Berustend besef

De plot van vandaag: iemand die iets deed.

Iemand was de held en kwam uit ons midden.

Hij bracht een deel van de dag met fietsen door, langs schapen en
koeien, in een berustend besef van een oude orde der dingen die
plaatsmaakt voor een nieuwe.

Evenzogoed gebeurde er niets opwindends onderweg en de held
probeerde zich ook niet beter voor te doen dan hij was.

Effies nam hij het leven exact zoals het kwam.


Ton van 't Hof

Critérium du Dauphin(é) Wout Libéré 2020

- na de eerste rit Clermont-Ferrand - Saint-Christon-en-Jarez-

Zelfs de met een straat voorsprong
rapste wielerdichter der Lage Landen
zit nu nagelbijtend zonder woorden,
de bovenaardse Van Aert is hem te snel af,
de Dikke Van Dale en superlatieven volstaan niet meer
na het goudgeel van de Strade en de Prosecco
uit de Via Roma-fontein van San Remo:
le nouveau Dauphin est arrivé au Dauphiné: santé!


willie verhegghe

Het Corona-jaar

Annemiek & Wout

Toscaans zinderend -
zo geselt zon & stof hen
naar ultiem geluk


Ronde van Polen

De deur dicht sprinten -
als koers in nadars eindigt
wint alleen verlies


Milaan - San Remo

Rustig aan Wout - na
één week koers heb ik er al
geen woorden meer voor


Schuld & Boete

Ligt Dylans toekomst
in Fabio's handen – mag hij
hopen op vergeving


Miel Vanstreels

Brabançonne in San Remo / Geuze Eylenbosch in Polen

'Omnium Gallorum Belgae fortissimi sunt.'
Julius Caesar in ' De Bello Gallico'/50 v.Chr.

- voor Wout en Remco-

Wat 'n koningskoppel en nationale tandemtrots:
Van Aert muilbandt met zijn frisse jongenskop en
imposante dijen in San Remo op de Via Roma  
de dolle Franse pitbull Alaphilippe en ontvangt
daarna de warmte van zijn Sarah en ouders
die als een tedere wind over hem komt gewaaid,
de Poggio-puist plooide zich slaafs naar zijn grinta,
dit was koers op het scherp van de gulden snee.

Oostwaarts de andere ongeslepen diamant,
koers-Jerom Remco die wielerwetten aan 
zijn koersschoenen lapt en de spartelende tegenstand
gewoonweg ongegeneerd uit het wiel rijdt,
een ongeziene krachtexplosie uit de  eerder kleine body,
een talent dat aan de grote Merckx doet denken,
in de Poolse Ronde over de eindmeet met het rugnummer
van oorlogsslachtoffer Jakobsen in de lucht,
een ontroerende hommage met tranen overgoten.

In San Remo luisterde Wout naar de Brabançonne
terwijl in Brussel een peloton krachteloze politici 
het met mekaar aan de tricolore vlaggenstok hebben.
Ik trakteer Wout en Remco graag op een geuze,
Schepdaal laat zijn Eylenbosch opnieuw gisten!


willie verhegghe

WOUT STRADE BIANCHE VAN AERT

Op de klanken van Paolo Conte
in zijn ode aan campionissimo Bartali
schud ik schrijvend het gezouten stof van Wout,
weg die geelbruine mix van Toscaans grind
dat renners tot woestijnsoldaten van Rommel maakt en
hen in het hemels Siena van de  bloeddoorlopen ogen en
de demarrerende duivels van de voorbije dag verlost.

Vincitore Wout, brok genadeloos graniet op gravel
met de ontwapenende lachrimpels, de blonde kuif
op de knappe kop vol gracieuze grinta:
old fashioned renner naar mijn hart,
nooit holle praat met die diepe zware stem,
als het moet maestro in modder en winterse kou,
op de strak klassieke Piazza del Campo
de horrorcrash in de Tour stijlvol uitwissend
met de magistrale kracht uit de herwonnen dijen,
Caesar over de hoestende koerscohorte in Siena.

En als niet te versmaden toetje op de koerstaart
het zalig zwanger vrouwtje geduldig wachtend
op de verwekker van het kleine coureurke
dat victorieus opspringt bij zoveel prenataal geluk.


willie verhegghe

Welkom in Drenthe

Wij zien het als een plicht u te plezieren
zodra u op tomtom de route weet
kunt u hier ongestoord vakantie vieren

We zien het als een plicht u te plezieren
in ’t bos verbergen wij de wilde dieren
en op de hei zijn schapen bij de vleet
Zodra u op tomtom de route weet
begint per fiets de oefening der spieren
en als u de hotelnaam niet vergeet
kunt u hier ongestoord vakantie vieren

We zien het als een plicht u te plezieren
geen volk dat u een warmer welkom heet
De vloerbedekking is hier kamerbreed
in ’t bos verbergen wij de wilde dieren
en op de hei zijn schapen bij de vleet
Zodra u op tomtom de route weet
begint per fiets de oefening der spieren
en als u de hotelnaam niet vergeet
en onderweg geen streekgerechten eet
die maag en ingewanden knap verstieren
kunt u hier ongestoord vakantie vieren


Gezienus Omvlee

Strade Bianche

Witte grindpaden-
een stofferig vagevuur
vol engelenzang


Miel Vanstreels


Fausto

Wielrenner zou ik zijn. Afdaler of tegen de tijd.
Iets van een vader oreerde dat voor de afdaler die ik was
geen bergen bestonden – de fiets die ik nooit kreeg

was mijn kostbaarste bezit. Een God zou ik zijn:
Hij die schaduwen over de dingen legt. Op alle plaatsen
zou ik zijn. Van alle plaatsen – in de hemel of op de aarde –

verbleef ik het meest in de hel. Het werd een God met gebreken.
Van het één kwam het zwerven. In de armen van ademloze verten
Te slapen, het leek me wel wat. Anadyr, Dikson Bay: we raakten

allengs het noorden kwijt. En ook de Noordkaap zou al snel vervelen.
Voor het leger schoot ik veel te kort en ging als wetenschapper op zoek
naar het pertinente. Wetten te ontdekken waar geen geval voor

bestond – een eerste stap in de verbeelding. Schrijver dan maar.
Het lek in de taal met woorden te dichten. Een banddikte van God
verwijderd wanneer hij in geletterd zwart schaamrood schrijft

en op de lippen van de witte dame woordenloosheid spelt


Hugo Verstraeten

Passo dello Stelvio

With great legs
life is a climb
hors catégorie

Met superbenen
is het leven een klim lang
hors categorie


Miel Vanstreels

Goed en slecht nieuws

Niemand heeft zo’n mooie lange naam als de piepjonge
verleidster en veldrijdster Ceylin del Carmen Alvarado.

Niemand heeft zo’n mooie lach, zulke slanke bruine
benen en zo’n bos zwart krullend haar onder de helm.

Maar helaas ze heeft al een vriend en een minnaar:
Het is de acht jaar oudere winnaar
van de jaarlijkse Kattekoers in Ieper van het jaar 2012.


Hendrik Carette

Steven

Broodnuchter klimgeitje
Bijnaam de kleerhanger
Oogt deze Tour
Stoïcijnser dan ooit

Prachtig dat iedere
Wielerdeskundige
Plots overtuigd is
Dat alles zich plooit


Huisdichter Cornelis

Fons De Wolf

De renners hingen
in zijn wiel,
de vrouwen
aan zijn lippen;
de renner met
een sexappeal
waaraan geen een
kon tippen.

Maar na de tippen
van de wolf
volgden snel zijn hielen –
hij verkocht zichzelf
in starters, remmen en
in vele autowielen

totdat hij liever
onderspitten dolf:
nu zijn begrafenissen, zerken
handjes naar zijn kolf.


Frank Pollet

Groepsfoto

we pakken de foto erbij
ze staan er allemaal op: de zondagochtendgroep
strakke kabels, slanke zadels, in carbon verzonken
op een terrasopstapje, naar lengte van gewicht

sterke takken van dezelfde hardhoutstam
klaar om de kasseien te teisteren

maar nu even niet

het voorkomt verstrengeling, geen tak
raakt de ander aan of kruist
een oude boomgaard met beslagen aanvalslust

nu even niet

is als de meidoornhaag langs al te holle wegen
het vervangt de valwind uit een onverwachte hoek
verkort de noodzaak van een brede waaier

hoe meer de herinnering van tijd verglijdt
hoe minder pijn de steenweg lijdt
een hoekje krult tot glimlach, een randje blijkt slijtvast
zelfs de specie van verstijfde löss verstuift

en dode takken vergeten plotsklaps zelf te vallen


Bert Struyvé

Annemiek

Eindeloos de weg te gaan
Als zij het lijkt een opwelling
Het peloton laat staan
Nooit vertoond de voorstelling

Die crazy girl ons toont
Meter voor meter zo blijkt
Wordt moed vandaag beloond
En haar palmares verrijkt

Buiten dan weer binnen
In Shepherd’s Dog een kroeg
Op Harlow Hill het kippenvel

Tranen als wij haar met oorbel
Die zij lang in stilte droeg
Gruwelijk mooi zien winnen


