Je moet de bochten snijden alsof je met een mes
door de roomboter snijdt.
Je moet lichtjes freewheelen om op adem te komen
en een beetje eten en drinken uit je klotsende bidon.
Je rijdt niet langzaam maar steeds sneller
en je voelt het: je wint steeds meer tijd
op je aarzelende achtervolgers
die al snel dreigen te vallen in de ravijn van de angst.
En na elke zware en steile beklimming weet je het:
het is hier koud en mistig maar ik glijd nu zalig
naar beneden naar het einde van mijn lijden.
Maar je moet blijven kijken naar het wegdek
en de bochten beheersen in de verte onder de horizon.
