
aan scherven,

met zijn talent & looks
laat hij harten & toetsen
sneller slaan

en ik, ik gun het hem,
ik gun het ons
zo zeer

dat ik soms
voor alle zekerheid
een wielerbede prevel
tot de Heer


Miel Vanstreels

Bloemen noch kransen

Stan Ockers, ‘Stanneke’ - Eddy Merckx viel
huilend op zijn bed toen hij het nieuws
van zijn grote wielerheld hoorde

Jean-Pierre Monseré, ‘Jempi’ voor de
vrienden - Roger De Vlaeminck voorop,
die na die fatale koers in Retie prompt
volwassen werd

Tom Simpson - hij maakte een desolate
berg voor eeuwig berucht maar zei
wellicht nooit ‘put me back on my bike’

Fabio Casartelli - Johan Museeuw heeft
er nog nachtmerries van en dat wil wat
zeggen want de Leeuw heeft het een en
ander mispeuterd

Marco Pantani - hij besmette Guido
Belcanto met het wielervirus en dat wil de
zanger kost wat kost met de wereld delen

Wouter Weylandt - nooit zal het nummer
108 nog hetzelfde zijn


Stefaan Van Laere

Nomen est omen

Op Sinderen, Harterinkdijk, 1960

A'j good kiekt en vuult
met òw stroeve ogen
zie'j 't olde litteiken.
Op di-j, 't baovenbeen.

Wreed wreef i-j 't uut
nao de val in 't punt
draod, weerbarsteg
as in 'n good gedicht.

Ik dacht er weer aan
bij de lancering,
de landing van de
Zeeuw. Zenuwen lijden,
gelittekend de reet.

Jezus, Sebastiaan,
Saint Hoogerland.


Kat van Corvara

Het is daar prachtig Steven in die Italiaanse bergen
Het landschap ligt er zo tevreden bij dat je vergeet
hoe onverbiddelijk het is, hoe elke klim je tergen
zal en je laatste krachten slopen, mijlen voor de meet

Hier op de top van de Lombarda zal ik op je wachten
Komende zaterdag, de zon schijnt op de kale pas
Een gletscher glinstert en niets wijst nog op het komend jachten 
Van afgetrainde renners door de stilte heen, plankgas

Hoeveel ik van dit landschap hou, de helden mogen komen 
Met jou voorop als in Corvara op die steile muur 
Waar Nibali, Valverde en de rest ín moesten tomen 
En jij, dwars als een Nuenenaar, vertrok dertig per uur  

De koele zekerheid die uit jouw stormloop sprak, verbaasde 
geen volger van de wielersport; dat jij het ín je had 
wist iedereen allang en dat je eindelijk eens aasde  
op een triomf die bij jou past, zat jaren in het vat

Kat van Corvara, groot ben je, en Nuenen zal dat weten,
wat zeg ik, heel de wereld weet straks wat er is gebeurd 
en hoort de jeugd op fietsjes roepen dat ze Kruijswijk heten 
hun hoofdjes van inspanning en inzet rose gekleurd.


JACE van de Ven

Michele Scarponi

ouderdomsdeken en man van grappen
zo graag zat je vooraan de groep te trappen
ik zie jou scherp als een scherf
wie kwam zo snel een slotklim opgereden
die niet door de wind is uitgesleten

kwam het daarom: een busje door de zon
verblind en jij vooraan nu meer dan wind,
plaatstaal tegen je aan

je was een grapjas die ook won:
de Giro en Tireno
omdat je met de betere klom

vandaag in de aprilzon
ben ik gegrepen door dit bericht:
een busje dat jou niet vermijden kon
wellicht omdat het een bocht wou afsnijden

dit is heden, heeft de chauffeur ooit
begrepen, wat hij nog meer heeft afgesneden?


Staf de Wilde

Klimmuur

In Geraardsbergen staat een muur
die bedoeld is om een vluchtende
Zwitser te stoppen.

Maar de Zwitser klimt zoals hij
springt, als een steenbok over losse
keien en afgesleten rotsen.

Achter hem verschijnt de koning van
België bij wie het vuur al wanhopig
wegkwijnt uit het bloedeloos gezicht.

Het touw dat hem aan het bergbeest
bindt, knapt in het licht van zijn holle
ogen, dat langzaam dooft ... en dooft.

Geef een Zwitser op een muur geen
meter, want ongezekerd klimt hij sneller
en verdwijnt uit het zicht - voorgoed.


Harmen Malderik

Boonen klonen

Bij het afscheid van Tom

Wielerreus in het vlakke land van Brel,
brok graniet op wild wentelende wielen,
Kempense mond die heerlijk eerlijk praat,
rouleur pur sang met duivelsdijen:
ik groet je dankbaar bij je koersafscheid.

Maar ik treur en ik zal je missen, Tom, heel erg zelfs
want je stevig karkas brak elke nieuwe lente open,
telkens weer huilden de ontwakende hellingen
onder het geselend ritme van je knallende kuiten,
de kasseien krompen koortsig in hun stenen vel,
koeien en paarden holden wild over weiden,
kinderen die amper konden spreken riepen je naam
en smachtende vrouwen knielden voor je neer,
vormden door en voor jou hun stoutste dromen om
tot lichamen die in lichterlaaie stonden en
slechts met moeite konden worden geblust.

.

Een koersgod was je, een keizer en koning op carbon,
een zegen voor elk ongenadig koerskennersoog,
gehuld in fors Belgisch zwartgeelrood of
met alle kleuren van de regenboog om je borst
gleden de modder van het Bos van Wallers-Arenberg
of het wild opwaaiend stof van Mons-en-Pévèle
van je af als water van een zwaan,
de betonnen piste van Roubaix zinderde onder
de mokerslagen die door je kuiten en voeten
naar de knarsende pedalen werden gejaagd,

Koppenberg,Oude Kwaremont en Muur baarden
muizen onder de terreur van je razende wielen,
je deed kettingen kraken en remmen reutelen
wanneer je hen krachtig tegen de velgen duwde
om door je snelheid niet uit de bocht te gaan.

Het zal veel meer dan zo maar even wennen zijn
aan een peloton waarin je niet meer te bespeuren bent,
de kranten zullen kleurloze en saaie verhalen vertellen
over mannen die altijd in je schaduw hebben gefietst en
die nu plots haast glansloos winnaar zijn geworden,
aan start en finish zal het klassieke reikhalzen ontbreken
want wie zal er buiten Sagan nog zijn om naar uit te kijken,
chique dames zullen zich in hun verlaten vlees verliezen,
verveelde kinderen zullen hun ouders vergasten
op het gegil van kleine Oskar uit Die Blechtrommel,
in cafés zal beduidend minder bier worden gedronken en
men zal de truien van je ploeg niet meer kwijt kunnen
aan de straatstenen, hoogstens aan clochards
die vestimentaire hoogstandjes verfoeien.

Ik smeek je, Tom: word opnieuw twintig,
laat je kundig klonen en keer terug in het peloton,
blijf nog lang over de koppigste kasseien dokkeren en
de verweesd achtergebleven hellingen bestormen.
Als het kan tot in de wielereeuwigheid.
Amen.


