Als jonge piepende jongen in de grijze jaren vijftig
van de vorige eeuw zag ik toentertijd
deze tweewielers op de dijk van Blankenberge.
Het waren wonderlijke velo's met een groot achterwiel
en een veel te klein voorwiel. Of omgekeerd met een
veel te groot voorwiel en een piepklein achterwiel.
De houten piste en de hele wereld er rond klonk
veel te luid en te verwarrend. Mijn moeder en ik
dronken karnemelk en koude koffie.
Ik wilde niet rijden op zo'n lachwekkend vehikel
en deze nieuwe wereld reed heel traag
op deze belachelijke monsters aan mij voorbij.
