(De) Plus est en vous

- na de putsch van Laurens-

De Brugse Heren van Gruuthuse wisten het al
toen ze in de Middeleeuwen met hun lijfspreuk
duidelijk maakten  dat er meer in zat dan gedacht:
'Plus est en vous' dacht mijn Dender-buurman Laurens
toen hij van namiddag zijn staatsgreep pleegde en
in Geraardsbergen de BinckBank Tour binnenhaalde,
een zinderende zege die er al lang zat aan te komen.

Gisteren had ik het er met zijn ouders over,
het tikkeltje explosiviteit dat nog ontbrak
om zoonlief eindelijk naar de zegetuil te leiden,
vandaag was het bingo: Laurens kromde de rug
zodat alleen zijn Rio-kopman Van Avermaet en
de altijd lachende Oliver Naesen konden volgen,
de Muur en Bosberg waren zijn bondgenoten
met hun steil en koppig kasseikarakter,
de ban is nu gebroken, er zit nog veel meer in hem,
dit was de ouverture van een nieuwe wieleropera.

En supporterend samen met kleinzoon Arthur
begroette mio amico italiano Stefano Zanini
me attent claxonnerend vanuit zijn Astana-wagen:
die mooie Romeinse keizerskop van hem,
de brede glimlach uit het warme Varese,
zijn dankbaarheid voor mijn lyrisch laudatio.


willie verhegghe

Addio Felice

Felice Gimondi: een naam van puur muziek om
de vingers van de oren bij af te likken, bijna te veel
Verdi en Pavarotti om ordinair mee rond te fietsen.
En toch. Op de koersfiets was hij als een zwaan op
een meer van Wagner, sierlijk, een Ferrari op twee wielen,
snel ook, als glibberige pasta tussen hongerige lippen.

Zo zal hij bij me blijven, verenigd op de tandem
waarop ik met de verdwenen goden van de koers
mijn rondjes rijd, dus ook met deze campionissimo
met gitzwart Coppi-haar en de gracieuze sereniteit
waarmee Bartali zich naar de wielerhemel spurtte.
Nu rust het grote hart van Signore Felice,
stilgevallen tijdens een doodgewone zwembeurt
onder de dit keer te gulle Siciliaanse zon.

Eeuwige rivaal Merckx treurt en ik met hem,
ik hul me ingetogen in het zachte Salvarani-blauw en
schrijf de man uit Bergamo in gulden letters bij
in mijn op Italiaanse klanken wiegend heldenboek
als 'uno dei piu grandi corridori Italiani di sempre.
Addio, legenda, addio Felice Gimondi.'


willie verhegghe

Nummer 143

I.M. Bjorg Lambrecht

Hier staan we dan, Bjorg. Zoekend naar woorden
van troost. Naar een gedicht misschien dat poogt
en tracht en hijgt en zoekt naar een verklaring,
een uitleg voor het waarom van een dood die
geen enkele goeie reden heeft om waar te zijn.

Een ordinaire weg in een land dat Polen heet
op een striemende blauwe maandag in augustus.
Het bericht dat ons met verstomming slaat.
Waarom het lot zijn oog liet vallen op jou
die enkel puurheid was op een fiets, niemand
die het weet. Niet te geloven, niet te harden is het.

Voor altijd zal 143 jouw nummer zijn. Net als Jempie
forever 22. We tekenen, schrijven onze naam in
een register dat vol rouwende mensen staat.

We klappen met jou tegen een koud obstakel aan,
vallen met jou stil. Het ga je goed Bjorg, wie je was
en wat je beloofde blijft ons voor altijd bij.


Paul Rigolle

De tranen van Remco

in memoriam Bjorg Lambrecht

Bjorg zal hebben meegefietst
op die gebogen sterke rug van Remco,
een jonge tandem voor de eeuwigheid,
een tijdrit die de klok deed stilstaan.
Het tikken van de derailleur,
de wind die in de wielen zingt:
zachte treurmuziek van een kampioen
voor een kampioen die is stilgevallen
in de lente van zijn leven.
Eerlijke tranen van Remco die zijn overwinning
als bloementuil op het nog te delven graf legt en
zegt:  ‘This is one for some guys in the sky’.
En dan zijn ogen neerslaat.
Eenvoud van de jonge sterke man,
coming man for all seasons.


De dood in Polen

in memoriam Bjorg Lambrecht

 Ach, zo jong en sterk, pure toekomst op de fiets
die hem fataal geworden is, Polen als finish
van een veel te korte rit naar de eeuwigheid.
Een paar dagen terug nog bij Karl in de Tour,
Vive le Velo ligt nu als purperen lijkwade
rond het stilgevallen lichaam met het hart
dat plots alle kloppen heeft gestaakt.
Ik denk aan Monseré en alle andere engelen
die in de koers bruut zijn neer gemaaid,
ik proef de zoute tranen van het verdriet
dat nu bij de ouders en geliefden leeft en
buig mijn hoofd voor zoveel helse pijn,
een duister Grieks drama bij klaarlichte dag.


Victoria para la historia

De Spaanse pers schuwt  geen superlatieven en
spreekt ongeremd de taal der conquistadores,
alle monden en registers gaan open
voor het ongezien talent uit het Pajottenland
dat alles en iedereen aan flarden koerst.
Holland heeft  Campert, ook Remco en 90,
een  monument van woorden dat zijn oude dag trotseert,
wij Belgen houden het bij Evenepoel, 19 jong en
nu al hoog op de Parnassus van de wielersport.
Wij koesteren deze unieke diamant
die best ongeslepen blijft want nu al top,
San Sebastian ziet hoe een nieuwe blauwe god
met panache geboren wordt. 


Bonjour tristesse

Ik denk aan Françoise Sagan en haar stuntroman,
alsof deze grote literaire dame al een halve eeuw geleden
mijn jaarlijkse tristesse aan het eind van elke Tour voorvoelde:
de circustent wordt afgebroken,
de Notre Dame ligt geblust en geblutst,
de andere Sagan zorgt er nogmaals voor
dat zijn rivalen groen lachen,
de kleine indiaan Bernal rijdt geelgroots en
met zijn familie op de bagagedrager in zijn hoofd
door de finish van de lichtstad.
Super-Lotto-winst met de nieuwe McEwen:
de Champs Elysees ziet Caleb Ewan als een fusee
over de kasseitjes en de eindmeet flitsen,
een feest van kracht en korte beentjes.


Van Atomium tot Eifeltoren

of de Tour van 2019 in flitsen 

Brussel had de bollen van zijn atomium extra opgeblonken en
Grootmeester Merckx genoot van al het geel dat werd opgedolven
uit de goudmijn van 50 jaar geleden, een wielerschatkamer
met haast ongeëvenaarde rijkdom aan veelgekleurde truien.
De Muur van Geraardsbergen werd alle eer aangedaan
met een gretige Greg die zijn bollenoutfit snel zag verhuizen
naar Tim Wellens die de klimsmaak fel te pakken kreeg.
Tussendoor schonk de Tourmalet een orgasme aan Pinot
die wat later met een kapotte bil weende als een kind,
niet het kleine meisje dat op de schouders van papa
met wilde supportersogen haar held Alaphilippe aanmoedigde.
Naast de stoomtreinen Aimé en Thomas De Gendt was het
Colombia boven met good old Quintana en natuurlijk
vooral jonge snaak Bernal die zijn indianenvolkje
rond de totempaal van op zijn paard van carbon aan het dansen zette,
eindelijk werd alle blank superioriteitsgevoel op zijn plaats gezet,
zelfs hagel, sneeuw of modder konden dit feest niet bederven,
ik zie hoe revelatie Wout Van Aert thuis revaliderend geniet
van zoveel heerlijke eerlijkheid en van de immense kracht
waarmee ploegmaat Laurens de Plus zijn kopman
in Parijs op het podium duwt, altruïsme pur sang
in een sport die boeiend blijft ook al doet de commerce
haar best om er de heroïek en poëzie uit te verdrijven.
Vive le vélo, vive le Tour !



‘Il pleure dans mon coeur comme il neige sur le Tour’

                                                    -naar Paul Verlaine (1844-1896)-

We zullen nooit weten wie op de Montée des Tignes
als eerste door de finish zou zijn gegaan,
maar de Col de l’ Iseran sprak wel duidelijke taal:
mijn droom was in de maak met Egan Bernal
die als indiaan alle scalpen aan zijn gordel had.
Een lawine van hagel en sneeuw legt de Tour lam,
een bulldozer doet zijn stinkende best om te ruimen
maar ook de business van het wielerspektakel
hapert en stokt, hier is geen doorkomen aan
voor gekleurde ventjes op een frame van carbon en
twee onmachtig dunne bandjes die al slippen
wanneer een renner aan het niezen gaat.
Laat me een traan wegpinken voor de Colombiaan
die vandaag zijn land in vuur en vlam wou zetten
maar nu toch nog even de wet van de natuur
moet ondergaan voor het geel finaal
in de stad van Napoleon Macron
over zijn frêle schouders gaat.


Ach, de Alpen

Ook de strijdvaardige Hannibal trok ooit
over de Alpen (lees Titus Livius).

Waarschijnlijk te voet of klimmend en dalend
op de rug van een ezel of een paard
en wie weet, hoog op de dikke nek
achter de flaporen van een Afrikaanse olifant.

Maar niet op een flitsende fiets, nee niet
op een licht tikkende racefiets
over het asfalt van een asfaltbaan.


Hendrik Carette 

Sangre de Nairo

Met de stigmata van de lijdende renner op de trui
over de meet: de kleine donkere indiaan draagt
de bloedvlek als een rode groet voor zijn volk
dat hoog in Colombiaanse dorpen zijn naam scandeert.
Blanke mannen figureren in zijn schaduw als schuwe wezels,
hun koppen lopen rood aan, ze zweten hun verlies uit
in stilte en nederigheid en erkennen hun Meester.
Ik kniel neer voor het altaar van de koers en
smeek om een gekleurde winnaar van de Tour,
of hij nu zwart of bruin of geel is maakt me niets uit,
Bernal komt er aan, een pezig broertje van Quintana,
misschien moeten ze maar samen aan de slag gaan
om in Parijs een bruin kopje door de gele trui te wurmen.
Applaus op alle banken, zelfs van de gele….hesjes ! 