Willie Verhegghe

Koers

(Liedje om te zingen op de dag dat de Ronde
van Vlaanderen verreden wordt)


Overmoed trekt al vroeg op pad vandaag.
Lef gaat mee. Gevolgd door Naamsverlangen,
Heraut en Beeldbezoedelaar. Windstilte wacht

nog even af. Overtuiging ligt al vast. Stafrijm,
Metrum, Prosodie, het klikt meteen. Komaan
Dadendrang rij maar in een molentje met ons mee.

Bravoure haalt Werkkracht in. Drama en Hectiek
springen van wiel naar wiel. Kortsluiting
komt op het hoofd terecht. Vallen is niet fijn.

Geen Truken van de foor, maak niemand Blaasjes wijs.
We kijken op noch om, zetten koers richting Einder
in een vreemde zucht naar Helderheid.

Bloedvorm, Panache en Grinta snellen weg,
vliegen samen over de meet. Wie er wint,
wordt straks wel op een foto uitgeklaard.


Paul Rigolle

Milaan - San Remo 1961

alles leek trager te verlopen:
boven op de Poggio de lepe
groep in het wiel van de Keizer

we hoorden lijzig Fred de Bruyne
voor wie de fontein nog mijlenver
stond te wachten, was er wel een fontein?

want plots verscheen de Via Roma
met één renner alleen: hij verscheen
als uit het niets gekomen, was hij
verzwegen al die tijd?

en zie: hij smijt zijn petje van plezier
in de lucht, aan zijn trui van Mercier
herkent ook Fredje  hem wel terwijl
hij van vreugde slingert over de meet

en dan naderen ze: de schuivende groep
nog steeds in het wiel van de Keizer
die afgetekend wint, zou gewonnen
hebben, was er niet die andere,
onbekend nog en moe

een renner van wie we later
zouden houden onder de naam Poupou


Staf de Wilde

Modder en grind

(Gedicht voor Eli Iserbyt)

Tussen Veld en Aula zoekt hij elke dag opnieuw 
de grenzen op. Limieten liggen nooit lang vast.
Wasbord of balken, cross of koers, kruis of munt. 
Geen hindernis houdt hem tegen. Wielen zuigen  

en zingen in modder en grind. De geest is fel, 
de blik richt zich op de einder. IJzer heeft zich 
in zijn naam geschreven. Als weegschaal staat hij 
in de sterren. De beeldspraak gaat wat zwellen:  

Buskruit en poeder heeft hij in de benen en 
voor je het weet omschrijf je hem 
als natuurtalent en pocket-krijger. Man van
Bavikhove en van de hele wereld de kampioen.


Paul Rigolle

Zo sprak de vrouw van Fred

jij bent geen Fred De Bruyne,
de wielerkampioen, die pas ontwaakt
het bed uitsprong en marcheerde
als een mechaniekje

jij glijdt nog suffend uit de slaap,
moet je aan koffie laven en koud
water verfrist jouw slapen:

dan bestaat er een kans
dat je behoort tot de levenden
traag op gang gekomen
met zeven sluiers voor de ogen

de ene mens is de andere niet
je hoorde een vrouw getuigen
van Fredje de Kwieke:
hij sprong de nacht aan duigen
en vloog de dag in als had hij wieken


Staf de Wilde

Ode aan de jonge flandriens

Gemaakt zijn ze, voor de koers,
gebeiteld voor wind en voor kasseien.
Het hoofd vol van bloemenmeisjes,
zegeroes en adrenaline in de dijen.

Gebrand op de Broektestraat, de kick
als eerste de Kwaremont op te stomen. 
Want ongedurig zijn ze en al wielergod
in het diepste van hun velodromen.


Patrick Cornillie

Ronde van Vlaanderen

Uit de nevels van de winter,  
van alle winters  
breekt het ruisende peleton 
 
op zoek naar naakte feiten.  
Kasseien, regen, lintdorpen. Muur.  
Omdat zonder deze inspanning  
de lente niet begint 
 
en van wielrenners valt te leren  
over onze soort, homo sapiens. 
 
De sluwen profiteren van de sterken. 
Wie achterop raakt is verloren.  
Soms gaat een knecht voor eigen kans.  
Te laat aangevallen is te laat,  
te vroeg is fataal.
 
De vorm van de dag. Het juiste moment.  
Alles wat achteraf pas bestaan lijkt te hebben. 
Liefde. Mannenlevens.
 
Sommige toeschouwers zijn ziende blind,  
zij registreren slechts  
kleurige reklamekledij op wielen  
op weg naar Meerbeke. 
 
Anderen proberen de koers te lezen  
als een verhaal over hun bestaan.  
In het donker staan ze nog langs de weg  
zich af te vragen waar ze gebleven waren. 


Rouke van der Hoek

Wim van Est

De anjers trillen
Op zijn kist
Een halve eeuw
Zowat
Nadat hij op
De Col d’Aubisque
Een bocht net had
Gemist

De schok was groot
Zoals ook nu
Want Wim van Est
Is dood


Huisdichter Cornelis

Een flyer op de fiets

je broer was thuis, je wou
nochtans je kamer tonen;
ik bracht dan maar
jouw racefiets naar mijn wagen

mijn dag der dagen, mijn trots
zoals jij rotsvast zat op het zadel
men mocht een vol glas
neerplanten op je rug,
je zou niet morsen

een flyer op de fiets,
een Didi Thureau of Fons de Wolf,
en niets overtrof de zon:
die beleefde de uren van z’n leven
toen een fusee van licht en kleur
uiteenspatte op je aangezicht
en bonter op je fietstrui

de Schelde lag te blinken
en mijn gemoed dat welde op:
het op en neer van jouw dijen
had de souplesse van een grote

ja, een Thureau of De Wolf
en onze klassieker liep langs
het water – heb ik jou aangeraakt
die dag: neen, je schilderde mij
een pater, een kuise coach
die het tempo mocht bepalen
en mocht winnen in de sprint

dag van mijn dagen, feestelijke
tocht langs mijn geliefde rivier
op de dijk op uitkijk stonden
jaloerse mannen, je riep:
kom aan, kom klaar, maar niet tot hier


Staf de Wilde

Mont Ventoux

Velen zijn mij reeds de berg op voorgegaan
Dichters en wielrenners in bonte stromen
Hebben voor mij de Mont Ventoux gedaan
En ook na mij zullen er nog velen komen

Om te ervaren wat het is: per fiets, te voet
Naar het haast onhaalbare te streven
Niets of niemand zegt dat het echt moet
En toch, of juist daarom, wil je het beleven

Het dagelijkse werk van een fenomeen
Als Armstrong, Kal, Petrarca of Anquetil
Stervelingen zoals ik en iedereen
Gaan drie keer dood omhoog op hun twee wielen

Maar bovenop vervallen de verschillen
Talent is ook een vorm van heel graag willen


Huub van der Lubbe

Het oortje

wat is dat toch? het draadje
gewurm met het stukje tape
het vastduwen de hongerklop
bij het horen van: kom op!

