Ferdinand Bracke

na bijna vijftig jaren bleef
in mijn gedachten: een dambord
op een blanke trui, het schuine
aansnijden van bochten

sierlijk als een schietspoel
soepele armen
een prins op een fiets
klievend door de tegenwind
pédaleur de charme

zegevierend ondanks
een ziekte in zijn longen:
Vuelta a Espagna
wereldkampioen
in een velodroom

den Brak: een krak tegen de klok
en nimmer zag men hem wringen,
wroeten; nooit een stamp, een snok
en nog hoor ik zijn wielen zingen

een jongen uit ons dorp
van zeeldraaiers en wevers
verhuisd naar de Walen
zijn vader werkzaam in de mijnen
en veel te vroeg overleden

wonend in de Walen vergat hij
nooit zijn Vlaams verleden: de talen
van ons dorp, ons gemompel
uit een sjofele mond, ons kijvend
ketsen als klompen op kasseien

verlegen laat hij zich vieren
een erepenning op zijn borst
liever woont hij verscholen
maar hij kent het volk
dat naar helden dorst

het fiere, het arme
dat de roem wil zingen
van zijn prins in een Prinsenpark
o pédaleur de charme


Staf de Wilde