Vraagje aan de wielerliefhebbers

Wie is de beste, sterkste, snelste
en mooiste wielrenster in onze lage landen?

Is het Annemiek, Puck of Marianne?
Is het Jessie of misschien wel Jolien
is het Kaat of zou het toch Lotte zijn?

Ik weet het niet, ik weet geen reet
maar in de storende oortjes in mijn oren 
klinken geen namen als Machteld en Adelheid
zelfs geen Zulma, Zenobia of Zinalda
en helaas geen Salomé en geen Calamity Jane. 
 

Hendrik Carette

Maxime très fort

                                                                           voor mijn vriend Valrie

Ze worden niet altijd met de nodige égards bedacht,
de renners die zich uitsloven voor de roem van anderen,
ze gaan kilometerslang lang tekeer alsof hun leven er van afhangt,
malen de eindeloze afstand tussen opeengeklemde tanden,
de mond opengesperd boven de open rits van het shirt.
Zo zag ik vandaag Monfort in de wind op weg naar Nimes
tussen rijen dorstige platanen aan de slag met puur labeur,
de krachtige Ardennees die al jaren in de inkom van het restaurant
Le Vieux Chêne in Nadrin in zijn kleurenfoto staat te pronken.
Maxime is onze eigen Belgische versie van Tony Martin,
-genaamd Der Panzerwagen-, eveneens altruïstisch pure top.
Monfort, terecht met het woord sterk in de familienaam,
stevig gepantserd tegen luiheid en verval
zoals de tank die in Bastogne zonder oorlog staat te pronken.
Dit is het soort renners dat ik koester, voor hen kijk
als het moet urenlang naar het monotone koersen,
zij zijn de gladiatoren in de arena van de Tour.


Rustdag

Zij ziet de berg die hij beklimmen zal
de zon die het groen droogt aan een lijn
het geel dat verloren hangt over een balkon
versierd met jargon dat zij niet kent
de beek stil ruisend door het dal

Zo staat ze naar hem uit te kijken na al
die eenzame nachten in het verre vaderland
zelfs geen hond slapend aan haar voeten

In een microfoon spreekt hij woorden
in zijn nette vrijetijdskledij
gesouffleerd door de leider van zijn ploeg
het bedrijf dat hem te eten geeft
voor het fatsoen waarmee hij is opgevoed

En als hij zijn commerciële plichten heeft
vervuld moet hij zich weer snel verkleden

Voor de liefde is er nog geen tijd
want om te rusten moet hij bewegen
niet in bed, maar over ’s Heeren wegen


Harmen Malderik

De bevoorrading

Mijn verzorgers en verzorgsters, mijn masseurs en masseuses
weten wat ik moet eten
tijdens het klimmen en het dalen en vooral tijdens het freewheelen.

Dit zijn mijn verplichte keuzemenu’s voor het hele wielerseizoen: 
vier rijsttaartjes en twee groengele bananen,
vier geraspte appelen en een koude konijnenpoot,
vier rolmopsen in Luikse saus,
vierhonderd gram rauw rood vlees en een liter limonade,
vier broodjes gevuld met saucisson de Paris,
vier Geraardsbergse krakelingen en een liter groene thee,
vier kruisbessenvlaaien uit Maastricht,
vier broodjes met cervela en paardenmelk uit Koekelare
of gewoon vier droge worsten uit Koolskamp.

Dit alles om de vier dagen aangevuld met hormonen en ketonen
en in de winter minstens viermaal één liter verboden stierenbloed.


Hendrik Carette 

Als ik aan Pau denk ...


denk ik aan
Davide Cassani, de Italiaan,
en zijn ontmoeting
met de schoonbroer
van ‘n Mexicaan,

denk ik aan
al die wilde verhalen,
waarmee ‘t journaille
de voorpagina
van hun krant wilde halen,

denk ik aan
die avond in ‘t Mercure,
waar de Raboploeg
aan ‘t muiten sloeg,
ongelooflijk, ‘très dure’,

denk ik aan
Theo, van achter de Rooij,
voor even vuilnisman,
ingehuurd voor
‘t opruimen van de zooi,

zie ik Rasmussen,
de man, die ging voor ’t geel,
huilend op de achterbank,
‘t werd hem even te veel.


Nol van ‘t Wiel 

A la recherche du Tourmalet

19 juli 1999: ik pak met 52 jaar jonge knoken
vanuit hemels Lourdes mijn eerste col aan,
de Tourmalet -noblesse oblige -,
de altijd Lieve Vrouw heeft me uitgewuifd
van in haar grot, de dichter is haar dankbaar en
klimt daarna devoot zijn benen stuk om nog te zwijgen
van zijn leeggepompte longen die proberen om
een minimum aan zuivere Pyreneeënlucht te vangen.
20 juli 2019, twintig jaar en één dag later:
de zon brandt de renners naar omhoog,
Tim Wellens heeft de scalp van de Soulor
aan zijn bollenrijke body toegevoegd voor hij
aan de meer dan 2000 meter hoge reus begint.
Ik zie collega-dichter Patrick Conrad
zijn dagelijkse metamorfose van Ovidius ondergaan en
als renner van wiel wisselen, o dagelijkse poëzie
van velg en spaken.
Buurjongen Laurens De Plus duwt zijn lijf leeg
voor zijn leider en wordt daarna lijder.
La douce France deelt op de top harde meppen uit:
Pinot op een, Alaphilippe op twee.


Zelfportret als Romain Bardet

Ik zou zo graag mezelf volkomen doorgronden
tot in mijn droomvezels en mijn antidroomvezels
mijn antilichamen die mij dwingen om te falen
tot in het kleinste stofje in mijn spiedend oog

In mijn dromen sta ik vaak alleen aan de kant
Ik wissel van fiets halfweg de beklimming
stap dan even verder op een nog kleinere fiets
en dan verder … tot ik helemaal in het niets verdwijn

zoals een dichter die naarmate hij meer schrijft
anoniemer wordt, tot zelfs hij zijn naam vergeet
Wissen is een deel van mijn geschiedenis

In mij droomt die dichter: ik stijg boven mezelf uit
op de top van Tourmalet vanuit Luz- Saint- Sauveur
Die dichterlijke blik is wat mij nog redden kan. Of niet.


Norbert de Beule

Col du Tourmalet

Ja, voor een klimgeit viel het misschien mee
Mij lijkt het voor een rennerslichaam slopend
Daarom doe ik mijn klimwerk altijd lopend
Ik fiets gemakkelijker naar benee

In ‘t zadel kom ik nog geen molshoop op
Maar naar beneden rij ik vaak op kop


Gezienus Omvlee

De zomer van 2019

Welke memories is Tom
momenteel creating

overweegt hij serieus
een overstap
naar de Koningen 
van Ketonen

met wie zat hij laatst
op het terras van
In Kanne en Kruike

mag hij nu al
de pees leggen
op die knie,

zoveel vragen sjouwt
hij met zich mee,

geen wonder toch
dat ik hem een kaarsje
branden zag
bij de Sterre de Zee


Miel Vanstreels

De Vloek van Pau

19 juli 1990: ik zit in de Lotto-wagen op weg naar Pau
naast wielervoedstervader Braekevelt – hij ruste in vrede -:
voor ons rijdt het duo Bruyneel-Konyshev met in hun zog
Tourdirecteur Leblanc die ons soms autoritair het zicht belet. 
Jef vloekt af en toe, stil en op zijn West-Vlaams omdat
hij weet dat Johan in de spurt geen kans maakt
tegen snelle Dimitri uit het land der Karamazovs.
Het is bloedheet in Pau, Bruyneel zweet aan de meet
zijn verdriet uit en vult met Perrier zijn verloren vochtpeil aan.
19 juli 2019: ik vloek thuis haast mijn televisie stuk wanneer
Van Aert zich in een bocht en dranghekken te pletter rijdt,
de joviale Wout die ons een verloren winter deed vergeten
voelt en ziet hoe zijn droom uiteenspat op asfalt,
hier stopt zijn race naar roem tegen de tijd,
hier likt mijn sport haar diepste wonden.
Nog dit: cha-Pau Julian Alaphilippe !


Le bien Aimé

De Gendt de 2de zijn is geen geschenk in deze Tour
wanneer de nummer  1 de pannen van de daken koerst. 
En toch.
Een tijdje geleden zat ik bij Aimé thuis om te horen
hoe hij zijn toekomst zag: bescheidenheid troef
maar in zijn ogen zag ik het brandend vuur en
wanneer ik ook nog naar zijn benen keek wist ik:
deze jongeman heeft kans om het te maken,
het zit goed in het blonde kopje en aan spieren
geen gebrek, misschien wordt hij nog Le Bien Aimé
die op een dag de bloemen en het podium haalt.
Vandaag reed hij zich tussen loosers
op weg naar Toulouse de Strijdlust bij mekaar,
er was wat flets Frans gepruttel van een medevluchter
die niet goed verstaat wat koersen feitelijk is:
slim en sterk zijn, toeslaan als de tegenstrever
tekenen van zwakte toont en solo doorgaan
tot het ooit lukt.
Bien fait, Aimé en blijf zo doorgaan !


Mijn eerste helden


Wij woonden toen in Assebroek aan de kerkhofdreef
bij het kerkhof waar de dagen trager waren.
Mijn ouders hadden toen een grote meubelkast;
met daarin gemonteerd een kleine radio
met op het soms verlichte glas de namen
van steden als Berlijn, Rome en Monte-Carlo.

Mijn helden waren de Italianen Bartali en Coppi
maar nooit vergeet ik die andere namen:
Pino Cerami en Raymond Impanis.
En dan die naam van de Luxemburger Charly Gaul.