je hoort stemmen in je hoofd
verstopt tussen valse kasseien
in hagelvlagen en koeienvlaai

kom op! het klinkt als je oortje
dat moet rijpen want je kunt
niet schakelen niet demarreren
kom op! klinkt een helse fluit

in je echte oor met hoofd en
helm als waaier tegen de borst
gedrukt: hier! mompel je klein
over de vangrail net in ‘t ravijn

pijnlijk exact: hier! de motard
met zwarte helm ziet het oortje
afgepeld liggen in de aardse hel

met een knipoog pasta vreten
uit een zielloos plastic bakje


Bert Struyvé

Hedwig (Van Hooydonck)

in steen gekapt, in brons gegoten,
verankerd aan de gevel van zijn jeugd
waarachter hij als puber droomde  
van koerslegende en succes

zo wil hij voorgoed herinnerd
blijven, de Rondeheld die Muur
en Bosberg tot legende maakte,
zichzelf tot eeuwigheid

solerend in een wolk van tranen
gaf hij geluk een nieuwe vorm,
de gladiator van de weg een
craquelé van knuffeldier

toen hij het voor bekeken hield,
adieu arena van bedrog,
werd hij plots spiegel aan de
wand voor zo vele ontkenners

bij sprookjes voor het slapengaan,
op zoek naar eer en helden, duikt
hij soms op als waan en witte ridder,
op zoek naar Meerbeke  en meer


Herman Laitem

Soms

Moe van veel kruip ik
op de fiets - lekker afzien
zuivert het gemoed


Miel Vanstreels

Groen!

Voor wie van het vlakke houdt,
adviseren wij de laatste minuten,
want dan komen ze, de circusartiesten,
de macho’s van de klare eenvoud –
de kortste weg is hun het liefste.

Ze drinken uit dezelfde bron,
spreken met hun dijen, spelen
graag met vuur, gooien met het
stuur of steels met een bidon,
met zestig of zeventig in het uur.

Ze lachen om sprintende spillebenen
die strijden op derderangs colletjes
om een poppentrui met rode bolletjes.

Champagne, bloemen, een dikke zoen
en een trui in effen, stijlvol groen
is er voor kamikazepiloten,
een mazelentrui voor smakelozen.


Gedicht voor Koolskamp Koers

Van krantenkop naar hyperlink, van houten velg
naar carbon-gerinkel. Eerst nog rond de ton
en later rond de kerk. De straten zijn onze archieven.

Koolskamp: een dorp nog steeds, een voetnoot groot,
als voor de tijd verloren. We liepen hier school
en raakten in de ban van de koers en van de metaforen.

De Gilde werd de Sloeber. Focus een jeugdhuis
waarin we onze mooiste uren sleten.
Voor de kerk loopt het een beetje op

en bij de steenbakkerij stuift het bij het leven.
Bij de bookmakersborden en de hotdogkramen:
Er wordt gewonnen, er wordt verloren.

Het lied van de Leeuw. Een erelijst
om mee te pronken. Van alle kermiskoersen
is dit dé allerlaatste klassieker.

Honderd jaar heet een eeuw te zijn.
Vrienden en vaders verdwijnen met de jaren
maar wie jong is neemt het van hen over.

Al is de wereld wijd en weids geworden,
nog gaan wij op in wat komt toegestroomd,
tollend en vierend zoals in september

de letters in het woord kermis.


Paul Rigolle

Minder, minder, minder...

Het is niet wat u denkt, nee,
de Ecclestoontjes
in wielerland
hebben ’n lumineus idee.

Volgend jaar de Tour en Giro
met een man of acht,
de Omloop met zeven,
zo hebben de heren ’t bedacht.

Renners en hun wielerbazen
duikelen over elkaar heen,
de een is voor, de ander tegen,
geen onbekend fenomeen.

En wat is het nieuws uit Aigle:
‘er verandert niets,
volgend jaar rijden we
gewoon weer op de fiets’.


Nol van ‘t Wiel

Op glad ijs

op glad ijs, o cliché
zo’n demarrage gaat in ijsbloemen onderuit
de racefiets van de modder nauwelijks bekomen
met de van kou gekromde handvatten fier vooruit
de buizen fabrieksmatig met een plus verstijfd
stil ligt de tricolore op glad ijs

glij, glij, glijfiets, een baantje naar je vrijheid
stuur je berijder snel naar het warme honk
het is koers in ruste, de strijd is gestreden 

een zege van de natuur is nooit gestolen
van verstoppen kan geen sprake zijn
de natuur stolt kerstkransjes inclusief de smering

tot wanneer we weer
uit het wiel mogen springen
wanneer het wielerhart mag openbreken
tot dan bevriest elke rauwe bil -o cliché- op glad ijs 


Bert Struyvé

Freddy Maertens

Nooit schoot iemand
sneller uit het peloton als hij:
Freddy, als menselijk variant
van lynx en luipaard,
loerend op zijn prooi,
met opgespannen dijen
die als klauwen
in de eindmeet haakten.
Maertens, mysterie flash
die de camera obscura
van de wielersport aan flarden
en in lichterlaaie spurtte.


Willy Verhegghe

Het lot van de knecht

Op de Col du Grand Cucheron groeide je
door de angst voor de leegte heen, deed je
steeds beter voort, door hoogte aangejaagd.
Ook die ellendige Col du Granier schroeide.

De schuren die jij passeert zie je niet. Toch
zijn ze vol van voedsel, van te melken geiten.
Je drijfveer? Het vuur van die fijne pijn, daar
gaat het je om. Het volste recht heb je. Maar

mocht het te herdoen zijn, dan zou je liever
beter zijn. Je bent echter wat je bent. Meer
valt er straks niet te doen dan je toekomst aan
het verleden te meten. Dat moest je al weten

voor je hier aan begon, jongen. In je dromen
wegduikende kopmannen, en doortraptheid.
Als je morgen vroeg ontwaakt voel je je weer
een adelaar, maar wel met honger. Wie weet

wat de rit naar de zee brengt. Nu is je palmares
nog leeg, als een volière zonder vogels.


Bert Bevers

Outfit

Een coureur verkleedt zich
in wie hij is. Een kampioen
in arc-en-ciel of tricolore trui.
Een leider in geel of in groen.

Andere coureurs verkleden zich
in wie zij moeten zijn. Een lakei,
een dienaar van het vak, glad
en strak, stevig in het livrei.

Het livrei van de broodheer,
gestileerd en racy, kleurrijk
en synthetisch, merkelijk geheel
en al volgens het marketingplan.

Mooi en modieus dus, al leken ze
vroeger toch meer Mann.


Patrick Cornillie

Koerszondag

als na het zondagse menu
de koers haar weet te strikken
om zalig onderuit te zakken

zoekt ze languit de sofa op,
lui-loom en culinair voldaan,
het hoofd van wijn beneveld

dan laat ze zich masseren door
het timbre van hun stemmen,
de palavers van hun kennis

op weg naar Oude Kwaremont
of Monte-, Kemmel-, Rodeberg
of op de vlucht naar Harelbeke

en in geen tijd valt ze in slaap
geen pil die sneller werkt,
geen sport die zachter wiegt

dan deze rozenkrans van bulten,
de puisten van Zuid-Vlaanderen,
op klank van Wuyts-De Cauwer

dat koers zo ’n rust kan wekken
terwijl ik speculeer en nagels bijt
is voer voor therapeuten

en als de rit gelopen is, zij wakker
schiet en vraagt vanuit een mist
wie wint? Ik: Sagan – zij: echt? –

dan glimlacht ze, doet weer de
ogen dicht, droomt zoetweg
verder in een wereld zonder wielen.


