Ernest Claes krabt zich ondergronds in de haren
wanneer hij Tadeus bijna heilig ziet verklaren
in zijn stofrace die met kilometerslange wolken
van oneetbaar uitwaaiend tarwemeel wordt vervuild.
De Witte van Zichem herleeft in het kopje van
de verwachte winnaar die gewoon zijn ding doet:
harder trappen dan de tegenstand die moedig
tegenspartelt maar genadeloos verzuipt
in zoveel ongeziene overmacht.
Heel even duikt een stuk vervuild verleden op
waarin blond geverfde rennerskopjes dienden
om zwarte trucs zichtbaar wit te wassen.
En ik denk: is dit anno 2026 nog het geval
of kent de Sloveense pletwals zijn door voorgangers
fors bekladde klassiekers niet en las hij Claes
eerbiedig in een onberispelijke vertaling?