Wij woonden toen in Assebroek aan de kerkhofdreef
en ook ik koerste toen in gedachten
met mijn eerste helden
elke keer weer over de Bergen 
met mijn geheime doping van zwart stierenbloed. 


Hendrik Carette

Amazing legs

Hij had het over ‘poeier in de benen’ en
zijn ‘amazing legs’
die vandaag zo verbazend sterk en onvermoeibaar waren
dat hij het ganse peloton aan flarden reed.
Zo zie ik ze graag, de renners, aanvallend alsof
hun leven er van afhangt, Thomas Obelix
die lekker ouderwets à la Briek Schotte
op geen duwtje méér kijkt en
als een stukje blikken speelgoed
opgewonden over hellingen walst.
Vandaag werd hij eindelijk beloond,
zoals op zijn onovertroffen Stelvio-moment,
ik koester Thomas, dankbaar om zoveel Tour-plezier,
een exploot om in te lijsten.


La Planche du beau Dylan

Les Belles Filles worden door een demarrage
van hun mythologisch podium geduwd:
Dylan kust zijn mooi en stralend lief en
haalt zijn Slag der Gulden Sporen thuis,
het plezante kopje danst van interview naar interview,
de rode trui brandt in het woordenvuur en
voor één keer is Limburg niet echt traag te noemen.
Ach, wat kan koers mooi en simpel zijn,
gewoon hard duwen en nooit doodgaan,
een feest van zweet op arm en kuiten,
de derailleur die het vertikt om door te slaan en
dan gewoon de armen in de lucht,
meer moet dat niet zijn in het groen van de Vogezen.


Simpel: Wout!

‘Simpel’ staat er op het petje waarmee hij zichzelf
uit de zon en de sponsor in the picture zet:
kan het dan nog misgaan als alles zo eenvoudig is
voor deze mooie sterke jongen met dijen en
een kopje om u tegen te zeggen ?
Van wintermodder en slalommen langs wilg en prikkeldraad
naar asfalt, cols en vluchtheuvels overgewaaid,
een neofiet met nooit geziene punch en uithouding,
limousine op de tijdritfiets en snel als een panter aan de meet
maar vooral altijd goedgezind en aanspreekbaar,
kortom: de ideale schoonzoon voor vaders en moeders
die in het rijtje staan om hem aan hun dochter te koppelen.
En dan nog die lachrimpels om de mond of van zijn kwieke ogen
breed over zijn wangen uitgesmeerd, een verademing
in deze veelal humorloze, kille wereld.
Albi zag een nieuwe jonge god, alleluja !


De wonderlijke West-Vlaamse coureurs of wielrenners

De Reus van Ruddervoorde klopte op 13 april 1958
op de beroemde piste van Roubaix in de sprint
Rik Van Looy, Rik van Steenbergen en Miguel Poblet. 

Een coureur uit Lombardsijde had een waterverslaving
en dronk meer water dan een koe maar dronk
aan het einde van de koers champagne uit zijn bidon.

Een andere was een knappe boerenknecht uit Zevekote
die vóór de oorlog wel tweemaal de Tour de France won
en uiteraard alleen in het West-Vlaams kon vloeken.

En de laatste Flandrien kwam zowaar uit Kanegem
waar ook kardinaal Godfried Daneels werd geboren
en waar niemand, zoals iedereen weet, nog van iets weet.


Hendrik Carette 

Zelfportret als Dries van Agt

Als jongetje kreeg ik het zwemmen nooit echt onder de knie
Bij het voetballen deed ik iets wat op natrappen leek naar gras
Als puber werd ik louter maar geduld bij tennis of bij hockey
Men rekende waarschijnlijk op geldelijke steun van mijn familie

Bij het schaatsen miste ik altijd de kouwelijkste bocht
Ik worstelde met mijn eigen angst en bleek gewicht
huiverde bij de gedachte aan stijgbeugel en paardenhoofd
Alleen bij het fietsen ging het uitzinnig hard en roekeloos

Maar ik kreeg geen racefiets van mijn burgerlijke vader
Burgemeesters, zakenmensen, bankiers en hoogleraars
hoorden niet tussen vloekend en spuwend volk

Toch kwam er later meer dan een omwenteling. Ik spuwde
met voldoening op de maanvlakte van de Mont Ventoux
Kreeg bij de koffie Rini Wagtmans op bezoek. Hij vloekte binnensmonds.


Norbert de Beule

Geklopt in massasprint

Ten onder door de chaos en de stress
Zeg maar een combinatie van factoren
Bij topsport zit het dan tussen de oren
Je bent daardoor vaak niet goed bij de les

Het is dan meer dan een bijkomstigheid
Dat je jezelf dan in de wielen rijdt


Gezienus Omvlee

Gezienus Omvlee volgt de Tour de France 2019,
iedere dag een etappegedicht

Giro Rosa 2019

Ko de Laat volgt de Giro Rosa 2019:
iedere dag een etappegedicht

Brommer op zee *

wielrennen is fietsen tot de cadans in je hoofd stijgt
is eindeloos de tijd vermalen op twee wielen, wielen
die het spel spelen ˂in dit geval˃ van prooi en jager

wielrennen is kramp in je vingers en benen die werken
is de paardenkracht van zadel en stijgbeugels
is in gesprek blijven met de dorst naar water 

hoe hol kan de echo klinken in het hooggebergte
met slechts de bijval van een grijsbruin potig rund
haar zware bel die bij herhaling de laatste ronde luidt

het wordt blauw voor je ogen, de wolken spuwen vuur
oud regenwater spettert over de rand, klaterende
overlevingsplantjes in kieren en zwarte scheuren in asfalt
of trekken haarspelden misschien kunstenaars aan?

je verft de weg groen, de lucht vaalwit, je fiets paars
je sokken wassen zichzelf, gaan spontaan weer schuimen
je ruikt zout van wier en zeekraal of kan dat eigenlijk niet?

net als je gebalde vuist de zon raakt die onder wilde gaan
biedt een eenzame wandelaar zijn krant en schreeuwt:
je kan het, water en oefenen! dalen nú ˂al zie je het niet˃

je steigert, je daalt, je schiet weg met je brommer op zee


Bert Struyvé

* geïnspireerd door J.M.A. Biesheuvel ‘Brommer op zee’ 1972.

Merckx de Messias

                                                               uit: De Muur 65

- I -
Van mei '68 naar juli '69

De voor Merckx zegerijke Tour van '69 deed in niets
meer denken aan de mini-Révolution Française van mei '68:
op zondag de 20ste juli kwam Julius Caesar plots
opnieuw tot leven met zijn mateloos geciteerde woorden
dat de Belgen de dappersten der Galliërs zijn.
Eddy triomfeerde met de vingers in de neus:
tegenstanders werden weerloze Lilliputters,
met zijn tot Gulliver omgevormde koersbody en
een geur van lavendel om het gelauwerd hoofd
reed de jonge reus cols, asfalt en beton aan flarden,
na dertig lege jaren werd in een zee van zonnebloemen
voor het naar geel snakkend Belgisch koersvolkje
een nieuwe koers-Messias geboren. Alleluja.

Maar het Tourtriomfjaar van de jonge wielergod was
ook glorieus voor een Armstrong zonder koersfiets
die in een sneeuwwit ruimtepak de maan bewandelde
terwijl Jan Palach zich in zijn vurige strijd
tegen de dictatuur in Praag tot toorts omvormde.
In een kruitwalm van twee wereldoorlogen trad dat jaar
de immer stokstijf fiere Generaal De Gaulle terug,
Arafat en Kadhafi traden dan weer triomfantelijk aan en
Samuel Beckett zat sereen te wachten op Godot
toen hij met de Nobelprijs werd bekroond.

En Merckx: hij keerde in goudgeel gehuld
met zijn ravissante Claudine naar Belgenland terug,
in zijn valies een kleurrijke mini-klerenwinkel
van alle kannibaalgewijs gewonnen Tourtruien.


- II -
Licht na duisternis

Het was alsof de duistere Middeleeuwen en
de sombere kleuren en taferelen uit schilderijen
van de Vlaamse Meesters Permeke en Spilliaert
over de Belgische Ronderenners lagen gedrapeerd:
drie uitgemergelde decennia zonder gele trui in Parijs,
Sylvère Maes was in 1939 de laatste der Mohikanen,
daarna ging samen met het macabere Derde Rijk
boven Pyreneeën- en Alpencols het glorieuze licht uit,
supporters dronken zich tussen Schelde en Maas strontzat
boven en onder cafétafels. Tot hun kolerieke vrouwen
hen ophaalden om samen ruziënd en wankel
de trieste tocht naar het kille huis aan te vatten.

Maar in Meensel-Kiezegem of all places
was in de lente van 1945 een jongetje geboren
boven wiens wieg de ster was blijven stilstaan:
de donkere bladzijden van de vijf jaar durende gruwel
werden er in één ruk euforisch omgedraaid,
kleine Eddy was de Wieler-Messias waarop
al zo lang hopeloos en smachtend werd gewacht,
drie koningen stonden klaar om hem te begroeten.

Hij werd in doeken gewikkeld en gekoesterd,
mama Jenny waakte over hem als een klokhen ,
zijn kinderjaren vlogen flitsfietsend voorbij,
het jongetje had het zegevuur in de donkere ogen,
België 's hoop in bange dagen was gearriveerd,
een drinkbus Beaujolais Nouveau met lange afdronk.



- III -
Eddy denkt, Eddy droomt

Wat ging er om in dat kopje met de Elvis-bakkebaarden
van de jonge seigneur in roodwitte Faema-trui op een fiets
die maagdelijk wit was gekleurd en zijn naam droeg ?