Herman Laitem

Dope is hope

Ach jongen, het gaat om de poen!
Kijk naar de truien die wij dragen:
Als daar geen merkennamen stonden,
Nee, dan reden wij geen ronden,
Waren er geen ritverslagen,
En had Michel ’s zomers niks te doen.

Houd dus op met al dat klagen
Over een cleane sport,
Wij zijn geen amateurs,
Wij zijn beroepscoureurs,
Wij rijden niet op gort,
Wij doen wat jullie vragen


Elvis Peeters

Energie

Een soepele pedaalslag jaagt mij voort
langs velden van fluitenkruid en koolzaad
die buigen voor de lichtheid van mijn
bestaan.

Ik ben losgeraakt van iedere waarde
en norm, bezit een koninklijke gratie,
een eigen jargon en het vernuft van
mijn versnellingsapparaat.

Ik vlieg met de snelheid van de stroom
en haar lied van onbegrensde energie
langs water vallend in ravijnen, langs
windmolens en zeegetijden, onder een
altijd schijnende zon.

Mijn benen drijven almaar draaiend
de zacht zingende wielen aan
en voeren mij eindeloos mee
in mijn eigen perpetuum mobile.


Harmen Malderik

Sterven

Sterven aan het wiel -
een mooie dood voor wie graag
nog wat leven wil


Miel Vanstreels

Lente én herfst op wielerbaan Geleen

Het is lente op de wielerbaan. Na magere jaren rijdt
nu een groeiend peloton van beloften en liefhebbers
op deze historische grond. (Noem maar op: Van Est,
Middelkamp, Wagtmans, Nolten, Janssen, Zoetemelk.)

Het is herfst op de wielerbaan. In de Hub Vinkenbocht
vallen kastanjes op de baan en de ruggen van de renners.
Op de tribune bespreken de helden van weleer uitgebreid
de ongemakken van de oude dag (niemand ontsnapt).

Vanavond de Grote Prijs Fred Rompelberg. De naamgever
- kwiek, alsof hij zo op zal stappen voor een nieuw record -
lost het startschot. Eerst rijdt de groep zich warm en dan
de vroege vluchters en hun onvermijdelijke achtervolgers.

Een 70-plusser en 15-minner fietsen in hun eigen tempo.
Soms laat iemand uit de groep een ronde lopen. Enkele 
verrassend sterke vrouwen melden zich in de voorhoede.
En op het middenterrein staat de man om wie het draait:

wedstrijdleider, voorzitter, omroeper, jury, organisator,
diskjockey.  Zo’n echte liefhebber die de gemeenschap
draaien laat. En de wedstrijd? Alle vluchters  worden
gepakt (niemand ontsnapt). De beste sprinter wint.


Rouke van der Hoek

Het was warm in Qatar

het ademt een kunstmatige hitte
een spiegelende etalage staalblauw
van technisch lego en wat bewegend
wit playmobil in een verre wereld
als een hecht gesloten achterwiel

de coureur brandt en verkleeft
zijn handen aan het stuurlint
een zadelpen smelt spontaan
geen zwarte rook geen witte vlag
de zandvlakte trilt zonder iets te zien 

de liefhebber wil een woestijnbrand
blussen met splijtende demarrages
met een afzink in een helder koude zee
met klimpercentages in kale klankschalen
die stoempen schuren en niet sussen

warmte die niet onder de mensen wil zijn
kun je als renner niet salonfähig maken
geen couleur locale de coureur gaat gebukt
als aerodynamisch litteken onder de zon 

hee een fluitsignaal mijn koelvest kookt
het is tijd voor mijn hete pauzethee 


Bert Struyvé

Horizon van herfst - Herroepen

Hoe strakker de westenwind op zijn huis,
hoe smaller de dijen van de fietser
als toerist -verlost van een heuvelvaart
die hij afmat aan de uren zonneschijn.
Seizoen der vergelijkende trap: een drinkbus
lichter, de verademing raadselachtiger.
Het ligt hem zwaar, resten van populieren
en een bietenkar aan suikers op zijn weg.
Na een stormplaag in hun bladeren staan
de bomen eender, als landschapswachter.
Eens alle ritseling uit de einder
verdwenen, valt de einder uit zijn hoofd.
Wat zijn oog wint aan miszegde verte
krijgen de benen niet meer rondgetrapt.


Richard Steegmans

Ontsnapt

Sluit ik eindelijk hijgend bij de koplopers aan
leggen die zich met hun fiets in het gras.
Nu moet ik alleen de bergen in.

Gentianen, soldanella, stengelloze silene.
Boven de boomgrens volg ik een beek met
een forel die druk foerageert of steeds nee schudt

en ik twijfel of mijn leven wel is geslaagd.
Dat hangt natuurlijk af van de opdracht. Winnen.
Maar welke wedstrijd? Intussen regent het,

rode spatten op mijn hemd: bloed of bergpunten.
Uit de zijdalen van Rhône, Rijn en Po kruipen
schaduwen omhoog, de dag wankelt op zijn fiets.

Waar een slak een streep over het pad trok
stap ik af. Als eerste boven - op de berg na, de slak
en de alpenroosjes. Bij die feiten leg ik me neer.


Rouke van der Hoek

Dames in de kopgroep

suf van zes uur slapen
rook je elektronisch:
iemand moet nu opstaan
liefst iemand bionisch
 
zoals gezien in een film:
een supermens die over daken
springt, zo wil je de fiets op
zoals je vroeger hebt gesprint

vrouwen vertellen over hun daden,
hun afstand en hun tijden;
wat kan je meer, oude man,
dan deze dames benijden?

graag rijd je met hen mee
tegen meer dan twintig,
en daarna een terras aan zee:
misschien duwen ze een vent

die amper trainde, slechts
een tochtje van dertig, een vent
verkrampt op het zadel
die aan de polderwind niet went


Staf de Wilde

Renaissance

De tour volgen ik op tv.
Hersenschudding verduustern
mien zommerse hop op better.
Maor dan opens vuul ik 't weer.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

As 'n klassementsrenner
krie'j gin dagpriezen zo snel.
As alles mangs samenkump op
zo'n superlastige dag.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

Jao, dat is supermooi, jao!
Endelek heb ik 'm dan.
't Drei'jt uutendelek  wel um
winnen en wat dat losmek.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

En 't gekke is dank al dee
tegenslag was ik nog nooit
zo fris en kon'k op rittenjacht.
Ik bun herboren! Jao, jao.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

 'n Spaanse Koninginnenrit.