Huisdichter Cornelis

Zadelziekte

Alsof alle zadels bilonrijp geworden zijn omdat
fietsen niet meer op de ploegwagens staan

verteren ze vette happen naast gesloten friettenten
klimmen langs de bonkige wegen nu grauwe algen

klinken zoevende spaken ver weg nog in het geheugen
van renner en publiek het snot voor de ogen

mag alleen achter lapjes van onooglijkheid overheid
trekt finishlijnen voordat een start begonnen is

bidons liggen lek te zijn tussen alle  wielerzooi
geen mens neemt koers of kermisattractie op

laf bier piepschuimt in overvolle vaten bruist niet meer
tussen peloton en wegpiraten van de koers

slippende wielen liggen in stilstand stapels banden
wachten snakkend naar verlossing zoevend geweld

klinkt in later wellicht muzikaal staccato
de vraag is slechts

wanneer


Kees van Meel

Tactiek

Op tweebaans fiets- en jaagpaden
en op smalle binnenwegen
fiets ik schuin, links achter mijn lief,

op onze eigen weghelft blijvend
dwing ik (door niet te wijken)
breeduit kletsende tegenliggers

om ook achter elkaar
of op z'n minst
op hun eigen weghelft
te pedaleren,

bijna geamuseerd
wacht ik af
of zij

met een boze, verongelijkte,
verschrikte of (zelden)
schuldbewuste blik
reageren


Ode aan mijn nieuwe ligfiets

We leven op het vlakke, op vaste bodem,
en toch  - en dus - streven we naar omhoog. 

Julian Barnes, Hoogteverschillen 


In Zonhoven zocht ik en vond ik
een mooie rode ligfiets
want ik wilde niet meer vallen
op het harde beton
of op de gladde stenen van een natte steenweg.

En met deze driewieler rijd en glijd ik liggend
onder de zon en onder de wolken 
als de gekke zoon van een baron
door de polder met een snelle vaart
zoevend op het jaagpad aan de Napoleonvaart.


Hendrik Carette

Huub Sijen

Niks leuker dan een wielercarrière
samenvatten in een versje,

neem nu Huub Sijen uit Maastricht,
twee jaar na elkaar Nederlands
kampioen bij de onafhankelijken,

twee keer tweede en twee keer
derde in het NK bij de profs,

drie keer gestart (en uitgevallen),
in de Tour, één keer in de Vuelta,

de Maas-Peel-Mijn
gewonnen

tweede geworden
in de Waalse Pijl

maar ook vijfde
in Luik-Bastenaken-Luik

en elfde in de Ronde
van Vlaanderen,

menig coureur droomt
van zo'n palmares,

in het WK van 1948
kwam Huub als tiende
en laatste over de meet,

Briek Schotte had danig
huisgehouden (op zes
sneetjes eigen gebakken
krentenbrood)

maar in 1941 was het Huub
die IJzeren Briek na zestien
rondjes over dezelfde
Cauberg geen schijn van kans
op de zege bood


Miel Vanstreels

In mijn fietsbidons

In mijn fietsbidons bewaar ik soms liters gele limonade
en soms ook heel veel moedermelk
vermengd met een lepel met levertraan
maar toch was ik nooit een lid van de Witte Melkbrigade. 


Hendrik Carette 

Tour 1992

je overnacht in Epen
je droomt van de etappestart in Valkenburg
het peloton stroomt al de hele nacht
gejaagd door je wielerhart
en buiten stroomt het even hard
maar dan van de regen

nat tot op het bot het zoveelste liftgebaar
toch nog onverwacht een laatste sprint
als een ruim bemeten auto remt

druppels afschuddend als een hond schuif je
bij de redders op de achterbank
de chauffeur taxeert zijn vracht vorsend
en meldt op getrainde toon ‘ik los het startschot’

opgeworpen drempels van hesjes en agenten
worden moeiteloos genomen, een blik
naar binnen, een tik aan de pet
en de wereld opent zich

bij de start een snelle greep van onze held
in het dashboardlaatje
en met de glimlach van zijn eega
tweemaal een ‘Invitation Jan Janssen’
met dank ook aan Bollé

zo betreden wij, alsof het de gewoonste zaak
is, de gekrulde hekken van het Village Départ
en vertrekken als laatsten


Bert Struyvé

Georges Claes jr

Geboren in het jaar dat zijn vader
voor de tweede keer Parijs- Roubaix
won

was hij uiteraard voorbestemd
om zelf ook coureur te worden,

hij reed voor ploegen als Watney,
Goldor-Gerka, Brooklyn

en won een keer of zes,
in Sinaai, Laarne, Bornem,
Mechelen en twee keer Tienen,

daar klopte hij mannen als
Bart Zoet en Walter Bouquet

maar het meest heroïsch blijft
zijn negende plaats
in de Ronde van Vlaanderen
van 1969,

met een achtervolgend groepje
spurtte hij, drie minuten na Gimondi,
om de derde plaats tegen Basso,
Bitossi, Verbeeck, Van der Kerkhove,
Hoban, Dancelli en Spruyt,

dat Merckx dat jaar
het hele peloton
in regen en storm
aan flarden reed

ach, de Kannibaal kwam
amper acht minuten eerder
dan Marino, Franco, Michele
en Georges over de meet


Miel Vanstreels

Vuelta in Coronaland


Geen buitensporig publiek of begeesterd klapvee bedient
in hallucinerende beelden en opsmuk kijkers tijdens de
voettocht door de Grote kerk geen feest der herkenning

de weg door het centrum loopt tijdelijk monumentaal dood
de wieltjes plakken niet aan de gravenweg met mummies
grafplaten met gehakte namen uit de middeleeuwen

een nieuwe plaag vervangt de gesel van pest en pokken
tast haast apocalyptisch over de aarde de mensheid aan
die apegapend naar adem snakt en lucht hapt uit bidons

even geen koersen meer in doodlopend wielerland
de hoop op spekgladde wegen en storm op kop heeft
tijdelijk plaats gemaakt voor een ongekend lange surplace

niet meer over wegen naar roem geplaveid door Gods zegen
maar eenzaam als verloren wieltjeszuiger in de slipstroom
van een voorlopig nog ongewisse stilstand


Kees van Meel

Breda met Vuelta 2020: de geplande voettocht van de renners 
door de Grote kerk deed veel stof opwaaien. 
Dat is nu (voorlopig) niet meer nodig

Recept

Gelletje zelfspot
bidonnetje ironie - zo
wordt afzien poëzie


Miel Vanstreels

Aan de buis verslingerd

Gekluisterd aan het scherm dat mij grijs aanstaart
mijn open ogen in de vergrote pupillen door

prevelen mijn lippen samengeperst welhaast in gebed
om beelden van levende have en gave Gods

waar eens wielrenners bij bosjes op kijkers vielen
de toeschouwers meesleurden in waanzinnige drang

opgewonden commentaren vanuit kelen schor over-
slaand van extase en dwangmatig schreeuwen

klinkt nu zelfs geen weemoed in de doodse waas voor
mijn blikken de warrige woorden zijn op slot gestampt

en nergens klinken de opgefokte kreten van winnaar
die tijdelijke godenzoon of dochter aan de finish

maar nu slaat de stilte van meelij weemoed angst
mij om de oren en alleen in het brein diep verstoken

van het verstomd rumoer hoor ik nog vertwijfeld echo’s
achtergrondgeluid van wat eens voor eeuwig

Vlaanderens Mooiste was



Kees van Meel

Fietsend over de heuvels

Fietsend over de heuvels
van het Mergelland
kruiste ik hen

wel vaker als ze
op training waren:

de gebroeders Harings,
Jan Krekels, Bennie Keulen,
Jo Maas, Ad Wijnands, Fred
Rompelberg, Jean Habets,
Danny Nelissen, Frans
Maassen, Marc Lotz,
Rob Ruigh, Wout Poels

en vanmorgen nog
Tom Dumoulin,

ik weet het, ik vraag
het mij ook af als ik kijk
naar mijn gezicht,
mijn lijf, mijn
lichaam:

hoe oud ben ik
in godsnaam


Miel Vanstreels

De gelegenheid vult de analen

niets helpt, noch lichtvoetig carboon
noch onverwoestbare Reynolds 500 buizen

op het moment dat
de Ronde van Vlaanderen en de Ronde van Drenthe
samen rondzingen, eenmalig eensgezind
maar geen kassei weten te slechten

op het moment dat
de gedragen taal van voorlichters
menig opschrift op een oorlogsmonument overstijgt
en de rondemiss haar ingelaste training voor
de diep onder de indruk-buiging afbreekt

ja dan
dan is de koersval compleet
het enige wat voorlopig in Parijs dichterbij komt
zijn de klimaatdoelen

Johan Cruyff blijft een fenomeen


Bert Struyvé

Aan 't Scheld

In uitgestrektheid slingert een
stroom zich naar de metropool
langs vruchtbaar akkerland

Wind speelt hier altijd
een blaasconcert
waar fietsers passie
delen

Stress losjes gewatteerd
waar kleine dorpjes
ondergedompeld in stilte
aan de horizon
verschijnen

't Scheld draait zich in
een bocht aan Bath
waar ruggen
keren, ...