Dacht hij bij de start in Roubaix al aan het geel
dat hem drie weken later zou doen stralen als
een echte Roi Soleil en aan het koningrijk België
een ongeziene maar o zo verdiende koersorgie zou bezorgen ?
De zedige en devote koning Boudewijn zou Eddy snel
in zijn paleis ontvangen en kreeg een vers gewassen koerstrui
in de handen gestopt waarvan het felle geel hem vooral 
aan zijn geliefde tricolore vlag deed denken.

Ja, wat ging er in dat jonge Merckx-kopje om,
hoe zwaar wogen roes en roem op zijn schouders,
spookte het drama van Savona nog door zijn hoofd,
de stad waar hij wellicht door de Italianen was geflikt ?
Of dacht hij ook aan de vele glorieuze momenten
van het voorjaar in San Remo, Vlaanderen en Luik ?




- IV -
The Wolfpack avant la lettre

In deze wielertijden van ketonen en carbon wordt
veelal gratuit gegoocheld met opgeblazen begrippen
die extreem theatraal klinken, zo bijvoorbeeld The Wolfpack
dat met scherpe tanden en wilde haren door journalisten
op de troepen van ploegleider Lefevre wordt geplakt.

In verre koerstijden toen de schaarse kamwielen nog spraken
was er al de rode Faema-falanx van Keizer Rik Van Looy,
met de komst van Caesar Merckx zagen supporters
hoe een nieuwe Romeinse cohorte werd geboren.
Ere wie ere toekomt en daarom hierna hun namen
die vandaag onverdiend in muffe archieven liggen begraven:
Mintjens, Reybroek, Scandelli, Spruyt, Stevens, Swerts,
Van den Berghe, superknecht Van den Bossche en
Vic Van Schil omringden hun leider met de zorg
waarmee een moeder dagelijks haar kroost soigneert,
zij legden pleisters op de kleine wonden van de Meester,
koersten gaten dicht en deden kilometerslang kopwerk.
Tot de tegenstand kraakte en finaal ten onder ging.


- V -
Prelude op de Ballon d' Alsace

Mijn gedateerde body kreunde zich in de lente van 2018
naar de beboste top van de Ballon d' Alsace omhoog,
ik botste er met de harde waarheid van de jaren en dacht
weemoedig aan de jonge Merckx die een halve eeuw eerder
tussen Mulhouse en Belfort op deze Vogezencol plankgas gaf en
de tegenstand een pikant voorsmaakje bezorgde
van wat hen later in de Pyreneeën te wachten stond.

De Germaanse krachtpatser Rudi Altig kraakte er
samen met de getaande Galera en Le Gitan De Vlaeminck
als riet in de wind, ik zie op de eerlijke zwart-witfoto's
hoe oermens Altig zich over het stuur gebogen geselt
met de pijn van scheurende spieren en een rode kop
die de jeugdige overmacht met tegenzin aanvaardt.

En Merckx: hij werd de renner-adelaar die zijn vleugels
als een doodskleed over zijn tegenstanders spreidde,
de zon straalde gul zegegensters in zijn oog,
hier werd op woeste Wagneriaanse klanken
een nieuw Tourtijdperk ingeluid.

- VI -
Tussen Luchon en Mourenx

Op die bovenaardse dinsdag de 15de juli steken de Pyreneeën
met hun verzamelde hautaine stenen koppen boven renners en
landschap uit, het peloton krimpt tot een opgerolde egel
wanneer Merckx zijn duivels ontbindt en als een adelaar
boven de hoge toppen zweeft, zich met ongeziene kracht
een ereplaats in het gulden wielerboek toe-eigent.

Eddy zet de Tourmalet als voorgerecht op het menu en
daalt daarna als een menselijke meteoor naar beneden,
zijn opponenten verzeilen spartelend in de achtergrond,
namen die tot dan als Tourklokken klonken verschrompelen
onder de zon: Pingeon, Janssen en Gimondi worden
tot schuwe schaduwen van hun Tourroem herleid,
de Aubisque plaatst de nieuwe heerser op een gouden troon
die hij jarenlang krachtig en ongenaakbaar zal bezetten.

De klep van de muts in de bezwete nek,
in de donkere ogen de onbewogen heersersblik ,
het nummer 51 op het sneeuwwitte frame,
het mysterieus gaasverband rond de rechterpols,
de gezwollen aders op de armen, de natte bakkebaarden:
eeuwige details op een stijlvolle zwart-witfoto
waar je het felle truigeel zelf moet bij denken. 


willie verhegghe

Tourgedicht 22: de laatsten zullen de eersten zijn

De heroïek van de hekkensluiter

Ji Cheng heeft het gehaald. Ruim zes uur achterstand
Geweldig van Ji Cheng (of is het toch Cheng Ji?)
Hij heeft wat afgeploeterd in het achterland
Al wint ie het in heroïek van Nibali

De eerste man uit China die de Tour ooit reed
Hij streed als taaie pionier met veel élan
Tot op de laatste dag doorstond hij steeds nieuw leed
Zo werd Ji Cheng karaktervol de laatste man

Misschien dat één Chinese jongen van ‘m hoort
Die daarmee door de wielerkoorts wordt aangetast
En ooit de held passeert die hem heeft aangespoord
Historie krijgt vanzelf vervolg. Want dat staat vast

Heel mooi ook dat vandaag zijn kopman Kittel won
Maar Ji bracht ons dit jaar een nieuwe horizon


Ko de Laat

Hoog op

Je kuiten trekken het verleden uit het dal.
De berg lijkt weliswaar van dichtbij lager
dan veraf, maar een boomgrens is geen ijkpunt. 

Armstukken, hulpstukken, waar zijn ze nu?
Ritmisch klapperen je tanden de martelgang.
Gestaag, het lijkt wel of het altijd vriest.

Ooit in het dal vergat je te tanken, ook 
bij de laatste pomp voor de grensovergang:
de geblokte slagboom met melkautomaat.

De krant van gisteren wacht op het hoogste
punt, vooralsnog. Strijk het glad tegen je borst,
daal en app naar het vertrek: ik kom, iets later

of niet. Elk monument hier is van steen.


Bert Struyvé

Reisplan 4

Naar boven trap ik op een klein verzet
Om niet voortijdig krachten te verspelen
Dien ik die daarom zuinig te verdelen
U snapt dat ik dus op de kleintjes let

Het heuvelt hier voortdurend op en neer
Als je beneden bent dan moet je weer.


Gezienus Omvlee

Giro 2019


Het winnen van een grote ronde
is als het oplossen van een puzzel
met héél veel stukjes

aldus Tom,

Peter Winnen vindt het
een mooie vergelijking
en hoopt dat Tom onderweg
geen stukjes kwijt raakt,

als het Tom onverhoeds
niet lukt deze puzzel
op te lossen

doet hij mijn kleindochter
(van twee) maar na:

alle stukjes bozig
van tafel kwakken

en vrolijk zingend
een andere puzzel
pakken


Miel Vanstreels

Fabio

Ik demarreerde, plafonneerde, crepeerde
Herlanceerde, want oh ik begeerde

Leuk om te schrijven, maar ik voelde niets
Mijn hart pompte vers bloed
Ik voelde me gewoon een man op een fiets

Maar wat was ik verbijsterend goed
Stelvio, Mortirolo, Gavia, Zoncolan
Ik wilde ze oppeuzelen, na elkaar als het kan

In mijn wiel gekraak, gepiep en gezucht
Amper zeven die overleven, happend naar lucht
Alle anderen betaalden al het gelag
En dat op de derde van vijf cols van de dag

Wat genoot ik van mijn kindertijd
Ze zeggen die komt nooit meer weer
Misschien als je de Giro niet rijdt
Een flashback naar de jaren negentig, keer op keer

Soms was ik Gotti, soms Di Luca, soms Simoni
Ik zette aan, dartel speelde ik met de pedalen
Wie kan volgen? Wie komt me halen?

Niemand aldus het zichtbare lijden op hun tronie
Hoe kan dat nu? Ik reed op halve capaciteit
Een kaakslag, aan de Giro start je niet onvoorbereid

Ik begreep het niet, viel nog een keer aan
Ging als een bezetene op mijn trappers staan
Keek achterom, niemand te bekennen

L’Ultimo Chilometro, de bevrijding voor gekwelden
Niet voor mij, ik was nu mijn eigen jeugdhelden
Tranen wellen op, het wil maar niet wennen

Doch juichend en klaarwakker spring ik recht
Nog voor de strijd definitief is beslecht
Nog voor ik in volle glorie ben aangekomen
Het is van Fabio Aru dat dwaze jongetjes dromen


Matthias Vangenechten

Helden


Tom vindt zichzelf geen held,
hij houdt niet van verering,

zelf zou hij nooit
voor een sportidool
gaan juichen
op de Maastrichtse
Markt,

hij vindt het werk
van artsen
veel belangrijker
dan zijn gekoers

maar zie, de hartchirurg
die mij met een paar
omleidingen
van mijn euvel genas

fietste een zomer eerder
in de Alpen
en droomde geregeld
dat hij net zo snel
als Tom was



Laat je banden zingen

                             tekst van Het Giro 2016-lied

couplet:
Dus je beklimt jezelf
en daalt in jezelf af
het landschap van je kracht
de woorden op de weg
reflectie in de plas
maar niemand klopt zichzelf

couplet:
Dus trap jezelf maar los
en rij jezelf voorbij
je vindt je weer terug
in de armen van de prijs
maar niemand wint alleen

refrein:
Laat je banden zingen
Raas je adem achterna
Jaag ons door de Jachtlaan
Over de streep
in het lied van de tijd

couplet:
Dus bijt je door de lucht
het bloed pompt in je rond
je hart snelt voor je uit
je hoofd is bij de finish
verbaasd over je huid

bridge:
Rij weg van de wedstrijd
ontsnap de trage tijd
trap je weg van jezelf
en hou je uit de wind

refrein:
Laat je banden zingen
Raas je adem achterna
Jaag ons door de Jachtlaan
Over de streep
in het lied van de tijd


Hanz Mirck

Luik-Bastenaken-Luik

Komend voorjaar tussen start en eindsprint
die ene plek in de bocht waar men hoog boven
alles uit het peloton ziet naderen, golvend, jakkerend
door opgetuigde straten, de zon erbij, legt glans
op blauwe kasseien, druppels op mannenhoofden.
En op kop jij die de wind doorsnijdt, hard wegschiet.
We komen aan in Luik, altijd weer aan in Luik.