Krabbels op een geeltje gevonden
door Arjan Schouten op de top
van de Aubisque, toegedicht
aan Robert Gesink



Hans Mellendijk

Kamikaze

hij gooit zich – steen
en gier in elke bocht
op zoek naar wie hem
afhoudt van een stunt

wind zet zich schrap,
bruuskeert en blaast
hem bij momenten
volmondig uit balans

de keuze tussen schaaf
en breuk, of erger nog
een duik in het ravijn
– condor in vrije val –

voelt kamikaze in zijn lijf,
ziet voor zich uit de rug
van hij die straks verstijft
en achterblijft

zo rolt hij naar het raam
en staart van op zijn pan
met flarden van een droom
waar niemand binnen kan


Herman Laitem

Vuelta

de dichter fietst een ochtenduurtje Vuelta
met dichte oogopslag doezelend op de droombank
het is een rollerbank met ultiem trage pedaalslag
koersend over wegen in waaiers van woorden
als een fietsende accordeon tegen toeterende
automobilisten die groeten met die ene vinger

buenos días y adiós roept hij stichtelijk terug
en stevig in het zadel verbeeldt de dichter
de voet van een steile muur als zijn stijlsprong
het is een heus viaduct dat in het rood kleurt
dat het uiterste wattage tot deadline maakt
alleen snelle vroem vroems laten zich hier gelden
toch denkt hij zelf even ik bén Chris Froome


Bert Struyvé

Quid Quintana?

Al lijkt zijn mooie grijns
nog zo onpeilbaar stoïcijns,
vanbinnen loopt het storm:
aanvallen is de norm!
Col na col na col na col
houdt hij de spanning vol:
krijgt hij het voor elkaar
of wacht hij nog een jaar?


Perfectie

Zoals Merckx maniakaal
bleef zoeken naar een pijnvrije
positie, een soepele pedaalslag,
het juiste verzet – zelfs ’s nachts
aan zijn fietsen ging sleutelen.
Zo ook ligt de dichter vaak
te woelen in bed.

Zal hij opstaan om
een en ander bij te stellen?
Zitten zijn verzen straks nog wel
goed in het zadel? Loopt het
ook tussen de regels gesmeerd,
vinden zijn woorden morgen
weer de perfecte tred?


Patrick Cornillie

Ardennenoffensief

Een kleine molen stuwt mij voort
op mijn weg naar de top verscholen
rustend achter een vervallen boerderij.

Onder de benauwde, broeierige lucht
malen mijn benen moeizaam door –
het asfalt sluipt traag naar huis terug.

Dan, als zeevlam aan de kust, wordt
het zicht verminderd tot slechts een
fractie van het licht, een sluier van
ondoorzichtig grijs.

En met handen, gevoelloos, blauw
en stijf, val ik – in elkaar gedoken –
met bibberende benen naar beneden,
langs duizend witte spoken die mijn
lot takkentrillend delen.

Stoempend en stampend vervolg
ik mijn tocht – op het lint blinkt
het tranenvocht in dunne druppels
op een rij.

Ik zal de strijd niet staken.

Nog een uur naar Bastenaken.


Fabian de metronoom

men zegt: de kers
op de taart maar
was die taart wel gebakken:
niemand die het wou geloven

hij zat wat scheefjes en wat schuin
wellicht aan een val te wijten
om zijn mond geen beetje schuim:
zo’n man lijkt niet te verslijten

men merkt de kuiten, gespierd en pezig,
de opgespannen rug waaruit de kracht
vertrekt: zie je hem zo bezig
dan weet je dat een ander verrekt

als een metronoom gaan zijn benen
je voorvoelt de glimlach straks
wanneer de tijden zijn verschenen
en iedere ander komt achterbaks

elke andere komt te laat:
Spartacus heeft toegeslagen
en Vlaanderen juicht met de Beren mee
want hij is ook de onze sinds jaar en dagen

zeg dan maar de kers, het toetje
bij een loopbaan – Fabian zegt: ik pers
nog één keer alles uit mijn lijf
en daarna ben ik ruim voldaan

en wij van Vlaanderen en Bern
staan verbluft te kijken:
dit is van topsport de kern
en het koninklijk einde van één der wereldrijken


Staf de Wilde

Goud voor een Hamse Wuiten

olympisch goud en hij komt
uit jouw dorp aan het water:
hou dan maar eens je ogen droog

ik ben in bloedvorm, had hij gezegd
en niemand nam hem ernstig;
ik word sterker jaar na jaar
en niemand die geloofde

behalve een verloofde wellicht,
een vader en een moeder:
trotse mensen uit Zogge,
de buitenwijk van je dorp

en nu zie je al de koetsen rijden
en reeds vooruit hoor je de hulde aan:
dit is geen kampioen om te benijden,
hij heeft er alles van pijnen aan gedaan

zoals opstaan na een breuk
in zijn Ronde van Vlaanderen
die hij niet verliezen zou
indien de wielergoden anders waren

indien ze eer zouden betonen
aan wilskracht en hard labeur
aan geduldig rusten elke nacht
en strijd leveren met de sleur

van Avermaet is een grote
al begon hij vrij laat;
wij van het dorp hebben
dubbel genoten en noemen hem
onze held inderdaad


Staf de Wilde

De wedstrijd van een commentaarstem

de commentaarstem weegt de vluchters
onder hen de gevaarlijke Pantano
en geen tijd om zich te scheren
dat moet echt Simon Geschke zijn

het peloton heeft inmiddels de kanonnen
ingezet over een bestek van 100 kilometer
poneert de stem tijdens de tweede klim
van het eerste lusje

toch wel een lekker lopend parcours
valt een tweede stem volgens afspraak in
het is een loper met soepel asfalt
maar het kraakt al behoorlijk achterin

je zit met een punthoofd te piekeren
wie toch die vreemde patriot is die
met de daver op het lijf de kasseien
op dokkert waardoor de ketting
tijd heeft van het tandwiel te springen

het is maar klein leed voor de eerste stem
groter leed heeft het peloton dat op een lint
voor herrie zorgt en niemand zich meer kan
verstoppen in de eigen finale afvalkoers

niemand heeft zich weggestoken
al werd je met gemak geknotst op de keien
stelt de tweede stem instemmend vast 
zeker als je nog maar bitter jong bent

maar het was een echte man
het was Greg van Avermaet


Bert Struyvé

Tour 2016

           - aan de vooravond van de slotrit-

De laatste bergen zijn bedwongen
De posities liggen vast
Ons lied is morgen uitgezongen
Tenzij Parijs ons nog verrast

Alles hebben we gegeven
Reden de ziel uit onze kas
Wat ons het felst is bijgebleven
Is dat De Gendt verschrikkelijk was

Maar ook Van Avermaet deed dingen
Die hij als geen ander kan
Niemand die in zijn wiel kon springen
– Welhaast de Belgische Sagan

Wat ze op het voetbalveld niet konden
Deden de Belgen in de Tour, en zie:
Hun duivels hebben ze ontbonden
Met een aanvalsstrategie

Enfin, de Tour is nu gereden
Morgen wordt nog slechts gesprint
En volgend jaar wordt weer gestreden
Tot toch dezelfde man weer wint


Elvis Peeters

De laatste rit

keuvelende veulens, uitgestormde stieren slaven
als knechten van de almachtige Tour nog één keer
hun heilloos lijkende weg naar het gezalfde eindpunt

een niet te bevatten rustpunt na onnavolgbare weken
vol geweld puisten valpartijen massage gevloek
sprintersgeweld klimtijdritten verwaaide renners

de ronde missen vergoeden veel daarbij met
hun roodgerande tootlippen laten voor eeuwig
tijdloos geappte roem op beide wangen stralen

de volgende dag een even later vergeten column
voor de schlemiel der schlemielen zonder de geur
bloemen en niet de glorie doordrenkt van olie

geen marsepein voor het zitvlak van de verdwaasden
geen masseur voor de kromme benen van de roekelozen
geen odeur voor de stramme lijven van de zwetenden

maar innerlijke trots en duizenden kilometers
sluipt in hun binnenste hang naar voldragen leed
met de glimlach van voldaanheid na ieder eindpunt

de Tour als heilige graal van voldragen moed


Kees van Meel

Heel vrij naar Yehuda Amichai

Weer een Ronde ten einde, als een goed seizoen 
voor kuitenbijters en heelmeesters, of een periode
van opgravingen waarbij uit de diepte half vergane
dingen zijn opgehaald: een drinkbus, een rochel of een Rolex.