Patrick Rottier

Schoon aan de haak

wat een geeuw achter de komma brengt
is niet meer dan zuurstof inhaleren voor de zomer
een lange winterhang aan de garagemuur
leidt tot stilstand in de adem van gewrichten

het balhoofd krijgt een stijve nek, de botten haarscheuren
en de kransjes smeken om wat mantelzorg
zelfs een zadel kan niet maanden roerloos blijven

de inkt van de oude toerkalender is allang verwaaid
in de kromming van windkracht negen
de lente nadert, hoewel het stevig kasseien klettert

op de Muur, je emmer halfvol is en je de druppel vreest
of juist een lek, na het regenvirus van een dag of twee

de fiets en jij, ze roepen om hun moeder en een lenteavond


Bert Struyvé

Misschien

Misschien hebben we hem
te veel en te vaak
overspoeld
met onze dromen,

misschien hebben we hem
te veel en te vaak
en altijd ongevraagd
het juk van succes
opgelegd,

misschien hebben we hem
te veel en te vaak
het plezier in fietsen
ontnomen,

misschien hebben we hem
te veel en te vaak
gehinderd
bij het volgen
van z'n eigen dromen


Miel Vanstreels

Het regent witte sokken

elk decenniumbegin voedt het risico
dat het snel witte sokken regent
als de ketting bergafwaarts toch weer
stampij maakt, waardoor een waterval
van drievierletterwoorden uit je mond klokt

hét moment volgens jou
dat je als geoefende zwanenzanger
aan de waterdragers een oud feit opdringt

zij vullen meteen gedwee de lege bidon
(milieu blijkt toch een dingetje in de koers)

als vanouds twittert jouw getrainde mond
in het microfoontje: nú alweer kramp in de ketting
geen idee door wie en waarom
tja, niets rolt zo slecht als een samenraapsel
ontregelde schakels, schalmen, pennen en bussen

de zelfsturende mening in de volgwagens
valt stil, versteend zelfs tot feit, starend naar
de eigen witte sokken en de jouwe

intussen bibberen op de beslagen zijruiten
de eerste regendruppels tot kunstwerk:
omhoog, omlaag, diagonaal en opzij
allemaal keuzewegen zonder wissers

hoe houdt een decennium koers
zolang witte sokken de geijkte weg befietsen


Bert Struyvé

Fabian weent

Hij kent het verschil tussen huilen van verdriet en van vreugde
nog niet, de kleine zoon die zijn mama om de hals hangt met
even hete tranen. Wat het betekent om kampioene te zijn is
hem volledig vreemd nog, hij wenst slechts dat zij lacht. Nog
een jaartje en hij zal roepen ‘Kijk eens hoe groot ik al ben!?’













Bert Bevers

Decemberklimaat

het begon
toen het vuur binnen met kracht gloeide
achter de gietijzeren muur
en buiten de waterkoude wind deed wat het kon

binnen, waar hij zich veilig droomde aan het plafond
de plek, waarvandaan hij vroeger de eerste bloem
purperrood op het zonsopkomstraam zag bloeien

de plek waar remkabels nutteloos voortleefden
lugs nog meer verstilden, buizen verzonken in stijfheid
een aandrijving zich versliep en elk begrip verdween
toen wilde hij eigenlijk wel

dat
ja, wat eigenlijk?
de uitvergroting van een verlicht feestelijk december
gedraagt zich zelden toegeeflijk, maar valt

voor een racefiets in het niet
bij het gedachteloos verkleinen van de winterstop
tussen duim en wijsvinger


Bert Struyvé

Bauke

Hun slavenarbeid is haast niet te doen
Vanuit mijn luie ligbank voor tv
Leef ik vol medelijden met hen mee
Met Wilco, Wout en Steven, Tom en Koen

Van Mollema toch ga ik zachtjes wenen
Mijn god, wat heeft die Bauke dunne benen


Frits Criens

Afscheid

Hij was en is bij Sunweb een mijnheer
Een klankbord voor het team, de kapitein
En in de koers het sturend, tactisch brein
Nu coacht hij jong talent naar roem en eer

Als realist plaveide hij bekwaam
Zijn rennerspad: Roy Curvers is de naam


Frits Criens

De renfiets wacht, wacht, wacht af


ik vond je, na een herfst vol regen 
in gebreke, aluminiumvirus en carboonmalaise
maar nog even stoïcijns als toen

sinds kort omringd met de koude mannenbroeders
die scherpe ijzers slijpen zonder ijs

en toch, jouw frame met de gebladderde pezen
hoe houd je het vol, wanneer een laatste zucht
door de buizen giert? jij die zwaar dooraderd bent
jij die te licht bevonden bent voor winterse taferelen

wat doe je hier nog? vroegen zelfbenoemde coaches
verzamel je onderdelen, vet je in tot stilstand volgt
de haak en ketting op hoogte houden je wel warm
hoewel vochtkringen zich vermaken op je huid

je floot voor het laatst het asfalt weg
in een zomers paradijs, je zong hard en piepte
al remmend bij een overdosis graden

de bocht om, maar zeker niet het hoekje
rust in vrede en herrijs


Bert Struyvé

Poupou in pace


Lente 2016, Saint-Léonard-de-Noblat: het stadje in de Limousin
ademt koers want dit is het rijk van Raymond Poulidor,
ik sta er voor de crèmekleurige villa met nr 14 en
aan het grijze hek een bordje dat verwittigt voor de hond
met een baas die te braaf is om bezoekers af te houden.
Na een druk op de bel blijft het hek dicht en ik op mijn honger,
dan maar een snel briefje in de bus en een paar dagen later
een vriendelijke brief terug. Met als surplus een gesigneerde foto.

Zo miste ik Poupou, zo blijft hij me op zijn sterfdag bij
als de grote en geliefde afwezige die overal present was,
de brede glimlach om de volle lippen, de sierlijk gestileerde benen
in zijn vele trouwe jaren met Mercier-trui om de borst,
het tatertaaltje als een met warme woorden gevulde musette.
Het rennershart ligt nu te rusten in het ooit zo sterke lichaam
dat bij gebrek aan adem de eindmeet heeft gehaald.
Maître Jacques Anquetil verwachtte zijn eeuwige rivaal,
zet zich klassiek in zijn wiel maar dan plots een spurt in op weg
naar een hemels lief, ach, Normandisch  playboy op een tijdritfiets.

Op dezelfde lentedag van het gesloten huis zonder Poupou 
wandel ik de Puy de Dôme op (fietsen is er niet toegestaan
wegens het hoog juffergehalte van dit vulkanisch natuurgebied):
ik proef het Tourzweet dat Jacques en Raymond er anno 1964
schouder aan schouder klimmend hebben achtergelaten,
o zalig door twee wielergoden gedistilleerd elixir,
o zoete smaak van door renners geproduceerd zout,
o gegarandeerde permissie voor deze contradictio in terminis !


willie verhegghe

Mijn ideale fietsroute

Ter hoogte van het voormalige eiland Cadzand spring ik
kwiek op het harde zadel van mijn zacht snorrende fiets.

Ik rij naar het noorden en stop even op de markt van Groede
waar ik rustig een groot stuk Groese paptaart eet.

In Breskens stap ik met mijn fiets op de stampende veerboot
en aangekomen op de overoever ben ik al dicht bij Veere.

En wind of geen wind; ik pedaleer als een deftige heer
naar Domburg aan zee waar de mooie meiden wachten.

In Zoutelande kies ik dan voor een zwarte boerenkoffie
en een broodje met jonge haring of maagdenharing.

En in Sluis kom ik weer thuis aan het eindpunt van de vaart.


Hendrik Carette

De kale vergankelijkheid

strip de zomer, nu het bladeren giet
de pomp, remblok, mogelijk een bel

haal de kabels in, wind ze om je vinger
ontneem de alleskunnermeter zijn positie
de derailleur, de cassette en de crank
buig de spaken uit, bind ze op
tot handzame bundel twijgen

verklaar inbusbout en moer vogelvrij
verzamel zorgzaam losse ledematen
je naslagwerk van zee, zand, bier

lycra, helm, zweet en vergeet niet
de belijning bij te vullen
van je eigen fietsgeraamte

de winter slaat gaten in ons geheugen
maar sloopt onder de schedel evengoed
mentale drempels, tot kale vlakten

zoals de kasseien op de Kapelmuur
vooralsnog
of kapelwit op le chemin des Chapelles

vooralsnog


Bert Struyvé

De wielrenner Zico Waeytens ...

... wil voortaan gaan boksen


Volgend seizoen horen we dan helaas:
Zico is k.o.


Hendrik Carette

Mosselen met friet

Postkaartkoersen over Brussels brede
banen. Terugkijken. Achterwiel
viseren. Detailzucht inprenten. Laatste
loodst ondankbare vierde Dalton.
Nagelbijtende Witte Graaf van
Vlaanderen, spanning in blauw
huis-houden. Kromme in
rechte. Ineos-frietje houdt
hotseat warm voor
Jumbo’s.


Met dank aan Michel Wuyts, José De Cauwer, 
Karl Vannieuwkerke, Renaat Schotte en Carl Berteele.

Anne Baaths

Madonna del Ghisallo

Als ik de bladeren zie vallen,
denk ik aan Lombardije,
aan een peloton dat zich langzaam
opwaarts richt in een langgerekt
gedicht, op weg naar de kapel
van Madonna del Ghisallo
waar klokken juichend beieren,
hoog uittorenend boven
het meer van Como.

