twee banden luisteren naar klinker en kassei
de tegenwind van verplaatsingsdrang
doet stof opwaaien op de laatste vrieskougrond
voordat de nog onwennige wielen verzanden
sissen de banden achter een orkaan van woorden
over de waterdiepte in menig karrespoor
wat is er mooier dan het schillen van voorspelling
wanneer een ijzeren wet in ongelijkheid smelt
en waterig afziet van oplaadbare brandstof
het lijkt op fietsen in een doodlopende loopgraaf
banden doen trekvogels na en kiezen de kortste weg
zonder hun vleugels vroegtijdig te strijken
ze zwalken pas na de streep in het beloofde paradijs