Weer een Ronde ten einde. Een beschaving van bandages
schaafwonden en boodschappers op een plateautje met snelle wissel
van mistgordijnen en zonneschermen waarbij iemand plots 
uit het beeld verdwijnt en je denkt: mijn god, toch
niet weer die arme Pierre Roland.

En heel uit de verte van de dalen komt het geluid 
van één enkel paard en een man aan het werk
en heel uit de verte van vroeger het geklop
van de buurvrouw aan de deur, de moeder van Pierre
met een kommetje rijstpap, speciaal voor jou

maar zonder de gele kleur van saffraan.

We heffen het glas en de doden staan weer op.


Norbert de Beule

Thermiek

Er hangt een lichte sluiermist
in de vallei
als ik die morgen aan mijn
klim begin.

Twee bochten verder klinkt
een carillon 
van koeien die mekaar te 
grazen nemen. 

De weg is leeg, net als 
mijn hoofd;
de wil regeert, verdooft
mijn lijf tot trance.

Maar klimkadans vertikt het,
laat op zich wachten,
voelt niets voor dictatuur 
van regelmaat.

Hoog boven zweeft 
een adelaar zijn rondje
op hoop van prooi en buit 
en overleven.

Terwijl trap ik me rot bergop 
op zoek naar 
stille waan, vermomd als zin 
in dit bestaan.

O geef me wat thermiek
op weg naar Golgotha.


Herman Laitem

Eervolle vermelding

‘waarmee kan ik u van dienst zijn,
een broodje kroket?’
‘nee, geef mij maar een Ducrootje
een kroket is mij te vet!’

ik wil het proeven op mijn tong
het angstzweet van een afzink
voor Maarten is dat zijn bon ton

‘oohh, die gaat gehoekt
mag ie dat van z’n moeder?
dat gaat maar net goed!’

ik mis nu al het relativeren
van onuitgesproken heldenmoed


Bert Struyvé

Ploegmaats

zeg niet: Wout Poels
die had kunnen winnen:
een winnaar heerst elke dag
en dat deed Poels niet om te beginnen

ploegmaats zetten uit de wind,
ze bepalen het tempo;
doch er is maar één die wint:
een man met meer animo

persoonlijkheid is nodig aan de top:
de strijd tegen gekozen ontbering,
een kluizenaar moet men zijn
of de poging wordt een flop

een Ronde wordt niet gewonnen
in een weekje of drie:
aan de zege is voordien begonnen
door te leven in een eigen monasterie 

en door meer pap te eten:
een winnaar neemt geen hap te veel
terwijl ploegmaats wel eens vreten,
die nemen heus hun deel

heersen vangt aan met zichzelf beheersen
daartoe zijn weinigen in staat:
zeker het peloton niet
doch evenmin een ploegmaat


Staf de Wilde

De liefhebber

schrijven is vaak rijden op de limiet
het is veelal aanklampen op je laatste adem
want je hangt maar wat snel aan het elastiek

als er in het peloton van woorden nerveus
wordt gekoerst en je maar niet dichterbij
kan komen als je tracht een gat te dichten

soms als het even afvlakt 
voor je met de slotklim begint
oog je opeens weer fris
en schrijf je met een mooie pedaalslag

geef er maar eens een slok op
en maal door op het grote blad
al schrijf je voortdurend diep in het rood

toch verwacht je de commentaarstem
dat je niet goed meer bent
dat de een na de ander eraf moet

dat je straks geparkeerd staat
hopelijk ben je wél de betere daler
maar ja de meet is op de top getrokken

je zakt er doorheen
en gaat op zoek naar een bus
daar kun je in ieder geval nog

mee thuiskomen


Bert Struyvé

Moed

Mollema en Kelderman
de helden van de dag
allebei veerkrachtig 
na al flink wat tegenslag

dapper in de aanval
tegen beter weten in
toonden zij hun strijdlust
door weer mee te doen voorin

ja schrijf hun namen maar vast op
want volgend jaar zijn die twee top


Daan Sindelka

Bauke!

o, Bauke toch niet lossen
terug in het wiel jij, snel
blijf de drommel aanklampen
dat kun je heus nog wel

kom op Bauke, blijf geven
nog vier dagen te gaan
en eigenlijk nog drie maar Bau
want Parijs is niet veel aan

en misschien Bauke, misschien
heeft Froome een slechte dag
en zal jij de man zijn in Parijs
die geel aantrekken mag


Daan Sindelka

Wielerfan

Een welverdiende rustdag in de Tour
Brengt amper tijd om lekker uit te blazen
Van al dat jachten, jakkeren en razen
Want morgen wacht alweer een bergparcours

En ook zijn daar de sluwe wielerbazen
Die soms met zakken geld en veel rumoer
En grote toekomstplannen vol bravoure
Op toppers en de beste knechten azen 

Ik dood de dag met angstig speculeren
Kan Froome de druk van Mollema weerstaan
En zal Quintana nog eens exploderen 

Zo’n wedstrijdvrije dag kan ik niet aan
Mijn lijf verzuurt, mijn hersenen blokkeren:
Als fan heb ik de zwaarste wielerbaan


Frits Criens

Jump

soms in de regen
en soms in de wind
soms in de bergen
en dan eens een sprint

soms in de Vuelta
en soms in de Tour
een mooie klassieker
een loodzwaar parcours

staand op de trappers
of recht uit het wiel
soms eens wat zwoegend
dan weer met stiel

soms als de Hulk
of als Forrest Gump
maar vandaag wint Sagan
dank zij zijn jump


Daan Sindelka

Peter

Wat is het toch een lust om te bekijken
Hoe hij telkens weer tekeer gaat op zijn fiets
Te zien of al zijn wonderkrachten reiken
Tot rode lipstick van de rondemiss of niets

Ook al zullen wielerkenners 's avonds prijken
Met wie wat fout deed in hun analysespeech
Wat is het toch een lust om te bekijken
Hoe hij de anderen weer martelt op zijn fiets

'It is crazy' laten ons zijn blauwe ogen blijken
Hij eerste Froome op twee het lijkt een witz
God wat is het toch een lust om te bekijken
Hoe Peter voortgaat als gegoten op zijn fiets