En iedere keer verzucht ik dan :
was het wielrennen maar écht
een katholieke sport gebleven,
dan zou de pastoor mijn fiets
alsnog mogen zegenen.


Harmen Malderik

Grenzeloze dood

Naar aanleiding van een dood aangetroffen naamloze vrouw in de buurt van een kanaal op de grens van Nederland en België, totaal ontkleed en vermoord en een bekende jonge wielrenner, de hoop van een natie Bjorn Lambrecht, die verongelukt tijdens een wedstrijd in Polen.


Bjorg in het Poolse landschap verraden door beton
-leestijd van dit artikel twee minuten lees ik-
te kort om te redden te lang om te sterven
op deze weg van Chorzow naar Zabrze
zijn milt ritste de dood aan zijn magere lijf
riool van menselijke afvalstoffen werd hem
fataal in een innerlijke ontploffing

zij naakt geboren naakt gestorven mist zij niemand
mist niemand haar gelegen in groen grensgebied
ons nabuurland naast kanaal van Gent Terneuzen
doorboord door kogels tussen stille herten
een vredig verraden landschap door de dader
vrouw misbruikt in verminkt Adamskostuum

alle lyrische lof erna bestaat uit dode woorden
betekenisloze brabbeltaal op het einde
van elke dodemansrit van een bekende man
een onbekende vrouw die delen in gruwzaamheid
van een verloren leven


Kees van Meel

Mathieu van der Poel

Hij is uit een erkende stam ontsproten
Zijn ouders noemden hem terecht Mattieu
Omdat het vol en zuiver rijmt op Dieu
Een wielergod lag in hun zoon besloten

Zo'n kampioen als hij is, is er geen
Een Poulidor en Van der Poel in een


Frits Criens

Kermiskoers in Koolskamp

of het kampioenschap der beide Vlaanderen 

We zijn weer in de maand octember.
De zomer wil niet wijken
en de herfst komt er al
aan op de lange rechte baan.
Miel drinkt hier gretig bier
en vreet een worst voor de dorst.
Melanie ziet een zoon en een zonde
en in de verte daalt en zinkt de zon. 
Wie wint hier in de sprint
of komt alleen aan in de laatste ronde.


Hendrik Carette 

De Vuelta van dit jaar

De Vuelta is dit jaar niet voor verliezers of losers
die almaar vallen in de valkuil van het verlangen. 
Alleen een Sloveen uit Slovenië
wint hier op één been.
Luister maar naar zijn mooie passende voornaam. 


Hendrik Carette 

Gesmolten wit

we roken racefietsen
als ze door haarspelden slopen
wanneer ze tik voor tik schakelden
nerveus uitwaaierden

zich van de kou ontdeden
al stond de kraan wagenwijd open
poncho’s renden, een wiel sprong
de berg deinde op de helling

lang was de koers
als een gecondenseerde witregel
buffel van bedrijvigheid
met de geur van rentmeesterschap

nu vullen we emmers vol meetrapporten
uit een zee van volzinnen 
het maakt ons tot drenkeling, het verweekt
elk glad been en wat ooit was
meandert tot wetenschap

en maagdelijk wit? dat vloeit uit
tot een gesmolten ijsje op een aquarel
en de e-racefiets dan?
die is weliswaar ergens geboren
maar sowieso in het verkeerde lichaam   


Bert Struyvé

Hooggebergte

Klimmen tot ver boven
de boomgrens

bevordert de nederig-
heid van de mens


Miel Vanstreels

Duivels, zijn - ontbinden

Op de Aubisque heb ik
al mijn duivels ontbonden

mijn tour de force duurde
welgeteld tien seconden


Miel Vanstreels

Choco

Eigenlijk heb ik
maar één motto:

fiets je geregeld
lekker choco!


Miel Vanstreels

Benen, goede - hebben

In de bergen zie & voel je het
bij iedere pedaaltrap

hoe beter de benen
hoe mooier het landschap


Miel Vanstreels

Verzuren

Zolang zijn goesting
niet gaat verzuren

kan een fietser ver-
bazend veel verduren


Miel Vanstreels

Wielerdichter

Geef het woord maar
aan die lyrische poëet

zijn verzen zijn gedrenkt
in massageolie en zweet


Miel Vanstreels

Vals plat

Met veel tegenwind
op geniepig vals plat

m'n benen willen terug
naar het binnenblad


Miel Vanstreels

Opgeven

Opgeven of blijven vechten:
het is antwoorden op de vraag

hoe je morgen wil terug-
denken aan vandaag


Miel Vanstreels

Scheren, de benen -

Een man die gesoigneerd
wil pedaleren

moet hoedanook
zijn benen scheren


Miel Vanstreels

Pedaleur de charme

Ik ben niet bepaald
een pedaleur de charme

wie mij ziet fietsen
roept spontaan ocharme


Miel Vanstreels

Geen lente meer, geen wind die zingt in wielen

  -in memoriam Stef Loos-

De melancholie in zijn goede warme ogen
wanneer hij van op een foto naar me kijkt:
het is alsof Stef wist dat de nieuwe lente
hem niet meer zou zijn gegund.

Het noodlot vlakbij kathedraalstad Doornik:
ik denk aan de tragiek van Jempi Monseré
voor wie plots een wurgende wagen opdook,
een in de kiem gesneuveld wereldkampioen.
Ook Stef is weerloos, hij vliegt zich als een vlinder
tegen kil en niets ontziend metaal te pletter,
misschien zag hij in een flits nog allen die hem
dierbaar waren: mama Inn en papa Kris, broer Stijn,
vriendin Jana, grootouders, de vele vrienden,
een lange liefdevolle rij voor deze toffe jongen
die zijn sport met hart en ziel beoefende.

Zijn fiets flitst niet meer, geen wiel dat draait,
geen tikkende derailleur, alleen pijnlijke stilte en
een groot verdriet dat nooit geheel verdwijnen zal.
Blijft die mooie kleine troost: ploegmaat Remco
die uit elke nieuwe zegetuil de mooiste roos
naar Stef in zijn wielerhemel zenden zal.
En Stijn zal de fietsen van zijn grote held
met de zachtste handen blijven koesteren,
broederliefde die geen grenzen kent en
ook door de dood niet klein te krijgen is.


willie verhegghe

(De) Plus est en vous

- na de putsch van Laurens-

De Brugse Heren van Gruuthuse wisten het al
toen ze in de Middeleeuwen met hun lijfspreuk
duidelijk maakten  dat er meer in zat dan gedacht:
'Plus est en vous' dacht mijn Dender-buurman Laurens
toen hij van namiddag zijn staatsgreep pleegde en
in Geraardsbergen de BinckBank Tour binnenhaalde,
een zinderende zege die er al lang zat aan te komen.

Gisteren had ik het er met zijn ouders over,
het tikkeltje explosiviteit dat nog ontbrak
om zoonlief eindelijk naar de zegetuil te leiden,
vandaag was het bingo: Laurens kromde de rug
zodat alleen zijn Rio-kopman Van Avermaet en
de altijd lachende Oliver Naesen konden volgen,
de Muur en Bosberg waren zijn bondgenoten
met hun steil en koppig kasseikarakter,
de ban is nu gebroken, er zit nog veel meer in hem,
dit was de ouverture van een nieuwe wieleropera.

En supporterend samen met kleinzoon Arthur
begroette mio amico italiano Stefano Zanini
me attent claxonnerend vanuit zijn Astana-wagen:
die mooie Romeinse keizerskop van hem,
de brede glimlach uit het warme Varese,
zijn dankbaarheid voor mijn lyrisch laudatio.


willie verhegghe

Addio Felice

Felice Gimondi: een naam van puur muziek om
de vingers van de oren bij af te likken, bijna te veel
Verdi en Pavarotti om ordinair mee rond te fietsen.
En toch. Op de koersfiets was hij als een zwaan op
een meer van Wagner, sierlijk, een Ferrari op twee wielen,
snel ook, als glibberige pasta tussen hongerige lippen.

Zo zal hij bij me blijven, verenigd op de tandem
waarop ik met de verdwenen goden van de koers
mijn rondjes rijd, dus ook met deze campionissimo
met gitzwart Coppi-haar en de gracieuze sereniteit
waarmee Bartali zich naar de wielerhemel spurtte.
Nu rust het grote hart van Signore Felice,
stilgevallen tijdens een doodgewone zwembeurt
onder de dit keer te gulle Siciliaanse zon.

Eeuwige rivaal Merckx treurt en ik met hem,
ik hul me ingetogen in het zachte Salvarani-blauw en
schrijf de man uit Bergamo in gulden letters bij
in mijn op Italiaanse klanken wiegend heldenboek
als 'uno dei piu grandi corridori Italiani di sempre.
Addio, legenda, addio Felice Gimondi.'


willie verhegghe

Nummer 143

I.M. Bjorg Lambrecht

Hier staan we dan, Bjorg. Zoekend naar woorden
van troost. Naar een gedicht misschien dat poogt
en tracht en hijgt en zoekt naar een verklaring,
een uitleg voor het waarom van een dood die
geen enkele goeie reden heeft om waar te zijn.

Een ordinaire weg in een land dat Polen heet
op een striemende blauwe maandag in augustus.
Het bericht dat ons met verstomming slaat.
Waarom het lot zijn oog liet vallen op jou
die enkel puurheid was op een fiets, niemand
die het weet. Niet te geloven, niet te harden is het.