Frans Budé

Mathieu van der Poel

Hij is uit een erkende stam ontsproten
Zijn ouders noemden hem terecht Mattieu
Omdat het vol en zuiver rijmt op Dieu
Een wielergod lag in hun zoon besloten

Zo'n kampioen als hij is, is er geen
Een Poulidor en Van der Poel in een


Frits Criens

Mathieu

Hij laat de remmen vieren, de dag
die wegzakt in een heuvelachtig peloton.
De drukplek bij M kleurt weer tot huid.

Een voorjaarszon scherpt wilskracht aan,
de straling bot genen uit tot onbeheerste groei,

of dragen anderen slippers die gaan sloffen
in de bloedende meters achter zijn pedalen.

M trekt uit zijn tenen een kleurrijk lint, 
sierlijk van links naar rechts,
naar de gedoodverfde 

die de hemel smeekt.
Tevergeefs, ontketening verplaatst hem,
begraaft hem met stoffer en onverholen eerbied.

En M? M beweegt niet, M ligt gevloerd,
zijn fiets en zijn gedaante. Ze zijn voor altijd één.


Bert Struyvé

Patrick Sercu, een ode

Lynx, jachtluipaard en panter in de dijen van één man,
Olympisch goud en alle kleuren van de regenboog
om één en dezelfde Izegemse sterke hals en borst,
de superieure pisteschicht  in al zijn glorie,
een razendsnelle diamant op twee tintelende tubes :
du jamais vu, Patrick Sercu.

De muziek van namen als Antonio Maspes
en Giuseppe Beghetto klinkt fel in mineur wanneer
Patrick de ouverture van zijn piste-opera inzet :
fijnbesnaarde eerste viool Stradivarius Sercu,
sierlijk in de gestileerde en fiere Romeinse kop en
het door Michelangelo gebeiteld atletisch lichaam.

Met splijtende demarrages klievend door sigarettenrook en
de geuren van braadworst en parfum die zes dagen lang
als een bizarre mix het houten ovaal omringen maar ook
gehard door het eenzaam labeur van zijn solo naar Charleroi,
de kou op de hemeltergende Alpencols van de Tour
en de helse hitte in de Italiaanse Giro-vlaktes.


willie verhegghe

Amstel Gold Race

Dagen voor de koers al
fietsend sfeer proeven
in het Mergelland,

op de Schweiberg
de mannen van Lotto
kruisen, op de Eyserbos
voorbij gekeuveld worden
door die van SKY,

de Cauberg vol namen
gekalkt, de tribunes
bijna klaar,

op vrijdag de jubileum-
verhalen in de krant,

op zaterdag de Toerversie,
voor één keer niet
in het zwart,

op zondagmorgen
amper vijf minuten lopen
naar de Maastrichtse Markt
om mezelf te vergapen
aan afgetrainde lijven
wachtend op de start,

na de noen met mijn liefste
naar Keer en Gulpen peddelen
om de karavaan
een vloek en een zucht
te zien,

op tijd weer thuis
voor de finale
op TV,

horen hoe Michel en José
zich in Bemelen van berg
vergissen

gespannen wachten
tot de beslissing valt,

content zijn als de juiste renner
naar de zege sprint,
een verloren zondag hebben
als de verkeerde wint


Miel Vanstreels

VICTOR DE VICTORIEUZE

- een optimistische voorspellende vooruitblik-

Tot de eenenzestig stalen tanden gewapend en
met een Mexican wave in de gekromde rug
zal Victor zijn voornaam alle eer aandoen en
victorieus het eenzaamste uur van zijn leven
met ronkende recordkilometers bekronen,
de Griekse god Chronos zal aan zijn zijde
de zwoele lucht gestileerd aan flarden fietsen,
Montezuma-Merckx kijkt over zijn schouder mee.

Hier wordt met een vederlichte pen van carbon
pure wielergeschiedenis geschreven,
uit de door Frida Kahlo ingekleurde hemel duikt
een witte duif met een lauwerkrans in de bek
naar het naar lucht happend hoofd van Victor,
niemand reed ooit sneller op een koersovaal
van haperend hout en wurgend bochtenwerk.

Nu wachten hem de eeuwige roem en roes en
de waterglanzende liefde van zijn zeemeermin
voor een verkwikkende en verdiende duik
in het zalig warme water van Aguascalientes.


willie verhegghe

15 april 2019
één dag voor de werelduurrecordpoging van Victor Campenaerts
in Aguascalientes/Mexico

Het koersbeest

Het koersbeest in de hel van het Franse noorden
met die oude Vlaamse oorden 

                                                  voor Willie Verhegghe

Het valt en vloekt, bezweert de wielergoden
en demarreert. Het slikt en snuift, het hijgt
en maakt een plas of urineert.
En vanaf Compiègne glijdt het over de wegen
tot op de Pevelenberg of staakt de strijd in Hem.
Het klimt haastig over een bareel aan een
verlaten verroeste spoorlijn, komt te laat
voorbij Arenberg of bij die bocht aan De Boom.

Het stampt en schakelt, raakt danig bevuild
en huilt als een kind dat vecht tegen de wind,
het stof, de regen op die harde helse keienstenen.
Het wint geen koers en is geen prijsbeest.
Het is het knokige koersbeest dat blijft jagen
op het glas van mijn breed panoramisch scherm
en dat elk jaar weer die zondag domineert
alsof ik daar sta en staar vanop een berm.


Hendrik Carette

Ode aan Parijs-Roubaix en mijn Leeuw

Oorlog en storm woeden
over de karrenwegels met stenen geplaveid.
Noord-Frankrijk wordt overheerst
door gladiatoren opgestaan uit arena's.
De genummerde soldaten
vechten veldslagen uit op leven en dood.
Wapengekletter overstijgt het gejoel van toeschouwers
dat over via's van Romeinen dondert.
De hoekige, bonkige stenen geselen
de kuiten van besmeurde renners.
Materiaal kraakt en plooit en breekt
onder de stampende hefbomen
van geweldenaars op hun stalen ros.
De krijgers hoesten en proesten en spugen,
vloeken, ketteren en klagen.
Pijn door val en onmacht,
maar steeds verder ploeterend door modder,
over stenen, dwars door slijkkuilen.

Twee sterke vuisten omklemmen
de trillende stuurstang.
Eén man 50 km lang vechtend tegen alles.
Grijs, moe, bemodderd, nat en vuil.
Alleen om de oogjes ietsje klaarheid.
Wapperende en zwaaiende Vlaamse vlaggen
kleuren de hemel geel-zwart.
De gladiator der gladiatoren
trekt zijn hele lijf letterlijk uit elkaar.
Onder vaandels door duikt
de Keizer der klassiekers de velodroom binnen.
760 meter gejuich en gejoel, tranen van bewondering.
Tien gestrekte vingers
als zegevierend gebaar van de 'de Vlaamse Leeuw'.
Afgematte leeuwenpoten vol slijk en blubber
zetten voet aan de grond.
Eén winnaar,
één bezieler,
één keizer,
eén echte leeuw.


Dirk Nachtergaele

De val van Mathieu

                                   in de Ronde van 2019

zijn keus is zandbak of een stoeprand
met de velgen scherpschurend ploft hij
pirouetteert hij acrobatisch een salto mortale
zwaait zijn denkbeeldige lasso door de lucht
kantelt en zwiept voorover de plavuizen tegemoet

zijn frisse kop dondert neerwaarts ruggelings
op de keien voor geen eenzaam lijden
zuchtend door het meelevend publiek
met linker hand naar rechter schouder
wielerwetenschap zweert botbreuk
zijn grimas trekt niemand in twijfel

de jonge god stortte in Icarus’ vlucht
zijn veren dwarrelden uit zijn gemoed zonk
mee met gebroken wiel carbon vervloog
het lijf leek gebroken een minuut stilte
dan rechtte zijn rug en richtte de held zich op
op de grens van spottend met reputaties

de jongeling hakkelt even verder in slow motion
herrijst daarna vol geweld zonder ego maar
stoempend langs kompanen verbouwereerd
hen achterlatend in achtervolging op zichzelf
weet hij de meet nog te bereiken als verliezend

winnaar op de streep


Kees van Meel

De Ronde 2019

Dat ‘de koers begint bij ons’
is voor de wielerfan een vast gegeven
hij wacht ongeduldig op de hoogmis
herhaald streven naar genaken van God

hoe elk jaar weer de Flandrien strijdt
om alles en ieder achter zich te laten
alleen aan de meet weet je wie de ware
na zoeven in afdaling en weer een klim

op de kasseien van Kwaremont of Paterberg
de gebeden verhoord als hem lukt
waar een eenvoudig mens van droomt

men stort zich op alledaagse gedoetjes
tooit zich één dag in het jaar als leeuw
huilt met de winnaar die over de streep stoomt


Frans Terken

De fiets

de fiets
die er al stond
ver voordat jij op je tenen kon staan

later was het niet meer nodig
hangend in de beugels je op te trekken
om iets te zien, om in de wereld af te zinken

en nu, nu vlucht je in kasseienstof
ben je de naam van de klassieker vergeten

je zou alsnog de film in stukjes willen knippen
om in te plakken, op elke pagina iets
in het rood van de aarde, in het groen van de zee
conserveren en archiveren, maar waar

de fiets die je zag verdwijnt
meewind kun je niet inhalen als je frame schuurt 

de fiets die in niets op jou lijkt


Bert Struyvé

Gent - Wevelgem '18

Van Gent waar de poëzie torenhoog
overeind staat en niet alleen
in het huis op de Vrijdagmarkt

kleurrijk feest van shirts en wielerbroeken
geen regen die vat heeft op het zweet
het gretige van jonge jongens in de strijd

twee keer Zwarteberg en Kemmel een kruisgang
hoe ze voor de God van Vlaanderen knielen
als het verzet even hapert of verkeerd staat

het schakelen uit de vingers getrokken
nu het zich met tippen van elektriek bedient
het motortje te vroeg opgeblazen