Huisdichter Cornelis

Tom

Coole Maastrichtenaar
Zeldzame fietsvogel
Leefgebied wegen
Van asfalt alom

Mensen behept met wat
Ornithologica
Zien hem daar vliegen
Die dekselse Tom


Huisdichter Cornelis

De wind, de wind

1.
'Wind is een platte berg' zegt Rob H.
gedreven ridder van de weg en wat dan
als het echt bergop gaat hoger nog naar
beruchte hellingen tussen kale steen

je ziet rook en vlammen aan de horizon
van schrik waait een man van de fiets
hij schiet als los wild een greppel in
duikt dan onder in een splijtende waaier

je vindt hem later met kleerscheuren terug
aan de verkeerde kant van de scheiding
haar van het hoofd geblazen maar goddank
nog in slag onder de gezandstraalde helm

aan het eind versnelling van groen en geel
ze verdelen de doelen elk pakt zijn deel

2.
In de voetsporen van Petrarca vol ontzag
Mont Ventoux op, berg van de verbeelding
waar achter lavendel het slagveld wacht
het spel gespeeld dat slachtoffers kraakt

tegen wind in zwoeg je gezwind naar boven
feestdag als het bij Chateau Renard gedaan is
champagne en 'fromage fort' in het verschiet
2 Belgen gaan voor de zege op Quatorze Juillet

daarachter zie je in het gedrang die motor niet
het is vallen opstaan de gele trui die zonder fiets
verder rent maar niet zoals zijn frame is gebroken
hij schudt het hoofd trapt op ‘n leenfiets in ‘t rood

het maakt chaos op de berg in een keer compleet
niet in het minst bij de jury die een oplossing weet



Frans Terken

Ventoux, een nabeschouwing

Het was voor elke kijker even wennen
Dit niet echt alledaagse tafereel:
De man die fier gekleed gaat in het geel
Zo zonder fiets bergopwaarts te zien rennen

Het greep, dat durf ik hier wel te bekennen
Mij zittend in de bank ook bij de keel
Is dit, dacht ik, een droom of toch reëel
De Tourbaas heeft zoiets niet kunnen plannen

Enfin, de juryleden hebben overlegd
En in hun wijsheid hebben zij besloten
Dat Froome zijn trui houdt. Ik vind dat terecht

De schuld lag immers bij die idioten
Die op de weg gaan staan. Het moet gezegd:
Door hen gaat wielersport straks naar de kloten


Hans Manders

Mont Ventoux

de koers verlaat Montpellier
al keuvelend via glooiende streken
over slechts een onbeduidende côte
en dan… de voet van…
waar serene stilte daalt in het peloton

het kleurenpallet zucht in en uit voor wie het ziet
beweegt als een speelse accordeon
de wind trekt de Bermudadriehoek
en een ieder raakt aan de eigen limiet

de maan schijnt helder aan de horizon
de top swingt vandaag in ovale vlagen
het giert om het weerstation

zwoegende dragers zijn aan het temporiseren
kopmannen zien bondgenoten in sprinters
die weten te schuilen voor wat tegenwind

attention, attention!  het finale doek
valt op een parkeerplaats ver van
de o zo gewenste zone des doods

het is het verdict van de Ventoux
zes kilometer onder de top
maar ach, wat doet ’t er toe


Bert Struyvé

Ventoux, een voorbeschouwing

Wie ligt er voor de klim begint op kop
En wie zal in het bos gaan demarreren?
Voor welke renners zullen kansen keren
En wie raakt door een klapband achterop?

Wie krijgt er onderweg een hongerklop
En kan daardoor niet optimaal presteren?
Wiens naam zal het publiek het meest scanderen
En hoe hard zal het waaien voor de top?

De kale berg, met landschap als de maan
Wordt door de wind geen strijdtoneel van helden
Die een voor een langs Tommie Simpson gaan

De winnaar zal zich bij Reynard reeds melden
Want daar zal deze keer de eindstreep staan
Zal Froome zich daar als beste laten gelden?


Hans Manders

Rustdag

Duivels de ledigheid
Dag van het oorkussen
Renners op slippers
Of neukend hè get

Morgen goddank weer ‘n
Hemelbestormende
Tête de la course
Met z’n fiets in gebed


Rustdag in Andorra

De een ligt 's morgens lekker lang op bed
Een ander gaat een wielertijdschrift lezen
Een derde krijgt nu kans om te genezen
Van valpartijen met zijn bicyclette

Er wordt ook hier en daar een wond ontsmet
Een renner stuurt -dat is mijn hypothese-
Wat schietgebedjes richting opperwezen
Een ander eet vier broodjes vleeskroket

Een kopman is vandaag voor dag en dauw
De bergen van Andorra in gereden
Een meesterknecht neemt het wat minder nauw

Hij heeft bij al het beulswerk flink geleden
Maar skypet nu op zijn kamer met een vrouw
En vraagt of zij voor hem zich wil ontkleden


Hans Manders

Thomas de Gendt

hij doet Urbanus na
aan tafel na de strijd
de man van het lukt bijna,
geef hem ruimte, geef hem tijd

een strijdershart als geen één,
een man van courage;
zie hem schuiven met ongeschoren
been: hij behoeft geen massage

steeds lonkt hij op een kans
en vaak zal hij zich misgrijpen
deze man van bijkans
soms moeilijk te begrijpen

waar haalt hij de geest vandaan
om het hazenpad te kiezen
hij is pas voldaan wanneer
ze achter hem kniezen

goed, het lukt niet elke dag
doch hij waagt het keer op keer
zeg daarom met een glimlach:
een speciale, een mijnheer

Staf de Wilde

Morgen weer

een belofte droomt de koers door de Pyreneeën
woont op het vlakke en bevecht het valse
in niets zoals de ervaren klimmers en dalers

op het valse speelt een belofte met het grote blad
repeteert stoer de reeksen van wattages
met een drinkbus scheef in de mond
zoals het hoort voor het plaatje

heupen stijgen en zinken als op een cakewalk
zoals vaders vroeger vertelden over de kermis
een belofte droomt over twee wijsvingers om te remmen

over piepende autobanden van ploegleiders
van achterwielen die slippen
terwijl voorwielen kiezen voor de ideale lijn

een belofte droomt van een daler die als een steen des doods
de volgwagens uit het wiel rijdt van snelheden
die gaten dichten die zichtbaar in het wegdek zaten
een belofte droomt van een voorsprong

door in wintertijd te denken maar eens bij de meet
geen geduld voor onzinnige commentaren
een belofte droomt in strak getrokken shirt

het opgeheven hoofd in rechte lijn naar zijn eigen bed
morgen weer


Bert Struyvé

De sprint

Zestig het uur of meer
Kolkende razernij
Dappere mannen
De eindstreep hun doel

Angstig aanschouw ik het
Tweewielergekkenhuis
Flink in de war op
De punt van mijn stoel


Huisdichter Cornelis

Greg

Belgische bange hoop
Greg ja van Avermaet
Vlindert omhoog
Naar de Pas de Peyrol

Prachtig gezicht dus de
Fietsknuffelvlamingen
Gaan dat is logisch
Compleet uit hun bol


Huisdichter Cornelis

Vierde in etappe vier

Hij debuteert op Frankrijks wielerwegen
En rijdt zijn eerste Tour in rood-wit-blauw
Hij heeft voor sprint de juiste lichaamsbouw
En is bepaald niet schuchter of verlegen

Hij streed vandaag om de etappezege
En zichtbaar zat hij op het vinkentouw
Maar oermens Marcel Kittel moest en zou
En sprintte naar zijn ritwinst nummer negen