Voor altijd zal 143 jouw nummer zijn. Net als Jempie
forever 22. We tekenen, schrijven onze naam in
een register dat vol rouwende mensen staat.

We klappen met jou tegen een koud obstakel aan,
vallen met jou stil. Het ga je goed Bjorg, wie je was
en wat je beloofde blijft ons voor altijd bij.


Paul Rigolle

De tranen van Remco

in memoriam Bjorg Lambrecht

Bjorg zal hebben meegefietst
op die gebogen sterke rug van Remco,
een jonge tandem voor de eeuwigheid,
een tijdrit die de klok deed stilstaan.
Het tikken van de derailleur,
de wind die in de wielen zingt:
zachte treurmuziek van een kampioen
voor een kampioen die is stilgevallen
in de lente van zijn leven.
Eerlijke tranen van Remco die zijn overwinning
als bloementuil op het nog te delven graf legt en
zegt:  ‘This is one for some guys in the sky’.
En dan zijn ogen neerslaat.
Eenvoud van de jonge sterke man,
coming man for all seasons.


De dood in Polen

in memoriam Bjorg Lambrecht

 Ach, zo jong en sterk, pure toekomst op de fiets
die hem fataal geworden is, Polen als finish
van een veel te korte rit naar de eeuwigheid.
Een paar dagen terug nog bij Karl in de Tour,
Vive le Velo ligt nu als purperen lijkwade
rond het stilgevallen lichaam met het hart
dat plots alle kloppen heeft gestaakt.
Ik denk aan Monseré en alle andere engelen
die in de koers bruut zijn neer gemaaid,
ik proef de zoute tranen van het verdriet
dat nu bij de ouders en geliefden leeft en
buig mijn hoofd voor zoveel helse pijn,
een duister Grieks drama bij klaarlichte dag.


Victoria para la historia

De Spaanse pers schuwt  geen superlatieven en
spreekt ongeremd de taal der conquistadores,
alle monden en registers gaan open
voor het ongezien talent uit het Pajottenland
dat alles en iedereen aan flarden koerst.
Holland heeft  Campert, ook Remco en 90,
een  monument van woorden dat zijn oude dag trotseert,
wij Belgen houden het bij Evenepoel, 19 jong en
nu al hoog op de Parnassus van de wielersport.
Wij koesteren deze unieke diamant
die best ongeslepen blijft want nu al top,
San Sebastian ziet hoe een nieuwe blauwe god
met panache geboren wordt. 


Bonjour tristesse

Ik denk aan Françoise Sagan en haar stuntroman,
alsof deze grote literaire dame al een halve eeuw geleden
mijn jaarlijkse tristesse aan het eind van elke Tour voorvoelde:
de circustent wordt afgebroken,
de Notre Dame ligt geblust en geblutst,
de andere Sagan zorgt er nogmaals voor
dat zijn rivalen groen lachen,
de kleine indiaan Bernal rijdt geelgroots en
met zijn familie op de bagagedrager in zijn hoofd
door de finish van de lichtstad.
Super-Lotto-winst met de nieuwe McEwen:
de Champs Elysees ziet Caleb Ewan als een fusee
over de kasseitjes en de eindmeet flitsen,
een feest van kracht en korte beentjes.


Van Atomium tot Eifeltoren

of de Tour van 2019 in flitsen 

Brussel had de bollen van zijn atomium extra opgeblonken en
Grootmeester Merckx genoot van al het geel dat werd opgedolven
uit de goudmijn van 50 jaar geleden, een wielerschatkamer
met haast ongeëvenaarde rijkdom aan veelgekleurde truien.
De Muur van Geraardsbergen werd alle eer aangedaan
met een gretige Greg die zijn bollenoutfit snel zag verhuizen
naar Tim Wellens die de klimsmaak fel te pakken kreeg.
Tussendoor schonk de Tourmalet een orgasme aan Pinot
die wat later met een kapotte bil weende als een kind,
niet het kleine meisje dat op de schouders van papa
met wilde supportersogen haar held Alaphilippe aanmoedigde.
Naast de stoomtreinen Aimé en Thomas De Gendt was het
Colombia boven met good old Quintana en natuurlijk
vooral jonge snaak Bernal die zijn indianenvolkje
rond de totempaal van op zijn paard van carbon aan het dansen zette,
eindelijk werd alle blank superioriteitsgevoel op zijn plaats gezet,
zelfs hagel, sneeuw of modder konden dit feest niet bederven,
ik zie hoe revelatie Wout Van Aert thuis revaliderend geniet
van zoveel heerlijke eerlijkheid en van de immense kracht
waarmee ploegmaat Laurens de Plus zijn kopman
in Parijs op het podium duwt, altruïsme pur sang
in een sport die boeiend blijft ook al doet de commerce
haar best om er de heroïek en poëzie uit te verdrijven.
Vive le vélo, vive le Tour !



‘Il pleure dans mon coeur comme il neige sur le Tour’

                                                    -naar Paul Verlaine (1844-1896)-

We zullen nooit weten wie op de Montée des Tignes
als eerste door de finish zou zijn gegaan,
maar de Col de l’ Iseran sprak wel duidelijke taal:
mijn droom was in de maak met Egan Bernal
die als indiaan alle scalpen aan zijn gordel had.
Een lawine van hagel en sneeuw legt de Tour lam,
een bulldozer doet zijn stinkende best om te ruimen
maar ook de business van het wielerspektakel
hapert en stokt, hier is geen doorkomen aan
voor gekleurde ventjes op een frame van carbon en
twee onmachtig dunne bandjes die al slippen
wanneer een renner aan het niezen gaat.
Laat me een traan wegpinken voor de Colombiaan
die vandaag zijn land in vuur en vlam wou zetten
maar nu toch nog even de wet van de natuur
moet ondergaan voor het geel finaal
in de stad van Napoleon Macron
over zijn frêle schouders gaat.


Ach, de Alpen

Ook de strijdvaardige Hannibal trok ooit
over de Alpen (lees Titus Livius).

Waarschijnlijk te voet of klimmend en dalend
op de rug van een ezel of een paard
en wie weet, hoog op de dikke nek
achter de flaporen van een Afrikaanse olifant.

Maar niet op een flitsende fiets, nee niet
op een licht tikkende racefiets
over het asfalt van een asfaltbaan.


Hendrik Carette 

Sangre de Nairo

Met de stigmata van de lijdende renner op de trui
over de meet: de kleine donkere indiaan draagt
de bloedvlek als een rode groet voor zijn volk
dat hoog in Colombiaanse dorpen zijn naam scandeert.
Blanke mannen figureren in zijn schaduw als schuwe wezels,
hun koppen lopen rood aan, ze zweten hun verlies uit
in stilte en nederigheid en erkennen hun Meester.
Ik kniel neer voor het altaar van de koers en
smeek om een gekleurde winnaar van de Tour,
of hij nu zwart of bruin of geel is maakt me niets uit,
Bernal komt er aan, een pezig broertje van Quintana,
misschien moeten ze maar samen aan de slag gaan
om in Parijs een bruin kopje door de gele trui te wurmen.
Applaus op alle banken, zelfs van de gele….hesjes ! 


Vraagje aan de wielerliefhebbers

Wie is de beste, sterkste, snelste
en mooiste wielrenster in onze lage landen?

Is het Annemiek, Puck of Marianne?
Is het Jessie of misschien wel Jolien
is het Kaat of zou het toch Lotte zijn?

Ik weet het niet, ik weet geen reet
maar in de storende oortjes in mijn oren 
klinken geen namen als Machteld en Adelheid
zelfs geen Zulma, Zenobia of Zinalda
en helaas geen Salomé en geen Calamity Jane. 
 

Hendrik Carette

Maxime très fort

                                                                           voor mijn vriend Valrie

Ze worden niet altijd met de nodige égards bedacht,
de renners die zich uitsloven voor de roem van anderen,
ze gaan kilometerslang lang tekeer alsof hun leven er van afhangt,
malen de eindeloze afstand tussen opeengeklemde tanden,
de mond opengesperd boven de open rits van het shirt.
Zo zag ik vandaag Monfort in de wind op weg naar Nimes
tussen rijen dorstige platanen aan de slag met puur labeur,
de krachtige Ardennees die al jaren in de inkom van het restaurant
Le Vieux Chêne in Nadrin in zijn kleurenfoto staat te pronken.
Maxime is onze eigen Belgische versie van Tony Martin,
-genaamd Der Panzerwagen-, eveneens altruïstisch pure top.
Monfort, terecht met het woord sterk in de familienaam,
stevig gepantserd tegen luiheid en verval
zoals de tank die in Bastogne zonder oorlog staat te pronken.
Dit is het soort renners dat ik koester, voor hen kijk
als het moet urenlang naar het monotone koersen,
zij zijn de gladiatoren in de arena van de Tour.