‘Erbarme dich’ zingen toegestroomde leeuwen
langs de kant van kasseien en Plugstreet
ze moedigen met vlaggen de helden aan

die het aan het eind afleggen
tegen gehaaide kopmannen met hun oortjes
zij lezen de koers als een verweerd missaal

weten dat het doek valt op de meet
waar een washand modder van de koppen veegt
uitgeblust leven klaart op in Wevelgem


Frans Terken

Het bedreigde peloton

                                      N.a.v. De Omloop Het Nieuwsblad 2019

Sloom kropen mannen over asfalt keien stroken
zagen hun geschoren benen nog eens op spatjes na
hun eergevoel fietste samen met hun grote ego’s

de langzame traagheid van de heersers op de weg
werd voorbijgestreefd door struise vrouwen
onder in de beugels met strak getrokken spieren

haar snelheid spoot voorbij het toegelopen volk
spuugde voort op Godes wegen trotseerde die
mannelijke hoogmoed van voor Adams hemelval

toen plots de wedstrijdleiding hun driestheid
tot stoppen dwong sommeerde benen stil in stand
te houden van dit razend vrouwvolk op drift

twee pelotons vol krachten gescheiden van elkaar
niets gemeenzaams niets samengebalds
maar vervuld gebleven in ieders eigen doel

de winst van een wedstrijd
voor vrouw
voor man


Milaan - San Remo 1961

alles leek trager te verlopen:
boven op de Poggio de lepe
groep in het wiel van de Keizer

we hoorden lijzig Fred de Bruyne
voor wie de fontein nog mijlenver
stond te wachten, was er wel een fontein?

want plots verscheen de Via Roma
met één renner alleen: hij verscheen
als uit het niets gekomen, was hij
verzwegen al die tijd?

en zie: hij smijt zijn petje van plezier
in de lucht, aan zijn trui van Mercier
herkent ook Fredje  hem wel terwijl
hij van vreugde slingert over de meet

en dan naderen ze: de schuivende groep
nog steeds in het wiel van de Keizer
die afgetekend wint, zou gewonnen
hebben, was er niet die andere,
onbekend nog en moe

een renner van wie we later
zouden houden onder de naam Poupou


Staf de Wilde

Vernieuwing


Met bloemen en een obligate kus
Bewijzen dames, jong en superslank
De winnaars van een wielerstrijd hun dank:
Een ideale-maten-meiden-klus

Het nieuwe van een koers te Londen is
De rondemiss is daar een ronde miss


Frits Criens

Jef Braeckevelt


Ooit deelden wij hetzelfde Lotto-ploeg-bed:
Tarbes trilde onder de Tour-koorts en de nacht
was zwoel van het voorbije koersgeweld
zodat alleen de slaap voor soelaas kon zorgen.
Maar dat was zonder de waard
van Jefs’ snurk-records gerekend:
hij trok koersdromend al zijn klankregisters open
zodat ik me in Waterloo of Dresden waande,
alom Stalinorgels en knetterende mitrailleursalvo’s.
Tot groot vermaak van de renners,
’s anderendaags aan de ontbijttafel.

Maar voor de rest géén slecht woord
over deze voedstervader van de pelotons,
deze mommelende Sancho Pancha met De Kimpe-buik
bij wie Tchmil, Baguet en vele anderen
als gehoorzame koerszonen de krachten vinden
die hen de vleugels naar de zege hebben gegeven.



Ingehaalde tijd

met zijn scherpste mes snijdt hij de bochten aan
de tubes smeren zich breed uit over het asfalt
remmen breken de luchtweerstand te laat

hij overspeelt zijn hand blokkeert het voorwiel
duikelt in een vreemde boog het drassig weiland in
zijn bemodderd shirt staat hem als een koningskind

trots klieft hij dan verder de dwarse wind door eervol
fladderend langs veelkoppig publiek dat adoreert

op mystieke wijze davert hij door maar zijn trappers
malen gewoon de wegen onder hem weg hij snelt

ijlt wappert vleugelrijk op het vliegend tapijt even
kunstig als de wolkendekens boven hem zijn shirt

bemodderd maar stoer begeleiden naar het einde van (een) tijd


Kees van Meel

Winterstop

Hoe de fiets zonder grip tot stilstand komt
zoekend naar balans langs de wegkant

Hoe de enige tegenligger opveert, inzoomt, stopt
terwijl je al genoeg hebt aan jezelf
misschien wel boven het toegestane gewicht
maar je verplaatsen zonder fiets wekt maar argwaan

Hoe je wordt verzocht je hoofd leeg te maken
alles te deponeren in de gearriveerde spreekkamer
alles over niet eerder genomen stappen
al die onderdelen die een fietsheld onbewust vergeet

Hoe je zonder klik afstand neemt
van de vermogensmeter, de hartslagmeter, de pomp

Hoe je de moed als een chasse patate bijeenraapt
en de laatste mentale meters grondvorst
weg ziet schuiven

een tijdrit van demarrage, afzink en zwaailicht
naar een wachtkamer vol bloedeloze wintertenen


Bert Struyvé

Dodenrit

Vechtend tegen de zwaartekracht rijd ik
in de richting van de top die mij heimelijk
toelacht, zich nog niet wil laten zien, zoals
ook de laatste bergmarmot zich als een

aangeslagen dier verborgen houdt in zijn hol.
Ik klim langs een vermoeide, trage stroom die
kronkelend zijn weg verlengt – zijn laatste
wateren bestemd voor de naderende woestijn.

Na het bereiken van de col, waar de zon zelfs
geen schamele schaduw achterlaat, daal ik
af langs de rand van een ravijn, krijg ik een
onbeperkt zicht op een kaal, godverlaten land.

Geen koe die vriendelijk naar mij loert,
geen geur van gras die ik diep snuif
geen wind die mijn haren zacht beroert –
zo trap ik het luchtledige onder mij weg.

Slechts de wielen fluiten licht als ik val
in een kokende kuip waarin zich een
achtergebleven dorp baadt, verdoofd
in zijn eeuwige middagslaap.


Harmen Malderik

Cero cero cero cinco


ach, Alberto, jij met jouw cero cinco
en toch drie rondes afgepakt
terwijl de wetenschap toen verklaarde
dat in deze dosis glenbuterol
niet stimulerend bleek

jij van het zuiverste ras
onder de colbeklimmers
en dat al dansend op de pedalen

toen je even versnelde
kon geen enkele andere
jou bijhalen

toch afgeschilderd als dief
en bedrieger terwijl jij oprecht sprak
en nog altijd verbolgen

zouden de organisatoren niet beter
voor een rechter worden gedaagd:
Lotto waagde het en heel de ploeg
werd naar huis gereden

de dames en heren, zeg maar de bonzen,
zelf met boter aan de spreekwoordelijke knikker:
immers samenwerkend met alleenheersers
en al die slavenarbeid

jouw strijd is de mijne hopende
dat deze schurken en hun praktijken
achter de tralies verdwijnen

Houdbaarheidsdatum

Hoe lang kan de veertigplusser de benen blijven strekken
de tenen blijven krommen in vastgeklikte schoentjes
te smal voor de ingesnoerde lusten van zijn lichaam
te klein voor zijn ingezwachtelde ambities van nu

toen nog volop in potentie en vooraan in de strijd
de knuisten het stuur omklemmend alsof hoorns
het stierenvocht sijpelend uit bilnaad en langs helm
het zweet lekkend uit de poriën en bloed spugend

de adem snokkend langs adamsappel de longen haast
geknapt door druk  spanning of teleurstelling ook
vaak met fiets het asfalt gezoend maar liefkozend opgepakt
in blinde liefde voor het vak van beulsknecht op de weg

wanneer wordt de laatste bidon gevuld met bloed monsters
en paspoort met geheime waarden nabruisend nog van
onvervuld verlangen om naar die ene geklopte koers

terug te kunnen in die vluchtig voorbije roemwereld
maar vooral hoe lang je nog die 180 slagen per minuut
uit het hart pompt als ritme van de ware kampioen

maar 20 slagen minder in de laatste test
of was het dertig zelfs


Kees van Meel

Beste T

Ik lees dat je je carrière al
geslaagd vindt, ook al win je
nooit de Tour,

in eigen land mag je dan
geschiedenis schrijven
met een zege

in het WK tijdrijden
en de Giro

maar is dat genoeg
om niet vergeten
te worden,
om niet in de marge
van het cyclisme
te belanden

over pakweg
vijftig jaar,

vraag is

wil je een Carlo Clerici
of een Jean Dotto zijn

terwijl Bartali, Bobet,
Gimondi en Lemond
je wenken,

beste T, laat het je gezegd
zijn door iemand
die al zestig jaar
geen deuk in een pakje
(smeltende) boter rijdt:

koersen doe je niet
voor vandaag of morgen,
koersen doe je
voor de eeuwigheid


Miel Vanstreels

Bedrog

altijd winnaarsblik

maar plots het jaar daarop leek hij te kruipen
in het wiel van gedrogeerden gepakten
naïeve renner was zonder spuit schlemiel
puur ongebroken te goed voor bedrog

helaas waren snelle spieren in bovenbenen
de kogelkuiten in tweemanschap
niet meer genoeg tegen list en leugen
goochelen met bloed en waarden

het einde van zijn carrière kwam stotterend
maar hopeloos snel


Kees van Meel

Afscheid

ik kan geen afscheid nemen
van bloesems in het voorjaar
de potpourri die erop volgt,
de lagen groen die met
mekaar in concurrentie gaan,
de Vlaamse voorjaarskoersen

hoewel, wat is die adoratie waard
die teert op krakkemikke wegen,
een rot gebit en brokkeltanden,
een volk dat van kassei en kavels
die pijn doen aan de ogen
een favoriete landschap maakt

geef mij dan maar de wulpse lijn
van heuvelruggen achter Luik,
het knappe lijf van Lombardije,
een oksel van de Alp, een tiet
van Dolomiet, daar schuilt de
ware erotiek die doet verblijen


