Wellicht wist hij dat er
weinig jaren sliepen in hem
dat koorts en roem
moeten worden gevat
wanneer iemand jong en mooi is.
Zo reed hij zijn weg
om later te weten
waarom het zo stil is
op de top van een berg.
Hij duwde aan korte zomers
als iemand die al wist
dat aankomst niet hetzelfde is
als thuiskomen.
Een pedaalridder op losse schroeven
die berg trui en kassei
op de schouders nam
te zwaar om lang te bestaan.
Achter hem reed donkerte mee
een schaduw zonder ploeg
die hem nergens voorbijstak
en toch als eerste aankwam.
Toen de fiets bleef staan
reed hij verder dan ooit
als een man die nog steeds
sneller wil zijn dan zijn eigen einde.