Rustdag

Zij ziet de berg die hij beklimmen zal
de zon die het groen droogt aan een lijn
het geel dat verloren hangt over een balkon
versierd met jargon dat zij niet kent
de beek stil ruisend door het dal

Zo staat ze naar hem uit te kijken na al
die eenzame nachten in het verre vaderland
zelfs geen hond slapend aan haar voeten

In een microfoon spreekt hij woorden
in zijn nette vrijetijdskledij
gesouffleerd door de leider van zijn ploeg
het bedrijf dat hem te eten geeft
voor het fatsoen waarmee hij is opgevoed

En als hij zijn commerciële plichten heeft
vervuld moet hij zich weer snel verkleden

Voor de liefde is er nog geen tijd
want om te rusten moet hij bewegen
niet in bed, maar over ’s Heeren wegen


Harmen Malderik

De bevoorrading

Mijn verzorgers en verzorgsters, mijn masseurs en masseuses
weten wat ik moet eten
tijdens het klimmen en het dalen en vooral tijdens het freewheelen.

Dit zijn mijn verplichte keuzemenu’s voor het hele wielerseizoen: 
vier rijsttaartjes en twee groengele bananen,
vier geraspte appelen en een koude konijnenpoot,
vier rolmopsen in Luikse saus,
vierhonderd gram rauw rood vlees en een liter limonade,
vier broodjes gevuld met saucisson de Paris,
vier Geraardsbergse krakelingen en een liter groene thee,
vier kruisbessenvlaaien uit Maastricht,
vier broodjes met cervela en paardenmelk uit Koekelare
of gewoon vier droge worsten uit Koolskamp.

Dit alles om de vier dagen aangevuld met hormonen en ketonen
en in de winter minstens viermaal één liter verboden stierenbloed.


Hendrik Carette 

Als ik aan Pau denk ...


denk ik aan
Davide Cassani, de Italiaan,
en zijn ontmoeting
met de schoonbroer
van ‘n Mexicaan,

denk ik aan
al die wilde verhalen,
waarmee ‘t journaille
de voorpagina
van hun krant wilde halen,

denk ik aan
die avond in ‘t Mercure,
waar de Raboploeg
aan ‘t muiten sloeg,
ongelooflijk, ‘très dure’,

denk ik aan
Theo, van achter de Rooij,
voor even vuilnisman,
ingehuurd voor
‘t opruimen van de zooi,

zie ik Rasmussen,
de man, die ging voor ’t geel,
huilend op de achterbank,
‘t werd hem even te veel.


Nol van ‘t Wiel 

A la recherche du Tourmalet

19 juli 1999: ik pak met 52 jaar jonge knoken
vanuit hemels Lourdes mijn eerste col aan,
de Tourmalet -noblesse oblige -,
de altijd Lieve Vrouw heeft me uitgewuifd
van in haar grot, de dichter is haar dankbaar en
klimt daarna devoot zijn benen stuk om nog te zwijgen
van zijn leeggepompte longen die proberen om
een minimum aan zuivere Pyreneeënlucht te vangen.
20 juli 2019, twintig jaar en één dag later:
de zon brandt de renners naar omhoog,
Tim Wellens heeft de scalp van de Soulor
aan zijn bollenrijke body toegevoegd voor hij
aan de meer dan 2000 meter hoge reus begint.
Ik zie collega-dichter Patrick Conrad
zijn dagelijkse metamorfose van Ovidius ondergaan en
als renner van wiel wisselen, o dagelijkse poëzie
van velg en spaken.
Buurjongen Laurens De Plus duwt zijn lijf leeg
voor zijn leider en wordt daarna lijder.
La douce France deelt op de top harde meppen uit:
Pinot op een, Alaphilippe op twee.


Zelfportret als Romain Bardet

Ik zou zo graag mezelf volkomen doorgronden
tot in mijn droomvezels en mijn antidroomvezels
mijn antilichamen die mij dwingen om te falen
tot in het kleinste stofje in mijn spiedend oog

In mijn dromen sta ik vaak alleen aan de kant
Ik wissel van fiets halfweg de beklimming
stap dan even verder op een nog kleinere fiets
en dan verder … tot ik helemaal in het niets verdwijn

zoals een dichter die naarmate hij meer schrijft
anoniemer wordt, tot zelfs hij zijn naam vergeet
Wissen is een deel van mijn geschiedenis

In mij droomt die dichter: ik stijg boven mezelf uit
op de top van Tourmalet vanuit Luz- Saint- Sauveur
Die dichterlijke blik is wat mij nog redden kan. Of niet.


Norbert de Beule

Col du Tourmalet

Ja, voor een klimgeit viel het misschien mee
Mij lijkt het voor een rennerslichaam slopend
Daarom doe ik mijn klimwerk altijd lopend
Ik fiets gemakkelijker naar benee

In ‘t zadel kom ik nog geen molshoop op
Maar naar beneden rij ik vaak op kop


Gezienus Omvlee

De zomer van 2019

Welke memories is Tom
momenteel creating

overweegt hij serieus
een overstap
naar de Koningen 
van Ketonen

met wie zat hij laatst
op het terras van
In Kanne en Kruike

mag hij nu al
de pees leggen
op die knie,

zoveel vragen sjouwt
hij met zich mee,

geen wonder toch
dat ik hem een kaarsje
branden zag
bij de Sterre de Zee


Miel Vanstreels

De Vloek van Pau

19 juli 1990: ik zit in de Lotto-wagen op weg naar Pau
naast wielervoedstervader Braekevelt – hij ruste in vrede -:
voor ons rijdt het duo Bruyneel-Konyshev met in hun zog
Tourdirecteur Leblanc die ons soms autoritair het zicht belet. 
Jef vloekt af en toe, stil en op zijn West-Vlaams omdat
hij weet dat Johan in de spurt geen kans maakt
tegen snelle Dimitri uit het land der Karamazovs.
Het is bloedheet in Pau, Bruyneel zweet aan de meet
zijn verdriet uit en vult met Perrier zijn verloren vochtpeil aan.
19 juli 2019: ik vloek thuis haast mijn televisie stuk wanneer
Van Aert zich in een bocht en dranghekken te pletter rijdt,
de joviale Wout die ons een verloren winter deed vergeten
voelt en ziet hoe zijn droom uiteenspat op asfalt,
hier stopt zijn race naar roem tegen de tijd,
hier likt mijn sport haar diepste wonden.
Nog dit: cha-Pau Julian Alaphilippe !


Le bien Aimé

De Gendt de 2de zijn is geen geschenk in deze Tour
wanneer de nummer  1 de pannen van de daken koerst. 
En toch.
Een tijdje geleden zat ik bij Aimé thuis om te horen
hoe hij zijn toekomst zag: bescheidenheid troef
maar in zijn ogen zag ik het brandend vuur en
wanneer ik ook nog naar zijn benen keek wist ik:
deze jongeman heeft kans om het te maken,
het zit goed in het blonde kopje en aan spieren
geen gebrek, misschien wordt hij nog Le Bien Aimé
die op een dag de bloemen en het podium haalt.
Vandaag reed hij zich tussen loosers
op weg naar Toulouse de Strijdlust bij mekaar,
er was wat flets Frans gepruttel van een medevluchter
die niet goed verstaat wat koersen feitelijk is:
slim en sterk zijn, toeslaan als de tegenstrever
tekenen van zwakte toont en solo doorgaan
tot het ooit lukt.
Bien fait, Aimé en blijf zo doorgaan !


Mijn eerste helden


Wij woonden toen in Assebroek aan de kerkhofdreef
bij het kerkhof waar de dagen trager waren.
Mijn ouders hadden toen een grote meubelkast;
met daarin gemonteerd een kleine radio
met op het soms verlichte glas de namen
van steden als Berlijn, Rome en Monte-Carlo.

Mijn helden waren de Italianen Bartali en Coppi
maar nooit vergeet ik die andere namen:
Pino Cerami en Raymond Impanis.
En dan die naam van de Luxemburger Charly Gaul.

Wij woonden toen in Assebroek aan de kerkhofdreef
en ook ik koerste toen in gedachten
met mijn eerste helden
elke keer weer over de Bergen 
met mijn geheime doping van zwart stierenbloed. 


Hendrik Carette

Amazing legs

Hij had het over ‘poeier in de benen’ en
zijn ‘amazing legs’
die vandaag zo verbazend sterk en onvermoeibaar waren
dat hij het ganse peloton aan flarden reed.
Zo zie ik ze graag, de renners, aanvallend alsof
hun leven er van afhangt, Thomas Obelix
die lekker ouderwets à la Briek Schotte
op geen duwtje méér kijkt en
als een stukje blikken speelgoed
opgewonden over hellingen walst.
Vandaag werd hij eindelijk beloond,
zoals op zijn onovertroffen Stelvio-moment,
ik koester Thomas, dankbaar om zoveel Tour-plezier,
een exploot om in te lijsten.


La Planche du beau Dylan

Les Belles Filles worden door een demarrage
van hun mythologisch podium geduwd:
Dylan kust zijn mooi en stralend lief en
haalt zijn Slag der Gulden Sporen thuis,
het plezante kopje danst van interview naar interview,
de rode trui brandt in het woordenvuur en
voor één keer is Limburg niet echt traag te noemen.
Ach, wat kan koers mooi en simpel zijn,
gewoon hard duwen en nooit doodgaan,
een feest van zweet op arm en kuiten,
de derailleur die het vertikt om door te slaan en
dan gewoon de armen in de lucht,
meer moet dat niet zijn in het groen van de Vogezen.


Simpel: Wout!

