Wout van Aert

Des winters zie je hem rondstruinen
in De Kuil van Zonhoven en de duinen van
Koksijde. Of vertoeft hij gaarne een stonde
in Gavere, rond het kasteel Grenier.

De ontluikende lente doet hem uitkijken
naar de cipressen en landhuizen langs
de Strade Bianche, naar de Bloemenrivièra
en de iconische fontein in Sanremo.

Naar de ongenadige landerijen ook
in eigen land, de Plugstreets op weg naar
Wevelgem en de zelfkastijding op de kasseien|
van Mariaborrestraat en Steenbeekdries.

In het heetst van de zomer wil hij wel eens
de flanken van de Ventoux bedwingen, om
vervolgens een wijle te flaneren in Parijs,
langs Montmartre en de Champs-Elysées.

Diep in den herfst echter is ’t triestig dat het
regent en spaart hij aldus de benen. In den
herfst kiest hij voor zijn binnenverblijf en laat hij
zich gewillig verleiden door Sarah, zijn sirene.


Patrick Cornillie