Herman Laitem

Wij willen hem een naam

we zoeken hem een beeld
we willen hem een naam
(waarover is nagedacht, vooral niet te spontaan)
een naam voor nu en voor altijd
voor luisteraars en analfabeten
en voor zij die kunnen lezen

geen tulpen of klompen
geen vliegende hollander
of  maastrichtse bourgondiër

misschien iets met molens –
bv de malende molenwiek

nou ja, als het maar iets met een molen is


Harmen Malderik

kleine ode aan Il Incombatido

geboren in Las Llumbreras uit een ware
wielerfamilie zoals elk talent
door de natuur wordt dus geen reden
tot trots, wel zijn doorzetten en harde werk

volgens deze dichter volkomen oprecht
en steeds in de aanval net als mijn grote Keizer
en precies om die reden juich ik hem toe:
deze kampioen van 38 slechts bij toeval of door
een misrekening door Joop overtroffen

hij wint als het ware zonder enige moeite:
een kampioen op sloffen, doch bekijk
zijn tegenslagen, zijn doorzettingsvermogen
ben je niet verbluft, wrijf dan
het zand uit je ogen

deze woordenkramer is een bewuste aanschouwer
en altijd bereid om bij te leren: immers aan één leven
heeft geen mens ooit voldoende, niet eens een genie:
een uitzondering mag zeggen ‘mijn werk is af’
doch enkel op zijn sterfbed wanneer nog meer
niet kan

was ik een vrouw dan viel ik voor deze Spaanse man
en Jung leerde dat in elke macho
wel een dame zit verscholen
dat merk je aan hun pronken en gepoch
op gebronsde huid en overtrainde spieren

Schopenhauer leerde rond 1850: elke mens
is net als de dieren, even zelfzuchtig en wreed
en enkel de zeldzamen kunnen zichzelf doorzien
of doen het spontaan zonder één boek

in deze nacht weet ik genoeg
hoewel de nieuwsgierigheid blijft
doch ieders pc’tje is een klein ding
zodat elke kennis voorlopig zal blijven
en soms zelfs gering


Staf de Wilde

Proficiat

WK voor dames nu!
Machtige tijdrijdsters
Eén wordt Van Vleuten
Ons fietsend genie

Ereschavot is een
Suprematietableau:
Twee Van der Breggen
Van Dijk staat op drie!


Frits Criens

Niet de eerste

hij viel niet op de kasseien
niet in een onuitgeslapen peloton
of tegen een lantaarnpaal
maar bleef steken in de sneeuw –
het koude lijden

geboren voor nederigheid
reed hij zijn eigen glorie voorbij

een jaar lang wachten
om weer een ander voor te laten gaan
dit keer zonder kans op revanche of wraak
want er kan er maar een de eerste zijn –
de enige eerste, voor altijd

de historie kiest zelf zijn winnaars uit

kruijswijk lijkt teveel op kruisweg.


Harmen Malderik

In Ronse ligt een streep – WK 1963

Er galmt nog steeds een luide echo
die koppig weigert te gaan liggen
in het hoofd van de oude keizer.

's Nachts woelt hij zich de benen bloot,
wijkt uit naar links uit pure nood,
want voelt de schaduw van verraad.

Dan kwakt hij hem, de Brutus van weleer,
De groene slang, vermomd als leeuw
Voorgoed de koude nadar in.

Hij fotoshopt daarbij zijn wiel voorgoed
voorbij de flinterdunne grens
van zoete wraak en eeuwige wens.

Maar als gedoemde Sisyphus wordt hij
maar zelden wijzer, voelt hij de droom
als lood, het leven als oud ijzer.

Moet Nini hem uit zelfbehoud van zich
af gaan duwen; de keuze tussen bed en
vloer of een verloren kluwen.

Soms schrikt ze wakker, klinkt een kreet
van merg en been en spijt; dan oogt
haar Rik een zuil van zout die jankt en jankt ...

B-E-H-E-Y-T


Herman Laitem

Vuelta

de dichter fietst een ochtenduurtje Vuelta
met dichte oogopslag doezelend op de droombank
het is een rollerbank met ultiem trage pedaalslag
koersend over wegen in waaiers van woorden
als een fietsende accordeon tegen toeterende
automobilisten die groeten met die ene vinger

buenos días y adiós roept hij stichtelijk terug
en stevig in het zadel verbeeldt de dichter
de voet van een steile muur als zijn stijlsprong
het is een heus viaduct dat in het rood kleurt
dat het uiterste wattage tot deadline maakt
alleen snelle vroem vroems laten zich hier gelden
toch denkt hij zelf even ik bén Chris Froome


Bert Struyvé

Cauberg

Niet op de Mont Ventoux,
de Galibier, de Aubisque
of de Tourmalet,

niet op de Mortirolo,
de Stelvio, de Gavia
of de Angliru,

niet op de Kapelmuur,
de Muro di Sormano,
of de Mur de Huy,

niet op de Poggio,
de Jaizkibel
of de Redoute

maar hier passeerde
de Vuelta, hier
resideerde de Tour

hier lag de finish van
een klassieker

hier werd gestreden
om de regenboogtrui
tot vijf maal toe:

op de Eddy Merckx
van alle heuvels
& bergen

trap ik me altijd
blijmoedig moe


Miel Vanstreels

Johan Museeuw

Zoals gigantische wolkenpartijen
over de polders van Gistel komen zeilen,
dreigend en stil, zo spookte het bijwijlen
door zijn hoofd. Dat hij storm en drang moest
verzamelen, voor een paar zondagen in april.

Ook de monumentenstrijd bracht hem
op gedachten. Koppenberg, de Muur
van Geraardsbergen, de weg door
het mystieke braambos van Wallers –
vaak na restauratiewerken, zelfs
van eigen, gekwetste vlerken. Elke keer,
altijd weer met gespierd verzet. En krachten
om kasseien te splijten.

Al wilden ze ook wel eens terugbijten.


Patrick Cornillie

Mont Ventoux

                            Mont
                      Mont Ventoux
                   De Mont Ventoux
                 De Mont Ventoux op
               Fiets de Mont Ventoux op
             Ik fiets de Mont Ventoux op
          De Mont Ventoux op fietsen is saai
      De Mont Ventoux op fietsen is een saaie activiteit
    De Mont Ventoux op fietsen is een erg saaie activiteit
  Doe het zelf en je vindt dit opeens een sprankelend gedicht
(Er zijn er die zeggen dat het zoiets als de liefde is)


                                 Mont
                           Mont Ventoux
                          Le Mont Ventoux
                     Montant le Mont Ventoux
                   En montant le Mont Ventoux
                Montant le Mont Ventoux en vélo
           Le Mont Ventoux en vélo, montée monotone
         Le Mont Ventoux en vélo, une montée monotone
     Le Mont Ventoux en vélo, une montée très monotone
  Le Mont Ventoux en vélo, une montée très, très monotone
 Faites-le et vous trouverez ce poème d'un dynamisme inouï
(Il y en a qui disent que c'est comme l'amour)


Nanne Nauta

Piraten

Geen haar op je hoofd
Dacht eraan
Wielrenner te worden
Nee een kampioen was je

Immer en danseuse
Ook al was je gebroken
Al brak je alles
Je wil was enorm

Voor dood achtergelaten
Toen al
Kwam je terug aan de top
En dan begon het pas

De afdalingen lagen je minder
Ook je vriendin danste mee
Hoe kon het ook anders?
Respectlozen gaf je geen blik

Ze hebben je gezocht
En uiteindelijk vinden ze
Een ware artiest lijdt eronder
Een cowboy lacht ermee

Maar wat dreef je weg uit Cesenatico?
We weten toch allemaal
Dat Rimini niet deugt
Barmannen bewaken er het geheim

Het drama was onafwendbaar
Het wielrennen verloor zijn kleur
Je bandsporen gelukkig nog zichtbaar
Met engelenrecords op l'Alpe d'Huez

Marco de liefhebbers missen je
Je moeder weet zich geen raad
Je race vloog voorbij
Steeds gaf je een vertoning

Net als Frank
Ging je ten onder aan het moment
En later aan het spul
Zo gaat het lot

Maar toch blijft me bij
Van deze wereld
Kampioenen zijn groot
Piraten het grootst!


Gatel de Jeriba

Herman Van Springel en Jan Janssen

of
de tragische clash in de Tour van '68
of
de luttele 38 seconden 50 jaar later

1. De triestige proloog

De Golden Sixties waren niet al goud dat blonk,
er zaten ontelbaar veel giftige adders onder het gras:
de moord op Che Guevara trilde nog na in La Higuera
waar zijn bloed maar niet wou stollen,
in Vietnam spuiten uit duizenden aders
helrode fonteinen van vernieling en verdriet,
in Saigon krijgt een Vietcong een kogel
door het hoofd terwijl de wereld toekijkt,
Martin Luher King sneuvelt, Rudi Dutschke bijna,
Robert Kennedy valt in het bloedspoor van zijn broer,
in Frankrijk trekken arbeiders en studenten
schouder aan schouder ten strijde -allons enfants-,
het Ancien Régime wankelt maar Le Général
die twee wereldoorlogen heeft overleefd staat pal,
de revolte loopt zich tegen zijn pantser te pletter,
in Leuven krijgt eng nationalisme de Walen buiten,
een egocentrische voorbode van 'Eigen Volk Eerst'.
Ik kokhals in mijn jonge kop die Vinkenooggewijs
liefde wil en alleen maar liefde.