‘Simpel’ staat er op het petje waarmee hij zichzelf
uit de zon en de sponsor in the picture zet:
kan het dan nog misgaan als alles zo eenvoudig is
voor deze mooie sterke jongen met dijen en
een kopje om u tegen te zeggen ?
Van wintermodder en slalommen langs wilg en prikkeldraad
naar asfalt, cols en vluchtheuvels overgewaaid,
een neofiet met nooit geziene punch en uithouding,
limousine op de tijdritfiets en snel als een panter aan de meet
maar vooral altijd goedgezind en aanspreekbaar,
kortom: de ideale schoonzoon voor vaders en moeders
die in het rijtje staan om hem aan hun dochter te koppelen.
En dan nog die lachrimpels om de mond of van zijn kwieke ogen
breed over zijn wangen uitgesmeerd, een verademing
in deze veelal humorloze, kille wereld.
Albi zag een nieuwe jonge god, alleluja !


De wonderlijke West-Vlaamse coureurs of wielrenners

De Reus van Ruddervoorde klopte op 13 april 1958
op de beroemde piste van Roubaix in de sprint
Rik Van Looy, Rik van Steenbergen en Miguel Poblet. 

Een coureur uit Lombardsijde had een waterverslaving
en dronk meer water dan een koe maar dronk
aan het einde van de koers champagne uit zijn bidon.

Een andere was een knappe boerenknecht uit Zevekote
die vóór de oorlog wel tweemaal de Tour de France won
en uiteraard alleen in het West-Vlaams kon vloeken.

En de laatste Flandrien kwam zowaar uit Kanegem
waar ook kardinaal Godfried Daneels werd geboren
en waar niemand, zoals iedereen weet, nog van iets weet.


Hendrik Carette 

Zelfportret als Dries van Agt

Als jongetje kreeg ik het zwemmen nooit echt onder de knie
Bij het voetballen deed ik iets wat op natrappen leek naar gras
Als puber werd ik louter maar geduld bij tennis of bij hockey
Men rekende waarschijnlijk op geldelijke steun van mijn familie

Bij het schaatsen miste ik altijd de kouwelijkste bocht
Ik worstelde met mijn eigen angst en bleek gewicht
huiverde bij de gedachte aan stijgbeugel en paardenhoofd
Alleen bij het fietsen ging het uitzinnig hard en roekeloos

Maar ik kreeg geen racefiets van mijn burgerlijke vader
Burgemeesters, zakenmensen, bankiers en hoogleraars
hoorden niet tussen vloekend en spuwend volk

Toch kwam er later meer dan een omwenteling. Ik spuwde
met voldoening op de maanvlakte van de Mont Ventoux
Kreeg bij de koffie Rini Wagtmans op bezoek. Hij vloekte binnensmonds.


Norbert de Beule

Geklopt in massasprint

Ten onder door de chaos en de stress
Zeg maar een combinatie van factoren
Bij topsport zit het dan tussen de oren
Je bent daardoor vaak niet goed bij de les

Het is dan meer dan een bijkomstigheid
Dat je jezelf dan in de wielen rijdt


Gezienus Omvlee

Gezienus Omvlee volgt de Tour de France 2019,
iedere dag een etappegedicht

Giro Rosa 2019

Ko de Laat volgt de Giro Rosa 2019:
iedere dag een etappegedicht

Brommer op zee *

wielrennen is fietsen tot de cadans in je hoofd stijgt
is eindeloos de tijd vermalen op twee wielen, wielen
die het spel spelen ˂in dit geval˃ van prooi en jager

wielrennen is kramp in je vingers en benen die werken
is de paardenkracht van zadel en stijgbeugels
is in gesprek blijven met de dorst naar water 

hoe hol kan de echo klinken in het hooggebergte
met slechts de bijval van een grijsbruin potig rund
haar zware bel die bij herhaling de laatste ronde luidt

het wordt blauw voor je ogen, de wolken spuwen vuur
oud regenwater spettert over de rand, klaterende
overlevingsplantjes in kieren en zwarte scheuren in asfalt
of trekken haarspelden misschien kunstenaars aan?

je verft de weg groen, de lucht vaalwit, je fiets paars
je sokken wassen zichzelf, gaan spontaan weer schuimen
je ruikt zout van wier en zeekraal of kan dat eigenlijk niet?

net als je gebalde vuist de zon raakt die onder wilde gaan
biedt een eenzame wandelaar zijn krant en schreeuwt:
je kan het, water en oefenen! dalen nú ˂al zie je het niet˃

je steigert, je daalt, je schiet weg met je brommer op zee


Bert Struyvé

* geïnspireerd door J.M.A. Biesheuvel ‘Brommer op zee’ 1972.

Merckx de Messias

                                                               uit: De Muur 65

- I -
Van mei '68 naar juli '69

De voor Merckx zegerijke Tour van '69 deed in niets
meer denken aan de mini-Révolution Française van mei '68:
op zondag de 20ste juli kwam Julius Caesar plots
opnieuw tot leven met zijn mateloos geciteerde woorden
dat de Belgen de dappersten der Galliërs zijn.
Eddy triomfeerde met de vingers in de neus:
tegenstanders werden weerloze Lilliputters,
met zijn tot Gulliver omgevormde koersbody en
een geur van lavendel om het gelauwerd hoofd
reed de jonge reus cols, asfalt en beton aan flarden,
na dertig lege jaren werd in een zee van zonnebloemen
voor het naar geel snakkend Belgisch koersvolkje
een nieuwe koers-Messias geboren. Alleluja.

Maar het Tourtriomfjaar van de jonge wielergod was
ook glorieus voor een Armstrong zonder koersfiets
die in een sneeuwwit ruimtepak de maan bewandelde
terwijl Jan Palach zich in zijn vurige strijd
tegen de dictatuur in Praag tot toorts omvormde.
In een kruitwalm van twee wereldoorlogen trad dat jaar
de immer stokstijf fiere Generaal De Gaulle terug,
Arafat en Kadhafi traden dan weer triomfantelijk aan en
Samuel Beckett zat sereen te wachten op Godot
toen hij met de Nobelprijs werd bekroond.

En Merckx: hij keerde in goudgeel gehuld
met zijn ravissante Claudine naar Belgenland terug,
in zijn valies een kleurrijke mini-klerenwinkel
van alle kannibaalgewijs gewonnen Tourtruien.


- II -
Licht na duisternis

Het was alsof de duistere Middeleeuwen en
de sombere kleuren en taferelen uit schilderijen
van de Vlaamse Meesters Permeke en Spilliaert
over de Belgische Ronderenners lagen gedrapeerd:
drie uitgemergelde decennia zonder gele trui in Parijs,
Sylvère Maes was in 1939 de laatste der Mohikanen,
daarna ging samen met het macabere Derde Rijk
boven Pyreneeën- en Alpencols het glorieuze licht uit,
supporters dronken zich tussen Schelde en Maas strontzat
boven en onder cafétafels. Tot hun kolerieke vrouwen
hen ophaalden om samen ruziënd en wankel
de trieste tocht naar het kille huis aan te vatten.

Maar in Meensel-Kiezegem of all places
was in de lente van 1945 een jongetje geboren
boven wiens wieg de ster was blijven stilstaan:
de donkere bladzijden van de vijf jaar durende gruwel
werden er in één ruk euforisch omgedraaid,
kleine Eddy was de Wieler-Messias waarop
al zo lang hopeloos en smachtend werd gewacht,
drie koningen stonden klaar om hem te begroeten.

Hij werd in doeken gewikkeld en gekoesterd,
mama Jenny waakte over hem als een klokhen ,
zijn kinderjaren vlogen flitsfietsend voorbij,
het jongetje had het zegevuur in de donkere ogen,
België 's hoop in bange dagen was gearriveerd,
een drinkbus Beaujolais Nouveau met lange afdronk.



- III -
Eddy denkt, Eddy droomt

Wat ging er om in dat kopje met de Elvis-bakkebaarden
van de jonge seigneur in roodwitte Faema-trui op een fiets
die maagdelijk wit was gekleurd en zijn naam droeg ?

Dacht hij bij de start in Roubaix al aan het geel
dat hem drie weken later zou doen stralen als
een echte Roi Soleil en aan het koningrijk België
een ongeziene maar o zo verdiende koersorgie zou bezorgen ?
De zedige en devote koning Boudewijn zou Eddy snel
in zijn paleis ontvangen en kreeg een vers gewassen koerstrui
in de handen gestopt waarvan het felle geel hem vooral 
aan zijn geliefde tricolore vlag deed denken.

Ja, wat ging er in dat jonge Merckx-kopje om,
hoe zwaar wogen roes en roem op zijn schouders,
spookte het drama van Savona nog door zijn hoofd,
de stad waar hij wellicht door de Italianen was geflikt ?
Of dacht hij ook aan de vele glorieuze momenten
van het voorjaar in San Remo, Vlaanderen en Luik ?




- IV -
The Wolfpack avant la lettre

In deze wielertijden van ketonen en carbon wordt
veelal gratuit gegoocheld met opgeblazen begrippen
die extreem theatraal klinken, zo bijvoorbeeld The Wolfpack
dat met scherpe tanden en wilde haren door journalisten
op de troepen van ploegleider Lefevre wordt geplakt.