De vierde plek voor Dylan is een teken
Dat hij zich met de beste meten kan
En in de koers nog potten kan gaan breken

De Lotto-Jumboploeg is wat van plan
En doet in deze Tour nog van zich spreken
Ik schrijf heel graag een nieuw sonnetje dan


Hans Manders

Bloemen in Angers

                                         Tour 2016, 3e etappe

Wil je in Granville, nog gekleed door Dior
al de bloemen ruiken van het verre Angers
het zweet houdt het tegen en anders wel
de afstand om van aanvang voluit te gaan 

dus rustig aan liefst een luie wandeletappe
onderweg genieten van landschap en kijkers
bloemrijk de namen van stad en dorp
zo ook van winnaars uit eerdere jaren

zie een vluchter op weg naar zijn thuisfront
hoe hij moederziel de energie verbruikt
weggetrapt voor het in 't eind erop aankomt

nog een landsman driest in de achtervolging
samen fiets je harder je houdt de tricolore hoog
al wappert hij ook vandaag niet voor Frans fortuin


Frans Terken

Leve Michel Wuyts

ja, hij is een schoolfrik,
zijn verhalen bij landschappen
en kastelen lijken op een tic 

betweter: hij twist alweer
met De Cauwer over een houding
op de fiets, een pedaalslag

de dag duurt lang voor ouden
en hij houdt ze onledig: zij
kijken al uit naar al de uren
dat hij zal praten en tonen

zij zien heuvels waar ze zouden
wonen indien ze geld hadden
en nog de nodige jaren

renners herkent hij in één oogopslag,
nauwelijks in beeld gekomen
en je raadt zijn glimlach wanneer
een Vlaming ontsnapt naar zijn jonge dromen


Staf de Wilde

Bijna

Mont Saint-Michel: het is de hoogste tijd
Voor grand départ en grootse wielerdaden
Van sprinters, klimmers, al die fietsnomaden
In weer een Tour vol passie, vuur en strijd

Het EK-voetbal kon me niet bekoren
Maar nu zit ik als wielerfan van voren


Frits Criens

Fietsen in Lommel

fietspaden omzoomden bos
en veld, elke wind gebroken
door heg en boom

zelfs jij, mijn lief, niet gewend aan duwen,
vond het zalig zo te glijden en nergens
verloren we een knooppunt
uit het oog: de borden van Limburg
spraken hun langzame taal

we overschreden een grens
zonder van een grens te weten
behalve zo’n kegel in het gras:
die droeg zijn eigen wapen

neen, nergens gleden we
zo zalig aan de tijd voorbij:
de vooravond viel met de voormiddag
samen, alleen een serveuse
sprak op de noen een ander accent

en Lommel blonk uit met roze asfalt
na de grensweg die op en neer ging
en links en rechts het spoor volgend
van de bomen

geloof me, lezer: ben je een fietser,
kom hier dan dromen – doch val niet
in slaap want onverwacht duikt
na een bocht een verwante op,
ook zo’n dromer met een fietsheld in z’n kop


Staf de Wilde

Droomwaaiers

je zet je schrap in warme wind
je kijkt over zinderende kasseien
en wacht en wacht en wacht
de straat tuurt al uren op haar tenen

dan opeens zoeven benen als snelle spaghetti
voorbij het wielervolk bespuit elkaar
met geraapte bidons
opgewonden

en juist dan droom je even weg
over een rivier
en zie je een zomerhitje tegenstrooms
van boeg naar stuurhuis door ‘t gangboord lopen

om je te halen
helaas krult de rivierbocht haar
alweer weg

uren later knip je jonge spinazie
genadeloos van de aarde los
en al bladerend dobber je weer even weg

over kasseien die drijven in onmetelijk grote zee
en zie je overal golvende benen
in kleurige deining
als vertraagde waaiers

van opzij
trekt de tegenwind aan


Afzien

Er gaat niets boven Groningen! Akkoord
Ik gun eenieder daar zijn luchtkastelen
Wat kan die malle slogan mij nou schelen
Die geen weldenkend mens hier boeit of stoort

Laat Groningers gerust hun ego strelen
Met chauvinisme waar men thuis mee scoort
Zolang er nog naar aardgas wordt geboord
Kan ik hun stoere eigendunk wel velen

Maar nu die toon de Drenten ook charmeert
- Men wil vereend het wieler-wk halen -
Acht ik het tijd dat iemand protesteert

Puur vlak, geen klimmen dus, geen dalen
Geen heroïek, het sprintbelang regeert:
Een wedstrijd zonder ballen, dat wordt balen!


Frits Criens

Dick Heuvelman (70) wil het WK-wielrennen voor 2020 naar Groningen en Drenthe halen.
De KNWU heeft zich achter het initiatief geschaard. Bron: De Volkskrant, 7 juni 2016.

Sonnet

Wiggins, Evens, Cancellara,
Sastre, Schleck en Contador.
Hinault, Hoban en Herrera,
Aimar, Anquetil en Poulidor.

Bahamontes, Jimenez, Pantani,
Delgado, LeMond, Fignon.
Gaul, Géminiani en Nencini,
Agostinho, Ocaña en Pingeon.

Kübler, Kader Zaaf, Anglade,
Danguillaume en Darrigade.
Walkowiak, Lazaridès en Koblet,

Robic, Brambila, Poblet.
Bottecchia, Lapize, Lapebie,
Boerke Beeckman en Jules Lowie.


Bahamontes

- Federico van T-olé-do -

In de arena van het hooggebergte zal hij para siempre
de grootste toreador blijven, deze klimmende El Cordobes
op twee rubberen bandjes die zich op de hete flanken
van de Puy de Dôme tooide met lava van de Auvergne
als een lauwerkrans van heet zweet om het hoofd.

Het sierlijk golvend haar, de ogen van vuur,
de pezige benen waar maar geen eind aan komt,
de lange spieren als soepele bruingebrande lianen
in een oerwoud van wentelende wielen,
deze koersadelaar met shirtpluimen van wol en
de ijzeren klauwen rond het glanzend kromstuur,
zijn lichaam ongenadig heersend  in de strijd bergop.

En dan het ballet van koerssacrale namen op de borst:
Margnat-Paloma, Faema-Guerra, Terrot-Hutchinson,
met als gevleugelde uitschieter het team van 1959:
Tri-col-filina-Coppi/Condor-Kas. Colcondor pur sang.
Ze staan hoog en fier in het granieten lijf van Alpen en
Pyreneeën geschreven, elke dag opnieuw weerklinkt
op de Mont Faron de echo van hun goddelijke klanken.


Willie Verhegghe

Tatarinov

Katushafiets met witte bandjes
Schuift langs me in Partij
Een jonge Rus de handjes
Op het stuur knikt kort naar mij

Velden maïs en varenplantjes
Trekken kalm aan ons voorbij
Katushafiets met witte bandjes
Schuift langs me in Partij

De Schweiberg doemt op tandjes
Hijgend al klim ik langszij
In mijn spieren binnenbrandjes
Hij heet Tatarinov zegt hij

Stoepranden worden randjes
Epen komt nu snel nabij
Katushafiets met witte bandjes
Schuift langs me in Partij


Huisdichter Cornelis