2. Het jaar na Simpson

Over het Kanaal, noordwestelijk en Brits, ligt
in de schaduw van een vermoorde mijnschacht
het gevelde lichaam van de te ambitieuze kampioen,
Tom Simpson slaapt er zijn zegeroes en utopia uit,
onder een zwarte grafsteen die niet laat vermoeden
hoe wit de plaats was waar hij een jaar eerder is gestorven:
op een berg, genaamd Ventoux, een bleke desolate plek waar
alleen de wind en hitte thuis zijn, een knekeltuin van rotsen.
Maar anno 1968 laat de Tour de berg koud en
duldt hij geen zweet van afgematte renners op zijn flanken.
De karavaan spreekt met gedempte stemmen uit één mond
over de één jaar oude martelaar en draait daarna ongegeneerd
de zwarte bladzijde om met wild wentelende wielen.
De Tour is hard als staal en kent geen mededogen,
heel soms krijgen zijn gevallen helden er een monument
waaronder zij eeuwig naar adem mogen snakken.

3. De val van chouchou Poupou en de open strijd

Quatorze Juillet, la douce France schittert
met haar onaantastbaar aureool rond Jeanne D' Arc
-de enige ware koningin van dit hemels land-
wanneer op weg naar de ovenhete stad Albi
de chouchou suprême van het wielerminnend volk
door een motard tegen het wegdek gekegeld wordt.
Grieks drama over het hellezwart en heet asfalt,
Poulidor ziet zijn zegekansen in rook opgaan en
rijdt als een bloedend Limousinrund over de meet.
Albi laat zijn Meesterschilder Toulouse Lautrec
de katafalk voor de gevallen renner inkleuren zoals
de Meester dat ooit met het tentzeil deed waarop La Goulue
haar Moulin Rouge-benen de lucht inzwaaide,
morbide French Cancan voor de gekwetste renner.
's Anderendaags duiken Aimar en Pingeon in het gat,
met hier en daar ook een flard Wolfshohl en Bitossi
wordt de as Rome-Berlijn in oorlogloze eer hersteld.
Op de achtergrond de Belgen Bracke en Van Springel,
een wereldrecordhouder en zijn stille secondant
die de gele trui van zijn sponsor Poeders Mann
nog niet als voorbode van dat andere geel ziet.

4. De Onze Lieve Vrouw van Jan in Putte

Naast de voordeur van Jan's zonverlicht huis:
in een klein venster zit een glasraam
een en al kleur en Onze Lieve Vrouw te zijn:
woont hier een doodbrave ouderwetse katholiek,
vraag ik me af maar vrouw Cora zegt gewoon
dat haar kundige vader het heeft gemaakt.
Jan zal me daarna onomwonden bekennen
dat hij veel aan zijn geloof heeft gehad,
dat het hem sterkte in moeilijke momenten:
godsvrucht als ultieme scapulier tegen drama's en
valkuilen in het peloton, tegen het noodlot
dat om elke bocht naar de renners loert,
een heilige glasraamvrouw als duwtje in de rug
op weg naar het stralend geel in Vincennes.
De gentleman-coureur die zich veilig en geborgen weet
onder een baldakijn van fladderende engelen.

5.De pijn van Herman

Die zwartgele zondagnamiddag van 1968 in Vincennes:
in de sombere catacomben van de wielerbaan
zit hij ineengedoken, een gekwetst en verslagen dier,
kop tussen schouder, tranen in de ogen.
De gele trui zit kleurloos om zijn verlamd lijf
dat geschokt en afgepeigerd de nederlaag en
de ontgoocheling verwerkt, een moderne Christus
zonder doornenkroon, onzichtbaar gekruisigd,
pijn tot in de kleinste vezel van het lichaam
dat vertraagd de tijdrit naar Golgotha herbeleeft en
beeft en schudt tot in zijn kleinste pezen.
Troosten lukt niet, ook al zit er een arm om zijn schouder,
de hemel die op het arme hoofd is neergestort is
hel geworden, een vlamloos inferno van verlies
dat zijn klauwen in het hijgend lichaam priemt.

6. Een Hollander in België

Er hangt altijd wat gezonde ouderwetse spanning
in de lucht wanneer Belg en Nederlander
vredig samen zitten en hun tongen scherpen
aan een andere taal die finaal dezelfde is.
Maar Jan weet beter nadat hij geel won en
na zijn wat onverwachte zege in de Tour
komt koersen in het land van Brel en Kuifje,
wanneer hij er dan zeldzaam op zijn fiets springt
zijn het awoertgeroep en schelden niet uit de lucht,
iets wat hem nu nog altijd kwetst. En terecht.
Maar The Times They Are a-changin:
met de jaren werd Belgische mildheid zijn deel,
hij zegt dat hij in het Aalsters na-Tourcriterium
voor de exquise oldtimers van de koersfiets
op applaus en aanmoedigingen wordt onthaald,
de tijd heeft het oud rumoer de mond gesnoerd,
nu rest hem nog de glans van de verdiende roem.

7. Oranje supporter

'Dirk Dirkszoon ?
Matthijs Mathijsen ?
Jonas Jonaszoon ?
Gilles Gillijnsen ?

Wat te denken van:
Klaas Klaassen ?
Dries Driessen ?
Of Hans Hanssen ?

Een echte Hollander
viert elke 21 juli nog
de naam van Jan,
de eerste Janssen.'

      Peter Ouwerkerk

Holland stond die zondag op zijn kop,
de old fashioned koningin Juliana verdween somber
tussen de droeve plooien van haar huwelijk,
de goede oude Pontiac van Wim Van Est tikte
alsof hij nog maar pas geolied was, het ravijn lag al lang
in muffe wielerboeken tussen demente rotsen begraven.
Koning Jan wekt in Parijs met een chronorit de natie
die in een diepe zomerslaap gevallen was.


8. Tricolore supporter

'Altijd mee vooraan, altijd
Herman, held van mijn jeugd
helden houden afstand
om held te blijven
Herman blijft mijn held
zelfs van heel dichtbij
waar zijn kacheltje brandt
en blijft branden.'

          Mark Uytterhoeven

Met een speels gebaar naar Paul Van Ostaijen
groet Mark 's morgens de dingen maar tegelijk vergeet
hij nooit om bij elk ochtendlijk kraaien van de haan
aan zijn jeugdidool te denken: Mark Uytterhoeven
als supporter pur sang, doordrongen van onwrikbare trouw,
ooit begenadigd reporter van kamwielen en rennerszweet,
nu uitblazend bij het altijd warme kacheltje van Herman.

9. Rochefort

Driekwart eeuw oud of beter: jong,
want Herman oogt als een jeune premier,
ontspannen, scherp, alsof hij nog maar pas
zijn racefiets aan de koershaak heeft gehangen.
Hij nodigt me uit op een hoogfeest voor de tong:
het savoureren van een donkere Rochefort,
een godendrank  klaargestoomd door paters
die er hun hemel op aarde mee verdienen.
Het zalig vocht brengt dichter en renner
dichter bij elkaar, juli '68 ligt ver achter de rug en
wordt een schaduw die steeds maar kleiner wordt en
in het huis geen zichtbare sporen heeft achtergelaten.
Oké, er is nog een groene trui waarmee Herman
ooit Parijs en de Tour verliet, een wollen troostprijs
voor het geel dat van zijn schouders werd gerukt.
De mooie rennerskop droomt even weg,
Herman, een man die warmte uitstraalt,
een groot kampioen zonder kapsones,
a sportsman for all seasons.

10. Zalf op verse wonden

Jan weet goed hoe kwetsbaar hij is als mens,
elke nieuwe dag die hem wordt gegund
is en blijft hij dankbaar, ook voor de zonnegele trui.
Want ook de kelk is niet aan hem voorbijgegaan,
de gevreesde ziekte knaagde zijn rust aan flarden:
hij kraakte, knakte, greep een tweede kans
die hij nu met gans zijn lijf en kop benut.
Ik hoor hoe hij in zijn woorden de hand reikt
aan Herman en zegt: Ik heb je geklopt maar
ken je pijn, vergeef me de zegeruiker die
ik je nu nederig en in vriendschap bezorg.

11.Oranje-gele gekte

Jan werd als een god in Nederland ontvangen,
zijn gele Tourtrui kreeg er een oranje gloed en
zowel man als vrouw gingen door het lint
toen hij in het criterium van Chaam zijn faam
met 150 000 uitgelaten supporters zag bekroond,
zij schoten er als paddenstoelen uit de grond,
sommigen knielden neer en kusten het asfalt
waarover hun held zopas was voorbijgeflitst.
Wielergekte tussen Heineken en braadworst.
Alles werd met beverige televisiebeelden
tot in de huiskamers gebracht, kijkvreugde alom,
in de bioscoop groeide het Polygoonjournaal
door het timbre in de stem van Philip Bloemendal
uit tot een feest van hemelse retroklanken,
Bach en Mozart met een wielersausje overgoten.

12. Brothers in arms

De zon schijnt gulzig in het Grobbendonkse huis,
de groene trui baadt in een zee van licht,
een tweede Rochefort doet zijn zaligmakend werk
in kop en benen, Herman is van diamant en goud
wanneer hij over de koers en het leven praat.
Tot de jong gestorven zoon verschijnt,
een ver en mistig beeld zonder woorden,
we kijken mekaar in de ogen, brothers in arms,
we zien hoe onze jongens samen door een hemel fietsen,
Peter en Miguel, beiden veel te jong verdwenen,
diepe littekens in het vlees van renner en dichter
die treuren om de uit het nest gevallen vogels.
' Daarmee vergeleken zinkt mijn nederlaag
van juli '68 kompleet weg in het niets', zegt Herman.
Een haast sacrale stilte wordt en is voor altijd ons deel,
we komen binnen net buiten tijd, gedwongen opgave,
de draaiende wurggreep van de wijzers op de klok .


Willie Verhegghe

Eerder verschenen in De Muur, juni 2018