In verre koerstijden toen de schaarse kamwielen nog spraken
was er al de rode Faema-falanx van Keizer Rik Van Looy,
met de komst van Caesar Merckx zagen supporters
hoe een nieuwe Romeinse cohorte werd geboren.
Ere wie ere toekomt en daarom hierna hun namen
die vandaag onverdiend in muffe archieven liggen begraven:
Mintjens, Reybroek, Scandelli, Spruyt, Stevens, Swerts,
Van den Berghe, superknecht Van den Bossche en
Vic Van Schil omringden hun leider met de zorg
waarmee een moeder dagelijks haar kroost soigneert,
zij legden pleisters op de kleine wonden van de Meester,
koersten gaten dicht en deden kilometerslang kopwerk.
Tot de tegenstand kraakte en finaal ten onder ging.


- V -
Prelude op de Ballon d' Alsace

Mijn gedateerde body kreunde zich in de lente van 2018
naar de beboste top van de Ballon d' Alsace omhoog,
ik botste er met de harde waarheid van de jaren en dacht
weemoedig aan de jonge Merckx die een halve eeuw eerder
tussen Mulhouse en Belfort op deze Vogezencol plankgas gaf en
de tegenstand een pikant voorsmaakje bezorgde
van wat hen later in de Pyreneeën te wachten stond.

De Germaanse krachtpatser Rudi Altig kraakte er
samen met de getaande Galera en Le Gitan De Vlaeminck
als riet in de wind, ik zie op de eerlijke zwart-witfoto's
hoe oermens Altig zich over het stuur gebogen geselt
met de pijn van scheurende spieren en een rode kop
die de jeugdige overmacht met tegenzin aanvaardt.

En Merckx: hij werd de renner-adelaar die zijn vleugels
als een doodskleed over zijn tegenstanders spreidde,
de zon straalde gul zegegensters in zijn oog,
hier werd op woeste Wagneriaanse klanken
een nieuw Tourtijdperk ingeluid.

- VI -
Tussen Luchon en Mourenx

Op die bovenaardse dinsdag de 15de juli steken de Pyreneeën
met hun verzamelde hautaine stenen koppen boven renners en
landschap uit, het peloton krimpt tot een opgerolde egel
wanneer Merckx zijn duivels ontbindt en als een adelaar
boven de hoge toppen zweeft, zich met ongeziene kracht
een ereplaats in het gulden wielerboek toe-eigent.

Eddy zet de Tourmalet als voorgerecht op het menu en
daalt daarna als een menselijke meteoor naar beneden,
zijn opponenten verzeilen spartelend in de achtergrond,
namen die tot dan als Tourklokken klonken verschrompelen
onder de zon: Pingeon, Janssen en Gimondi worden
tot schuwe schaduwen van hun Tourroem herleid,
de Aubisque plaatst de nieuwe heerser op een gouden troon
die hij jarenlang krachtig en ongenaakbaar zal bezetten.

De klep van de muts in de bezwete nek,
in de donkere ogen de onbewogen heersersblik ,
het nummer 51 op het sneeuwwitte frame,
het mysterieus gaasverband rond de rechterpols,
de gezwollen aders op de armen, de natte bakkebaarden:
eeuwige details op een stijlvolle zwart-witfoto
waar je het felle truigeel zelf moet bij denken. 


willie verhegghe

Tourgedicht 22: de laatsten zullen de eersten zijn

De heroïek van de hekkensluiter

Ji Cheng heeft het gehaald. Ruim zes uur achterstand
Geweldig van Ji Cheng (of is het toch Cheng Ji?)
Hij heeft wat afgeploeterd in het achterland
Al wint ie het in heroïek van Nibali

De eerste man uit China die de Tour ooit reed
Hij streed als taaie pionier met veel élan
Tot op de laatste dag doorstond hij steeds nieuw leed
Zo werd Ji Cheng karaktervol de laatste man

Misschien dat één Chinese jongen van ‘m hoort
Die daarmee door de wielerkoorts wordt aangetast
En ooit de held passeert die hem heeft aangespoord
Historie krijgt vanzelf vervolg. Want dat staat vast

Heel mooi ook dat vandaag zijn kopman Kittel won
Maar Ji bracht ons dit jaar een nieuwe horizon


Ko de Laat

Hoog op

Je kuiten trekken het verleden uit het dal.
De berg lijkt weliswaar van dichtbij lager
dan veraf, maar een boomgrens is geen ijkpunt. 

Armstukken, hulpstukken, waar zijn ze nu?
Ritmisch klapperen je tanden de martelgang.
Gestaag, het lijkt wel of het altijd vriest.

Ooit in het dal vergat je te tanken, ook 
bij de laatste pomp voor de grensovergang:
de geblokte slagboom met melkautomaat.

De krant van gisteren wacht op het hoogste
punt, vooralsnog. Strijk het glad tegen je borst,
daal en app naar het vertrek: ik kom, iets later

of niet. Elk monument hier is van steen.


Bert Struyvé

Reisplan 4

Naar boven trap ik op een klein verzet
Om niet voortijdig krachten te verspelen
Dien ik die daarom zuinig te verdelen
U snapt dat ik dus op de kleintjes let

Het heuvelt hier voortdurend op en neer
Als je beneden bent dan moet je weer.


Gezienus Omvlee

Giro 2019


Het winnen van een grote ronde
is als het oplossen van een puzzel
met héél veel stukjes

aldus Tom,

Peter Winnen vindt het
een mooie vergelijking
en hoopt dat Tom onderweg
geen stukjes kwijt raakt,

als het Tom onverhoeds
niet lukt deze puzzel
op te lossen

doet hij mijn kleindochter
(van twee) maar na:

alle stukjes bozig
van tafel kwakken

en vrolijk zingend
een andere puzzel
pakken


Miel Vanstreels

Fabio

Ik demarreerde, plafonneerde, crepeerde
Herlanceerde, want oh ik begeerde

Leuk om te schrijven, maar ik voelde niets
Mijn hart pompte vers bloed
Ik voelde me gewoon een man op een fiets

Maar wat was ik verbijsterend goed
Stelvio, Mortirolo, Gavia, Zoncolan
Ik wilde ze oppeuzelen, na elkaar als het kan

In mijn wiel gekraak, gepiep en gezucht
Amper zeven die overleven, happend naar lucht
Alle anderen betaalden al het gelag
En dat op de derde van vijf cols van de dag

Wat genoot ik van mijn kindertijd
Ze zeggen die komt nooit meer weer
Misschien als je de Giro niet rijdt
Een flashback naar de jaren negentig, keer op keer

Soms was ik Gotti, soms Di Luca, soms Simoni
Ik zette aan, dartel speelde ik met de pedalen
Wie kan volgen? Wie komt me halen?

Niemand aldus het zichtbare lijden op hun tronie
Hoe kan dat nu? Ik reed op halve capaciteit
Een kaakslag, aan de Giro start je niet onvoorbereid

Ik begreep het niet, viel nog een keer aan
Ging als een bezetene op mijn trappers staan
Keek achterom, niemand te bekennen

L’Ultimo Chilometro, de bevrijding voor gekwelden
Niet voor mij, ik was nu mijn eigen jeugdhelden
Tranen wellen op, het wil maar niet wennen

Doch juichend en klaarwakker spring ik recht
Nog voor de strijd definitief is beslecht
Nog voor ik in volle glorie ben aangekomen
Het is van Fabio Aru dat dwaze jongetjes dromen


Matthias Vangenechten

Helden


Tom vindt zichzelf geen held,
hij houdt niet van verering,

zelf zou hij nooit
voor een sportidool
gaan juichen
op de Maastrichtse
Markt,

hij vindt het werk
van artsen
veel belangrijker
dan zijn gekoers

maar zie, de hartchirurg
die mij met een paar
omleidingen
van mijn euvel genas

fietste een zomer eerder
in de Alpen
en droomde geregeld
dat hij net zo snel
als Tom was



Laat je banden zingen

                             tekst van Het Giro 2016-lied

couplet:
Dus je beklimt jezelf
en daalt in jezelf af
het landschap van je kracht
de woorden op de weg
reflectie in de plas
maar niemand klopt zichzelf

couplet:
Dus trap jezelf maar los
en rij jezelf voorbij
je vindt je weer terug
in de armen van de prijs
maar niemand wint alleen

refrein:
Laat je banden zingen
Raas je adem achterna
Jaag ons door de Jachtlaan
Over de streep
in het lied van de tijd

couplet:
Dus bijt je door de lucht
het bloed pompt in je rond
je hart snelt voor je uit
je hoofd is bij de finish
verbaasd over je huid

bridge:
Rij weg van de wedstrijd
ontsnap de trage tijd
trap je weg van jezelf
en hou je uit de wind

refrein:
Laat je banden zingen
Raas je adem achterna
Jaag ons door de Jachtlaan
Over de streep
in het lied van de tijd


Hanz Mirck

Luik-Bastenaken-Luik

Komend voorjaar tussen start en eindsprint
die ene plek in de bocht waar men hoog boven
alles uit het peloton ziet naderen, golvend, jakkerend
door opgetuigde straten, de zon erbij, legt glans
op blauwe kasseien, druppels op mannenhoofden.
En op kop jij die de wind doorsnijdt, hard wegschiet.
We komen aan in Luik, altijd weer aan in Luik.


Frans Budé